Diefstal uit kerken: een gegeven of een aanzet tot actie?
Geschreven door Drs. M.J.W.J. van der Sterre Datum: 15-6-2008
In de eerste drie maanden van dit
jaar zijn er inmiddels ongeveer 20
kerkgebouwen bezocht door het
dievengilde. Dat is een sterke
stijging ten opzichte van voorgaande
jaren. Een stijging waaraan we
ons niet kunnen onttrekken. Vrijwel
alle inbraken zijn gepleegd in de
kerkgebouwen van de voormalige
Nederlands Hervormde kerken, nu
PKN kerken. Vrijwel overal was het
de dieven te doen om de Statenbijbels
en de inhoud van de offerblokken.
Ook opvallend is dat de dieven
telkens een bepaald gebied uitkammen:
het land rond Middenbeemster,
het Land van Heusden en
Altena en de Bommelerwaard. Was
het tot voor kort zo dat de dieven
van Statenbijbels vooral junks
waren, op zoek naar snel geld, nu
blijkt dat de dieven precies weten
welke Bijbel er kostbaar is en welke
niet. De professionalisering dringt
ook in dit gilde door. Helaas is dit
gegeven nog lang niet bij de kerken
doorgedrongen.
Onderzoek SKKN
De Stichting Kerkelijk Kunstbezit in
Nederland (SKKN) heeft onlangs een
onderzoek afgesloten van kerken
waarvan het roerend erfgoed, het
kunst- en cultuurbezit, nog niet in
woord en beeld is vastgelegd. De
conclusie was dat dit met name het
bezit van de oude Nederlands
Hervormde kerken en de Waalse
kerken betreft. Opvallend is dat met
name deze twee protestantse
denominaties de belangrijkste
kerkschatten uit de 16de , 17de en 18de
eeuw herbergen en daarmee de
pijlers zijn van de typisch Calvinistische
cultuur van Nederland boven de
grote rivieren.
Bij eerdere inventarisatieronden
hebben de NH kerken van Noord-
Holland en van de Bommelerwaard
onvoldoende medewerking willen
verlenen aan de inventarisaties,
waardoor er nu te weinig beschrijvingen
en foto’s bestaan van het
roerende bezit van deze kerken.
Deze beschrijvingen en foto’s zijn
cruciaal bij het opsporen van
gestolen objecten.
De SKKN zet zo veel mogelijk alle
gestolen objecten op de website
onder de rubriek ‘diefstal’ www.
skkn.nl Dit is de enige keer dat de
verblijfplaats, de naam en toenaam
van de objecten wordt genoemd.
Het beleid van de SKKN is dat de
objecten altijd geanonimiseerd
worden gebruikt op de website. Juist
om het dievengilde niet in de
verleiding te brengen een kerk met
kwade bedoelingen te bezoeken.
Dat deze website belangrijk is voor
zowel de kerken, de politie als voor
aspirant-kopers moge duidelijk zijn
aan de hand van het volgende
voorbeeld: de Statenbijbel uit de
kerk van Medemblik is de dag na de
inbraak door de dief aangeboden
aan een verzamelaar. Hij heeft eerst
gekeken op de website van de SKKN.
Deze stond er toen nog niet op
vermeld. Toen hij een paar dagen
later opnieuw keek, zag hij dat de
door hem gekochte bijbel inderdaad
gestolen was. Hij heeft toen de
politie ingeschakeld die de bijbel als
het gestolen exemplaar herkende.
Voor de SKKN is het een lering dat
wij de diefstal zo spoedig mogelijk
op de website moeten zetten. Maar
dan moet de SKKN wel beschikken
over de betreffende basisgegevens
en een foto. In het geval van
Medemblik was dat zo, maar tal van
oude, voormalig Nederlands Hervormde
Kerken in de provincie
Noord-Holland heeft de SKKN
destijds niet kunnen inventariseren
omdat de kerk destijds geen medewerking
wilde verlenen.
Identificatie
Het ministerie van Justitie heeft in
2007 een onderzoek laten doen naar
(illegale) kunst en antiekhandel. De
resultaten daarvan zijn verwoord in
het boekje Schone Kunsten, preventieve
doorlichting kunst- en antiekhandel,
B. Bileman e.a., Groningen-
Rotterdam, september 2007. Uit het
onderzoek blijkt hoe belangrijk het
is dat het kunst- en cultuurbezit in
woord en beeld wordt vastgelegd.
Alleen dan is identificatie mogelijk
omdat de noodzakelijke gegevens
bekend zijn. Daarnaast wordt het
belang van een centrale melding van
diefstal bevestigd. De SKKN wordt
als landelijk instituut ten behoeve
van het kunst- en cultuurbezit van
de Christelijke kerken van alle
denominaties met naam en toenaam
genoemd. De SKKN onderhoudt al
jaren goede contacten met het
Korps Landelijke Politiediensten
(KLPD) - en niet zonder resultaat!
Uit de wijze waarop men heeft
ingebroken en de zaken die men
heeft meegenomen, wordt duidelijk
dat de dieven heel goed weten wat
ze moeten stelen! Ze hebben zich
van te voren dus goed kunnen
informeren. De kerken moeten zelf
meer doen om diefstal te voorkomen.
De Statenbijbel uit de kerk van
Medemblik is een bijzondere, dat
wist de dief. Maar dit moet ook
bekend geweest zijn bij de kerkrentmeesters
want de bijbel was recent
gerestaureerd en zag er weer
prachtig uit.
Na de restauratie is deze bijbel
echter opnieuw op de kansel gelegd
waar de voorganger, zoals gebruikelijk,
zijn handen en armen op de
bijbel laat rusten waardoor de conditie
van de oude bijbel weer snel
achteruit zal gaan. Natuurlijk, de
symbolische waarde van een dergelijke
oude bijbel is groot, maar
weegt dit aspect ook op tegen niet
te voorkomen gebruiksschade en
mogelijke diefstal? Een nieuwe
Bijbel die ook echt gebruikt kan
worden, kan eveneens goede dienst
doen.
Offerblokken
Diefstal uit de offerblokken komt
ook regelmatig voor. Als dat oude
offerblokken betreft is de schade
nog groter, er moet immers geweld
aan te pas komen om het oude
offerblok te openen. Een dergelijke
schade kan gemakkelijk worden
voorkomen. Een winkelier leegt aan
het eind van iedere werkdag zijn
kassa en laat de lade nadrukkelijk
zichtbaar open staan om te tonen
dat er niets te halen valt…
Vanzelfsprekend zijn sommige
diefstallen niet of nauwelijks te
voorkomen maar dat kerken meer
aan preventie kunnen doen dan nu
het geval is, moge duidelijk zijn. Het
zit in de mens om net te doen of
mogelijk kwaad niet bestaat. Wie
van u heeft bijvoorbeeld thuis een
brandblusser staan? Meestal zijn dat
maar erg weinig mensen.
Toch kent iedereen de gevaren maar
het zal òns toch niet overkomen en
ze zullen toch zeker niet uit het Huis
van God stelen. Kortom, we willen
de realiteit liever niet onder ogen
zien. Ironisch genoeg moeten wij
constateren dat na een diefstal,
vrijwel alle beschermende maatregelen
wel mogelijk zijn.
Actie mogelijk
Toch is actie mogelijk en het kost de
kerk in de eerste instantie niets! Dat
kan op twee manieren:
A. In de eerste plaats is het van
belang het roerende kunst- en
cultuurbezit van uw kerk door de
SKKN te laten inventariseren. De
Protestantse Kerk in Nederland heeft
hiervoor jaarlijks een bedrag
gereserveerd. De plaatselijke
kerkelijke gemeente hoeft dus niets
te betalen! U kunt zich voor een
inventarisatie aanmelden bij de
SKKN. Van de inventarisatie ontvangt
u een volledig rapport met
aanbevelingen en adviezen.
B. Ten tweede heeft het Rijk via de
Mondriaan Stichting subsidiegelden
beschikbaar gesteld voor het laten
analyseren van de risico’s die een
bepaald kerkgebouw loopt met
betrekking tot calamiteiten, brand,
inbraak, diefstal en vandalisme. Dit
project loopt tot en met eind 2009.
Voorwaarde om voor subsidiering in
aanmerking te komen, is het feit dat
de SKKN moet bevestigen dat het
roerend bezit van uw kerk van nationaal
belang is. De SKKN heeft een
informatieve brochure ‘Veiligheidszorg’
gemaakt die belangstellenden
gemeenten bij het secretariaat
kunnen aanvragen.
Na de risico-analyse, die door
gespecialiseerde personen wordt
uitgevoerd, krijgt de gemeente een
uitvoerig rapport met daarin
aanbevelingen die zij met beperkte
financiële middelen kan uitvoeren.
De Mondriaan Stichting vraagt dan
om een ‘plan van aanpak’. Het
voorwerk voor een dergelijk plan is
dan al gedaan zodat u slechts een
aantal stukken zelf behoeft in te
vullen.
De heer Van der Sterre is directeur
van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit
in Nederland.