Het BRIM in de praktijk
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-4-2009
Op 6 maart jl. vond in het gebouw van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) te Amersfoort een voorlichtings- en instructiebijeenkomst plaats voor eigenaren van monumentale kerkgebouwen.
Deze bijeenkomst was een gezamenlijk initiatief van de RACM en de Commissie Kerkelijke Gebouwen van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO-K).
De secretaris van het CIO-K, de heer mr. J. Boekhuizen,
kon een 40-tal personen welkom heten die werkzaam
zijn in een aantal organisaties die dagelijks met restauratie
e.d. van kerkgebouwen te maken hebben, waaronder
vertegenwoordigers van enkele Stichtingen Behoud
Kerkelijke Gebouwen.
Hij wees o.m. op de presentatie van het Strategisch Plan
voor het Religieus Erfgoed, zoals dat op 18 december
2008 in Middelburg werd gepresenteerd en waarvan de
aanbevelingen in 2009 gerealiseerd moeten worden. Op 9 maart a.s. is er een gesprek van een vijftal kerkgenoot
schappen met de Minister van OC&W, waarbij pogingen ondernomen zullen worden grotere investeringen in de monumentenzorg gerealiseerd te krijgen.
Historie
Vervolgens gaf de heer G.J. luijendijk (raCM) uitleg over het BriM (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding Monumenten). Hij stelde vast dat naar aanleiding van de nota van de toenmalige minister van WVC Brinkman in 1984, een inventarisatie is gedaan naar het aantal restauratiezaken, met als gevolg dat er een toevloed van subsidieaanvragen werd ingediend. De monumentenwet werd in 1988 aangepast, waarbij een zekere decentralisatie werd ingevoerd. in 1992 werd tijdens een bijeenkomst in de augustijnenkerk van Dordrecht werd door de toenmalige minister van CrM mevr. Hedy d’ancona, een begin gemaakt met een strategisch plan monumentenzorg. Dat plan voorzag er in dat in 10 jaar de restauratieachterstand zou zijn teruggedrongen, waarna een instandhoudingsregeling operationeel kan worden. Ondanks het feit dat er extra financiële middelen werden ingezet, bleek in 2002 de achterstand nog niet te zijn ingelopen. Na extra inspanningen, geleverd door de achtereenvolgende staatssecretarissen Nuis, Van der ploeg en Van der laan, trad in 2006 het BRIM in werking.
Hoofdlijnen
De hoofdlijnen van het BRIM zijn als volgt:
• Voor woningen en boerderijen zonder agrarische
functie in beginsel een laagrentende lening en voor
overige monumenten een subsidie;
• een subsidie per monument, met een plafond,
hetgeen al vrij snel problemen ging oproepen;
• het geheel moest budgetneutraal zijn.
Met de instelling van plafonds en maximale subsidiabele kosten komen de grotere kerken er niet mee uit. Eerst na 2013 zal er weer extra geld worden ingezet. Vanaf 1 april van elk jaar dienen er subsidieaanvragen te worden ingediend tot 1 september. alle aanvragen vóór 1 april en ná 1 september ingediend, worden niet meer in behandeling genomen. in verband met de beperkte hoeveelheid geld, geldt hier het systeem ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt’. in het regeerakkoord van dit kabinet is o.m. afgesproken dat het BriM geëvalueerd wordt. Het bureau BMC (Bestuur & Management Consultants) voerde van maart– juni 2008 een onderzoek uit, waarbij geconcludeerd werd dat het BriM voldoet voor de categorie woonhuizen en boerderijen, ofwel voor de leenvariant. Maar een grote groep, waaronder de kerken, maakt geen gebruik van de leenvariant. Een belangrijke zaak is dat in het kader van het 6-jarig onderhoudsplan er veel eigenaren van monumenten op een andere manier naar hun monument gaan kijken.
Te ingewikkeld
Bij de evaluatie is geconstateerd dat de maximale subsidiabele kosten in veel gevallen aan de lage kant zijn. Verder werd opgemerkt dat de koppeling met het monumentenregister, doordat per beschermd monument één subsidieaanvraag kan worden ingediend, tot rechtsongelijkheid leidt. Tenslotte vond men de aanvraagme-E thodiek erg ingewikkeld met veel administratieve rompslomp. De acties die de raCM daarna vervolgens ondernam betroffen de interne evaluatie en de brief d.d. 16 december 2008 van de Minister van OC&W aan de Tweede Kamer. Hierin wordt ervoor gepleit om op korte termijn de voorlichting over het BriM te verbeteren, het aanvraagformulier en de toelichting daarop te vereenvoudigen en de verplichting om bij een BriM-aanvraag een financieel dekkingsplan te overleggen, te schrappen. Voor de middellange termijn, te realiseren in 2010, stelt de Minister voor de koppeling met het monumentenregister los te laten, de criteria voor het aanwijzen van organisaties voor monumentenbehoud zullen worden bijgesteld voor wat betreft de doelstelling. Verder zal de keuzevrijheid, namelijk kiezen voor een laagrentende lening of subsidie, worden verruimd. Tenslotte zal de procedure van subsidieaanvragen worden vereenvoudigd.
Zorgvuldige indiening
De heer luijendijk wees voorts op de noodzakelijke zorgvuldigheid bij het invullen van de subsidieaanvraag. Dat betekent o.m. alle vragen correct beantwoorden en bijlagen aanleveren wanneer dat vereist is. iedere aanvraag die niet volledig is ingevuld, vertraagt de behandeling, met als gevolg dat men te laat antwoord krijgt, waardoor het subsidiebudget voor zo’n periode reeds aan anderen is toegekend. Verder is het zo dat een eigenaar een goed plan moet maken en niet de zaak moet opschroeven om een zo hoog mogelijke subsidie te krijgen. Wanneer er te hoge bedragen worden opgenomen, die niet realistisch zijn, kan/zal de aanvraag worden afgewezen. Neem als uitgangspunt de opmerkingen en constateringen van het inspectierapport en ga daar vervolgens mee aan het werk om een periodiek instandhoudingsplan (PIP) te maken, zo besloot de heer luijendijk zijn toelichting.
Vragen en antwoorden
Hierna ging hij in op de te voren gestelde vragen en vragen die aan het begin van de bijeenkomst nog aan hem werden voorgelegd. Hieronder volgt een selectie daarvan.
vraag: Wat is het beleid van de RACM inzake verlangde deskundigheid bij opstellen van PiP-plannen?
antwoord: Er is geen beleid. Er moet een goed plan liggen dat door deskundigen is opgesteld.
vr.: kunnen kerken die op grond van de achterstandsregeling (RRWR) restauratiesubsidie hebben ontvangen, wel in het BRIM instromen?
a.: Er wordt geen dubbele subsidie verstrekt. Of instroming gebeurt nadat een achterstandsubsidie is verstrekt, hangt af van de staat van onderhoud. Na restauratie in het kader van de rrWr dient het monument namelijk geheel gereed te zijn en dan kan het instromen in de BRIM.
vr.: de kerk en toren kennen vaak twee eigenaren, te weten de kerkelijke en de burgerlijke gemeente. Wat kan er gedaan worden om tot een goede planvorming te komen, omdat de subsidie voor de toren lager is dan die van de kerk?
a.: Het ligt niet in de bedoeling hiervoor een andere regeling te maken. Van zowel de eigenaar van het kerkgebouw als die van de kerktoren, wordt verwacht dat zij gezamenlijk in goed overleg hier uit komen en een plan indienen dat in het belang is van het totale gebouw dat zij gezamenlijk in eigendom en beheer hebben.
vr.: Wie moet wanneer er meerdere eigenaren zijn, het aanvraagformulier ondertekenen?
a.: alle eigenaren moeten de aanvraag ondertekenen. Het is overigens wel praktisch om één aanspreekpunt te kiezen. Ook dit is een zaak van goed overleg. in principe dient de bij de raCM geregistreerde eigenaar het BRIM plan in.
vr.: Het kerkgebouw, eigendom van de kerkelijke gemeente, bevindt zich in goede staat, maar van de kerktoren, die eigendom is van de burgerlijke gemeente, kan dat niet gezegd worden. kan men dan ingevolge het BRIM de aanvraag weigeren?
a.: De wetgever gaat er vanuit dat eigenaren van monumenten een fatsoenlijk onderhoudsplan hebben. is dat er niet, dan kan de minister de aanvraag afwijzen. Maar de eigenaren van het gebouw en van de toren kunnen samen besluiten om b.v. méér te investeren aan het kerkgebouw dan aan de toren, of omgekeerd. Ook in dit geval dient de bij de RACM geregistreerde eigenaar het plan in.
vr.: Hoe kan de klokkenstoel, die een eigen monumentennummer heeft, gekoppeld worden aan het onderhoudsplan van de kerk?
a.: De opzet is dat er een beschikking wordt gegeven per monument dat over een eigen monumentennummer beschikt. Wanneer dat met de klokkenstoel het geval is, is er geen relatie met de aanvraag voor het kerkgebouw.
vr.: voor orgels in een beschermd rijksmonument geldt een maximum aan subsidiabele kosten van € 50.000,--. Hoe kan die rechtsongelijkheid worden opgelost?
a.: Dit zal bij de RACM worden bezien.
vr.: Welke werkzaamheden aan de z.g. ‘vanwege monumenten’ zijn subsidiabel?
a.: Dit wordt van geval tot geval bekeken.
vr.: Zijn werkzaamheden aan orgels e.d. subsidiabel als deze onderdelen niet specifiek genoemd worden?
a.: Dit wordt per geval beoordeeld.
vr.: Wat gebeurt er met de subsidieaanvraag als die wordt afgewezen omdat de financiële middelen ontoereikend zijn?
a.: Dat is nog niet aan de orde geweest. Zou dit wel het geval zijn, dan moet, wil men een volgende keer hiervoor in aanmerking komen, de aanvraag opnieuw worden ingediend.
Tenslotte deelde de heer luijendijk mee dat alle aanwezigen, voorzover zij hun e-mailadres hebben opgegeven, binnenkort een overzicht krijgen van alle ingediende vragen en de daarop betrekking hebbende antwoorden.