Wet- en regelgeving voor het beheer van gebouwen
Geschreven door Vkb Datum: 15-5-2005
Jaarlijks geeft de Vereniging voor
Kerkrentmeesterlijk Beheer een
Nieuwsbrief uit voor de Stichtingen
Behoud Kerkelijke Gebouwen die op
hun beurt de Nieuwsbrief aanvullen
met de activiteiten en het beleid
van de eigen Stichting. De
Nieuwsbrief 2005 is in december
2004 aan alle Stichtingen Behoud
Kerkelijke Gebouwen toegezonden.
Mede naar aanleiding van verschillende
vragen van colleges van kerkrentmeesters,
noemen we de meest
essentiële punten uit deze
Nieuwsbrief.
Nieuw beleid
Het door de staatssecretaris Van der
Laan voorgestelde nieuwe beleid zal
naar verwachting per 1 januari 2006
worden ingevoerd.
Het nieuwe instandhoudingsbeleid
beoogt een verschuiving van restauratie
naar planmatig onderhoud,
eenvoudiger regelgeving, kortere
procedures en een waarborg voor
de kwaliteit van de monumentenzorg.
Dit alles onder een nieuwe
naam “BRIM” ( Besluit
Rijkssubsidiëring Instandhouding
Monumenten).
De BRRM 1997 en de BROM komen
hiermee te vervallen. Ook de rol van
gemeenten en provincies bij het verlenen
van subsidie komt daarmee te
vervallen. Gemeenten blijven wel
het loket voor het verlenen van een
monumentenvergunning, terwijl
ook de provincie de functie van
loket voor het buitengebied blijft
vervullen. Gemeenten en provincies
hebben hiermee grip op het monumentenbeleid.
In het Tweede Kamerstuk wordt met
nadruk gewezen op de kennis van
de provinciale steunpunten. Het
nieuwe beleid is gericht op planmatig
onderhoud of anders gezegd:
,,instandhouding van het monument”.
Restauraties zullen in de toekomst
bijna niet meer voorkomen.
De doelstelling is als volgt: eenvoudige regels en snelle procedures,
integratie van onderhoud en restauratie,
stimuleren van gestructureerd
en planmatig onderhoud.
In de nieuwe regeling onderscheidt
men twee categorieën:
a. Woonhuizen en boerderijen zonder
agrarische functie,
b. Overige monumenten, (waarmee
ook kerken zijn bedoeld).
Wanneer de BRIM per 1 januari 2006
wordt ingevoerd, is de achterstand
nog niet weggewerkt. De invoering
vindt plaats over een aantal jaren
n.l. van 2006 t/m 2011. Per jaar zal
er een categorie worden aangewezen
die instroomt.
De Staatssecretaris zal ieder jaar een
bepaalde categorie aanwijzen. Er
worden geen extra middelen
beschikbaar gesteld, het gevolg is dat
er vanaf heden tot 2011 geen of nauwelijks
middelen beschikbaar zijn
voor de kerkgebouwen. Volgens de
laatste berichten is het mogelijk om
nog tot 1 oktober 2006 restauratieplannen
in te dienen volgens het huidige
BRRM 1997. Voorwaarde is wel
dat het monument op het restauratie-
uitvoeringsprogramma staat vermeld.
Verder is het verplicht dat het
totale object volledig, binnen de
jaarsnede, kan worden gesubsidieerd.
Gemeenten en provincie hebben
de gelegenheid de aanvragen
tot 1 januari 2007 aan de minister
door te zenden. Na 1 januari 2006 zal
de BROM nog enkele jaren voor
bepaalde categorieën van monumenten
van toepassing blijven. Welke dit
zijn, is nu nog niet bekend. Uit de
officiële berichtgeving is duidelijk te
lezen dat er een geleidelijke overgang
moet zijn en de hele operatie
budgettair neutraal moet verlopen.
Volgens informatie van de RDMZ blijft
er jaarlijks budget beschikbaar dat
niet wordt aangewend voor restauratie.
Een advies is om bij gemeenten en
provincie navraag te doen over het eenvoubeschikbare
budget dat onbenut blijft.
In overleg en vroegtijdig, zijn er
mogelijkheden om onbenutte gelden
in te zetten voor projecten die “panklaar”
zijn. Wanneer er budget
beschikbaar blijft, gaan deze bedragen
in de herverdeling.
Behoefteraming 2005
De behoefteraming is het jaarlijks
actualiseren van de restauratiebehoefte
per gemeente en provincie.
De ontvangen informatie van de
Staatssecretaris en de RDMZ maken
duidelijk dat er voor 2005 en volgende
jaren geen behoefteraming
meer zal plaats vinden.
Onderhoud (BROM)
Met het nieuwe instandhoudingsbeleid
komt de BROM-onderhoudssubsidie
te vervallen. Omdat er onvoldoende
financiële middelen beschikbaar
worden gesteld, komen de kerken
in de periode 2009 t/m 2012,
verspreid over vier jaren, aan de
beurt om gebruik te maken van de
BRIM regeling. Omdat volgens een
mededeling in de Staatscourant van
6 augustus 2004 de middelen voor
de BROM bijna zijn uitgeput, is er
met onmiddellijke ingang een subsidieplafond
voor de BROM ingesteld.
Het gevolg hiervan is dat er tot 2009
nauwelijks of niet geld beschikbaar
is voor het onderhoud van monumentale
kerkgebouwen.
Overigens is het opstellen van een
onderhoudsplan nuttig en geeft het
voor het kerkbestuur inzicht in de te
verwachten uitgaven. Wanneer er in
de toekomst gebruik wordt
gemaakt van de BRIM zijn een
onderhoudsplan en inspectierapport
verplicht. De SBKG heeft de nodige
kennis en ervaring in het opstellen
van 10-jarige onderhoudsplannen.
Brandpreventiebeleid
In februari 2002 zond staatssecretaris
De Vries aan alle gemeenten een
“Handreiking brandpreventiebeleid bestaande bouw”. Het stuk bevat
tal van tips en richtlijnen. De voorgestelde
aanpak is voor de monumentale
situatie niet houdbaar en
zelfs in strijd met de bestaande
bouwregelgeving.
Bescherming van monumenten verdient
in bepaalde gevallen voorrang
boven het aanpassen aan nieuwe
veiligheidseisen. Het bouwbesluit
biedt daartoe de mogelijkheden.
In samenwerking met
Bouwregelgeving Informatie- en
Adviescentrum, TNO en RDMZ is
een “Informatieblad” opgesteld.
Onderwerp van deze publicatie is
het Bouwbesluit 2003 en brandveiligheid
in monumenten. Het blad is
verkrijgbaar bij de RDMZ. Een projectgroep
heeft in 2004 een publicatie
uitgegeven onder de titel
“Veiligheid in kerken”. Het is van
groot belang dat alle kerkrentmeesters
kennis dragen van de
inhoud van deze publicatie.
Informatie hierover kan men opvragen
bij de RDMZ.
Belvedère
In 1999 verscheen – onder verantwoordelijkheid
van de ministeries
van OCW, VROM, LNV en V&W – de
nota Belvedere, beleidsnota over de
relatie cultuurhistorie en ruimtelijke
ordening. De nota geeft een visie
op de wijze waarop met de cultuurhistorische
kwaliteiten van het
fysieke leefmilieu kan worden
omgegaan bij de toekomstige
inrichting van ons land, en geeft
aan welke maatregelen daartoe
(kunnen) worden genomen. De
nota Belvedere is bij veel gemeenten
bekend. Bij het opstellen van
een nieuw bestemmingsplan worden
de in de nota Belvedere
genoemde beleidspunten ingepast.
Kerkelijke gemeenten kunnen hun
voordeel halen uit de nota, omdat
zij een duidelijke functie in de ruimtelijke
ordening hebben.
Voor informatie wordt verwezen
naar de website van het projectbureau
: www.belvedere.nl.
De WOZ
De vrijstelling van de Onroerende
Zaakbelasting bij kerkgebouwen
ongeacht of deze een monument
zijn, blijft van kracht mits er sprake
is van minimaal 70 pct. gebruik in
het kader van de eredienst. Voor
kerkelijke rijksmonumenten geldt de waarde in het economisch verkeer.
De Hoge Raad besloot in
augustus 2000 de waarde van
monumentale kerken te stellen op
ƒ 1,-. Voor overige kerkelijke
gebouwen geldt de gecorrigeerde
vervangingswaarde. Per 1 januari
2001 is een nieuwe waarderingsperiode
ingegaan. De Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG)
heeft haar leden, (de gemeenten)
uitleg gegeven over de uitspraak
van de Hoge Raad.
Waterschaplasten
De Waterschappen in Nederland hanteren
verschillende tarieven. Informatie
over de tarieven die geheven worden
in het district zijn bij de betreffende
Waterschappen op te vragen.
Verder zijn er gebieden waar de heffing
van Waterschapsbelasting en
Zuiveringschapsbelasting afzonderlijk
wordt vermeld. CIO-K (De commissie
kerkelijke gebouwen van het interkerkelijk
contact in overheidszaken) is
in overleg met diverse instanties om
meer eenheid te krijgen in de tarieven.
Ecotax
Met ingang van 2000 kunnen colleges
van kerkrentmeesters van kerkgebouwen
50 pct. van de betaalde
Ecotax op geleverde energie terugkrijgen.
De restitutie geldt ook voor
onroerende zaken die eigendom
zijn van instellingen van maatschappelijk
werk, sociale en culturele
aangelegenheden.
De inspectie te Emmen, aan wie de
formulieren voor restitutie van
Ecotax gericht moeten worden, stelt zich positief op.
Zend- en ontvangstinstallatie
Voor het plaatsen van zend- en ontvangstinstallatie
op gebouwen, kerk
en toren, zijn vergunningen noodzakelijk.
Wanneer het een monumentaal
gebouw is, dient er tevens
een monumentenvergunning te
worden aangevraagd. In “De
Kerkvoogdij” van juni 1999 (pagina
1249 t/m 1253) is een artikel opgenomen
dat de gehele procesgang
uitvoerig beschrijft. Een modelcontract
is daarbij opgenomen.
Bouwbesluit
Het bouwbesluit bevat technische
eisen waaraan bouwwerken e.d worden
getoetst. De uitgangspunten
van het Bouwbesluit hebben betrekking
op vier onderdelen, te weten
veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid
en energiezuinigheid. Deze uitgangspunten
zijn vertaald in een
serie voorschriften. Een algemene
karakteristiek van het Bouwbesluit is
dat de voorschriften zoveel mogelijk
zijn geformuleerd in zogeheten
prestatie-eisen. De prestatie-eis is
een gekwantificeerde grenswaarde
waarvoor een bepalingsmethode is
gegeven. Het is van groot belang
deze uitgangspunten duidelijk in
een opdracht naar architect of aannemer
te formuleren.
Procedures verschillen afhankelijk
van het type bouwwerk. Voor informatie
kan men de website
www.vrom.nl raadplegen. Voor
verandering/wijziging van een
monumentaal gebouw is altijd een
monumentenvergunning nodig.
Zonder monumentenvergunning
mag op grond van artikel 44 van de
Woningwet geen bouwvergunning
worden afgegeven.
Verhuur kerkelijke ruimten
Voor het verhuren van gebouwen
en vergoedingen voor bewezen
diensten heeft de Vereniging voor
Kerkrentmeesterlijk Beheer richtlijnen
opgesteld. Men kan deze richtlijnen
aanvragen bij de VKB, postbus
176, 3300 AD Dordrecht of per
e-mail: info@kerkrentmeester.nl.