Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
Op VKB-Congres van 19 april 20...
Op VKB-Congres van 19 april 2008 te Ede (Begraafplaatsen)
Geschreven door Vkb   Datum: 15-2-2008
Op VKB-Congres van 19 april 2008 te Ede (Begraafplaatsen)


Kerkelijke begraafplaatsen nog steeds maatschappelijk noodzakelijk (Workshop 5)
Het begraven van onze overledenen was vele eeuwen lang een zorg van de lokale kerkgenootschappen. Het kerkhof lag rondom het kerkgebouw en toen dat niet meer mogelijk was, werd elders in de gemeente een begraafplaats aangelegd. Pas in de loop van de 19e eeuw nam de burgerlijke overheid begraaftaken op zich. Tot die tijd was de kerkelijke begraafplaats vrijwel de enige voorziening voor de ter aarde bestelling van overledenen.
Veel plattelandsgemeenten hebben pas enkele decennia geleden algemene begraafplaatsen aangelegd. En nog steeds is er een aantal gemeenten waar alleen kerkelijke begraafplaatsen bestaan. Veel kerkelijke begraafplaatsen bieden inmiddels ook niet-leden de gelegenheid tot begraven. De kerkvoogdijen bleven echter zorg dragen voor de exploitatie en het beheer ervan. Anno 2008 zijn er nog zo’n 440 gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland die een of meer kerkelijke begraafplaatsen in exploitatie hebben. Maar het beheer wordt nu gevoerd door de colleges van kerkrentmeesters.

De begraafplaatsen die niet door de overheid worden beheerd, worden bijzondere begraafplaatsen genoemd. Alle kerkelijke gemeenten die een begraafplaats exploiteren, worden tot de categorie van bijzondere begraafplaatsen gerekend. Artikel 38 van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) waarborgt het oude recht van kerkgenootschappen om eigen begraafplaatsen te hebben. Wat opvalt, is dat de Wlb weinig of geen regels voor het beheer van bijzondere begraafplaatsen stelt. Dit weerspiegelt het vertrouwen van de overheid én de samenleving in de praktijk van het beheer van de bijzondere begraafplaatsen.
Beheersproblematiek
Het beheer van een begraafplaats is er in de loop der jaren niet eenvoudiger op geworden. De eisen die de maatschappij stelt ten aanzien van kwaliteit, milieu, veiligheid en continuïteit van de begraafplaats zijn niet gering. Dat de Wlb nauwelijks voorschriften geeft waaraan het begraven dient te voldoen, komt omdat de wetgever er van uit gaat dat de houder van een begraafplaats zelf regels vaststelt. Een plaatselijk beheersreglement, dat de basis vormt voor een goed beheer, is dan ook onmisbaar. Bestuurders maar vooral ook nabestaanden weten daarmee wat van hen verwacht wordt en waaraan ze gehouden zijn.

Omdat kerkelijke gemeenten in ledental afnemen, kan de kwaliteit van de bestuurskracht in het geding komen. Ook in gemeenten met kerkelijke begraafplaatsen. Dan rijst soms de vraag om naar een andere vorm van beheer uit te zien. Bijvoorbeeld samenwerken met de burgerlijke gemeente, die wel of geen algemene begraafplaats beheert, of met andere omliggende kerkelijke gemeenten, of het beheer overdragen aan een plaatselijk of regionaal op te richten stichting. De inzet is de continuïteit en het behoud van de kwaliteit van de begraafplaats.
Uitbreiding
Maar niet alles is moeilijk en minder. Er zijn ook andere bewegingen. In verschillende gemeenten die hun begraafplaats vele tientallen jaren geleden hadden gesloten, bestaat de wens deze weer open te verklaren. Hiervoor zijn op plaatselijk vlak initiatieven genomen. Verder is er in enkele gemeenten de behoefte om de bestaande begraafplaats uit te breiden. In bepaalde kerkelijke gemeenten wenst men niet aan ruimen te denken, er zijn mogelijkheden om de begraafplaats uit te breiden, waarvoor beleid wordt gemaakt.

In dergelijke situaties heeft men te maken met de burgerlijke gemeente, die het bestemmingsplan moet aanpassen en die soms maatregelen voorschrijft die nodig zijn om de grond geschikt te maken om als begraafplaats te dienen. Van de burgerlijke gemeente mag verwacht worden dat zij de nodige faciliteiten biedt, die overigens bij wet geregeld zijn, om het de kerkelijke gemeente mogelijk te maken de begraafplaats te exploiteren.
Ongeveer de helft van het totale aantal begraafplaatsen in Nederland zijn kerkelijke begraafplaatsen. Alleen al uit het aantal blijkt, dat zij nog steeds een maatschappelijk noodzakelijke voorziening vormen.
Eeuwigdurende rechten
In vroeger tijden bestond meer dan thans de wens om tot de jongste dag begraven te kunnen worden. Dat is dan ook de reden waarom destijds graven voor onbepaalde tijd werden uitgegeven. Verschillende colleges van kerkrentmeesters worden nu nog geconfronteerd met de gevolgen van deze ‘eeuwigdurende’ rechten. Men heeft plannen om te ruimen, maar men beschikt niet meer over de adresgegevens van rechthebbenden. Er is vaak geen oud beheersreglement meer waarin destijds de rechten en plichten zijn vastgelegd. De veel voorkomende vraag die dan gesteld wordt, is hoe je als college van kerkrentmeesters met deze zaken moet omgaan, om te voorkomen dat het van onzorgvuldig handelen wordt beschuldigd. In de workshop zal hierop dieper worden ingegaan.
Nieuwe regelgeving
Sinds september 2006 ligt er een voorstel tot wijziging van de Wet op de lijkbezorging bij de Tweede Kamer. Het voorstel bevat ook een aantal wijzigingen dat betrekking heeft op begraafplaatsen. Het zijn geen ingrijpende wijzigingen. Een van de voorstellen is om het bestaan van algemene graven in de wet te noemen. Een ander voorstel is om de termijn waarbinnen begraven of gecremeerd moet worden, een dag op te rekken als de 5e dag na die van het overlijden in het weekeinde of op een algemeen erkende feestdag valt. Voorgesteld wordt ook om de adviestaken van de VROM-Inspectie, de vroegere Inspectie voor de hygiëne van het milieu, te schrappen. In de praktijk gaf deze inspectie toch al geen adviezen voor concrete situaties.

Een ander voorstel is om de termijn waarmee een bestaand graf verlengd mag worden, te verdubbelen van 10 naar 20 jaar. Maar een begraafplaats houdt de vrijheid om ook andere, kortere termijnen, aan te bieden. Dat laatste kan zinvol zijn, als sprake is van ruimtegebrek. Naar verluidt wordt op dit moment ook gedacht aan een aanvullend voorstel om de eigendomssituatie van grafmonumenten te wijzigen. En wel zo, dat rechthebbenden op graven ook juridisch eigenaar van het grafmonument zijn. Oppervlakkig beschouwd lijkt dit logisch, maar naar mijn mening schept het nieuwe, grotere problemen dan de huidige situatie waarbij een begraafplaatshouder door natrekking juridisch eigenaar is en de rechthebbende via het grafrecht de zeggenschap over het monument heeft. Derden, die schade lijden door een omgevallen monument, kunnen dan in een slechtere positie komen. Onduidelijk is ook wie verantwoordelijk is voor de steen als het grafrecht vervallen is.
Kerk en overheid
Burgerlijke gemeenten dienen de kerkelijke gemeenten die een begraafplaats beheren, zeker wanneer de burgerlijke gemeente niet over een algemene begraafplaats beschikt, in staat te stellen om deze taak naar behoren te verrichten.
Ook bij het funerair erfgoed, dat een onderdeel is van het religieus cultureel erfgoed, geldt dat het behoud hiervan een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van kerk en overheid. Wat mij echter opvalt is dat de kerkgenootschappen soms te bescheiden zijn om gebruik te maken van de mogelijkheden die voorhanden zijn, zoals bescherming en subsidie in het kader van gemeentelijk monumentenbeleid. Het jaar van het religieus cultureel erfgoed is een goed startpunt om uw funerair erfgoed bij de burgerlijke gemeente onder de aandacht te brengen.

De heer Van der Putten is directeur van de Stichting Grafzorg Nederland en parttime juridisch adviseur. Hij is o.a. auteur van het Handboek Wet op de Lijkbezorging, het Thematisch Handboek Lijkbezorging en was een aantal jaren voorzitter van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB).
Donatus verzekeringen
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Van Ree accountants
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Kantoor der Kerkelijke Goederen
© Copyright 2010 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis