Reddingsplan nodig voor Joodse begraafplaatsen
Geschreven door Vkb Datum: 15-11-2008
De Joodse begraafplaatsen in
Nederland zijn dringend aan groot
onderhoud toe, maar de kleine
Joodse gemeenschap is niet bij
machte hiervoor zorg te dragen.
Volgens hoofdrabbijn Jacobs ligt hier
een taak voor de overheid. Hij is van
mening dat het onderhouden van de
Joodse begraafplaatsen een collectieve
verantwoordelijkheid is. Uit
hoofde van zijn functie als hoofdrabbijn
kent hij de meeste Joodse
begraafplaatsen in ons land.
Dat het er zo veel zijn, heeft twee
oorzaken. Ten eerste was de Joodse
gemeenschap voor de duistere jaren
van de Tweede Wereldoorlog
uitstekend geïntegreerd in Nederland.
Toen na de oorlog slechts tien
procent van de Joden terugkwam,
— er zijn 102.000 Joden uit Nederland
vermoord —, begon het verval
van de begraafplaatsen. Maar verder
mogen deze begraafplaatsen niet
worden geruimd. Volgens het Joodse
geloof blijft er altijd een verbintenis
bestaan tussen de ziel en de stoffelijke
resten. Dat betekent dat ze tot
in lengte van dagen onderhouden
moeten worden.
De Joden die de oorlog hebben
overleefd, hadden wel wat anders
aan hun hoofd dan zich met het
onderhoud van begraafplaatsen
bezig te houden, zo zegt de heer
Jacobs. “Vaak werd een deal
gemaakt met de lokale overheid. In
ruil voor het eigendom van de grond
nam de gemeente het dagelijks
onderhoud van de begraafplaatsen
over. Maar vaak was dat niet meer
dan het gras maaien en in de herfst
de bladeren bijeen harken”.
Geen groot onderhoud gepleegd
Van groot onderhoud is er de
afgelopen 65 jaar geen sprake
geweest. Dat blijkt ook uit de
inventarisatie die het Nederlands
Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK)
laat uitvoeren naar de bouwkundige
staat van de Joodse begraafplaatsen.
“Het NIK doet er alles aan om op
respectabele wijze met dit stuk
Joods cultureel erfgoed om te gaan.
Het doet dat op een manier als de
kinderen zouden hebben gedaan als
die nog in leven waren geweest.
Maar nu het tijd is voor groot
onderhoud gaat dit niet meer en
moet er actie worden ondernomen”.
De heer Jacobs hoopt dat de
landelijke politiek het probleem van
het achterstallig onderhoud van de
Joodse begraafplaatsen oppikt. “Het
is een nationaal probleem. De Joden
hadden de Nederlandse nationaliteit.
Dat zij hun begraafplaatsen niet
meer kunnen onderhouden, is hen
niet te verwijten. Als je een erfenis
krijgt, moet je ook voor het onderhoud
zorgen”, aldus hoofdrabbijn
Jacobs in de kwartaaluitgave van het
Nationaal Restauratiefonds van april
2008.