Noodzakelijke aandacht voor het niet-museaal kerkelijk
Geschreven door Vkb Datum: 15-11-2008
In de workshop Kerkelijk kunstbezit, die tijdens het
VKB-congres van 19 april 2008 werd gehouden, werd de
inleiding verzorgd door de heer mr. J.M.Chr. Klok. De
heer Klok is o.m. voorzitter van de Commissie Kerkelijke
Gebouwen van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
en voorzitter van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit
Nederland.<br>
De workshop werd geleid door de heer G.L. Westerveld
en het verslag werd gemaakt door de heer W.J.J. Boot.
Workshop 4, VKB-congres 19 april 2008
Kerkgebouw en eredienst
Het onderwerp betreft uitdrukkelijk het niet-museale
religieuze kunstbezit. Het gaat hier om voorwerpen die
ten behoeve van de protestantse eredienst in het kerkgebouw
aanwezig zijn. Kernwoorden zijn daarom kerkgebouw
en eredienst. Zij hebben plaatselijk belang, maar
ook emotionele en belevingswaarde. Er is een geschiedenis
aan verbonden.
De bezittingen aan kunstvoorwerpen hebben een
communicatieve waarde, zij helpen bij het overbrengen
van de religieuze boodschap en het conserveren ervan
heeft dan ook een brede doelgroep: de eigen gemeenteleden,
de jeugd, maar ook diegenen die niet direct
religieus zijn geïnteresseerd als kunstliefhebbers en
anderen. Alle voorwerpen kunnen een rol spelen in die
communicatie. Elementen die deze communicatie
bepalen zijn Zien (toegankelijkheid is vereist), Leren
(uitleg geven) en Ondergaan (de sfeer kan bepalend
zijn), daarom moet conservering uitgaan van gastvrijheid,
warmte, uitstraling en ontmoeting.
Religieuze kunstvoorwerpen zijn samengesteld uit
materialen en hebben een doel. Die twee aspecten
bepalen de wijze waarop er in de conservering mee
wordt omgegaan. De gebruikte materialen variëren
enorm en dus varieert de conserveringsmethode mee.
Ook het doel varieert: zijn de voorwerpen bedoeld voor
gebruik bij de sacramenten doop en avondmaal (doopvont,
doopbekken, avondmaalsstel, liturgische kleden),
huisvesting (ouderlingen- en herenbank, dooptuin, enz.)
en openbaarmaking van bijzondere gelegenheden en
situaties (als predikantenlijst, psalmbord, rouwborden
enz.).
Eigen benadering
Zowel materialen als doel vereisen hun eigen benadering
bij conservering. Er is in alle gevallen deskundigheid
vereist.Tot die deskundigheid kunnen worden gerekend:
specifieke vereisten van conservering van materialen, het
archiveren/vastleggen, bewaken van de aanwezigheid,
veiligheid en wijze van openstelling. Natuurlijk mag een
deskundig afgesloten verzekering niet ontbreken.
Daarvoor zijn alle objecten van deskundigheid noodzakelijk.
Binnen de wettelijke kaders van de Monumentenwetgeving,
de Wet Behoud Cultuurbezit, de Erfgoedinspectie
en de eigen kerkorde is eveneens die deskundigheid
vereist. Hoewel de plaatselijke gemeente verantwoordelijk
is voor haar kunstbezit, mag men ervan uitgaan dat
wegens de wettelijke kaders, ook de overheid hierin een
verantwoordelijkheid draagt. Daarbij kan een beroep
worden gedaan op ondersteuning aan degenen die de
kunstvoorwerpen bewaren en beheren. Intern kan men
doen aan kennisoverdracht, extern kan men een beroep
doen op de eigen kerkelijke organisatie en de Stichting
Kerkelijk Kunstbezit in Nederland (SKKN).
Natuurlijk zal goed bewaren en beheren geld kosten.
Vooral waar de plaatselijke kerk onzeker is in haar
voortbestaan kan de vraag opkomen wat met de kerkelijke
kunst te doen als men niet langer in staat is de
bewaar- en beheertaken uit te voeren? Daarvoor is een
objectieve, planmatige aanpak noodzakelijk. Zorg voor
een draaiboek en laat u zich adviseren door deskundigen.
Roep ook het advies in van SKKN die op het terrein van
de Rooms Katholieke Kerk al een “vraag en aanbod”
database onderhoudt.
Conclusie
Ook het protestantse kerkelijk niet-museale kunstbezit is
dus waardevol. Beheer en behoud
hiervan vraagt om deskundigheid, zowel intern als
extern. Het is daarom gewenst dat ook de
kerk het belang van beheer en behoud van het roerend
religieus erfgoed onderschrijft en
daarvoor beleid ontwikkelt.
De daarvoor benodigde financiële middelen voor een
verantwoord beheer en behoud mogen
niet alleen voor rekening komen van de kerkelijke
gemeenten, maar dienen ook opgebracht te worden
door de overheid. Want het behoud en beheer van deze
waardevolle goederen is immers een gezamenlijke
verantwoordelijkheid van kerk en overheid.