Rust, reinheid en regelmaat, ook voor installaties
Geschreven door Ing. A. van Middelkoop Datum: 15-11-2006
Met het dalen van de buitentemperatuur komt ook het moment dat we onze kerken gaan verwarmen. De verwarmingsinstallatie moet, als dat nog niet is gebeurd,
zodanig ingesteld worden dat deze gaat verwarmen als dat nodig is. Daarmee begint vaak een spannende periode aan. De angst steekt de kop op dat de kerk weer eens
op zondagmorgen niet warm is of dat zelfs de verwarming het helemaal heeft opgegeven. In dit artikel een aantal tips die het verwarmingsleven iets aangenamer
kunnen maken en koude verrassingen kunnen beperken.
Veel zaken die voor de mens gelden, gelden ook voor
verwarmingsinstallaties en het bijbehorende gebouw.
Om optimaal te kunnen functioneren zouden we zelfs
kunnen zeggen dat de drie “R’s” ook bij de leefregels
van de verwarming in de kerk horen.
Rust
De eerste “R” staat voor Rust. Zoals een mens vaak problemen
heeft als op het laatste moment iets meer of
zelfs iets minder van hem wordt gevraagd, zo heeft ook
de verwarming een hekel aan een steeds weer variërende
gevraagde temperatuur. In de dagelijkse praktijk zien
we nogal eens installaties die tijdens het gebruik in temperatuur
moeten variëren. Net een graadje meer of toch
maar weer een graadje minder. Er wordt geklaagd over
de temperatuur dus stoken we de kerk maar weer een
beetje bij of er zijn klachten over tocht en we stoken
nog maar een beetje bij.
Het gevolg van deze manier van bijstellen van de temperatuur
is vaak een hoger energiegebruik dan noodzakelijk
en de installatie krijgt geen rust om zich in te stellen
op de gewenste temperatuur. Daarbij ontstaat zelfs de
kans op opslingeren van de installatie. Hiermee wordt
bedoeld dat in de verwarming een aantal temperatuurpieken
gaan ontstaan, waardoor warmteklachten ontstaat
met alle gevolgen van dien. Ons advies is om de
temperaturen één keer goed in te stellen en daarna niet
meer te wijzigen. Dit kan de huidige regeltechniek uitstekend
oplossen.
Reinheid
De tweede “R” staat voor Reinheid, waarmee we het
schoon zijn van de ketel, de verwarmingslichamen en de
opstellingsruimte van de ketel bedoelen. Wij adviseren
kleine verwarmingsinstallaties voor het stookseizoen een
onderhoudsbeurt te laten geven. Bij grotere installaties,
die over het algemeen twee maal per jaar een onderhoudsbeurt
nodig hebben, adviseren wij dit zowel direct
voor als direct na het stookseizoen te laten uitvoeren.
Bij het onderhouden van de verwarmingsinstallatie adviseren
wij, behalve het onderhoud aan de ketel, ook de
verwarmingslichamen en overige componenten op hun
functioneren te controleren, gangbaar te maken of desnoods
te vervangen. Niets is zo frustrerend als een afsluiter
die vast zit omdat deze normaal “toch nooit wordt
gebruikt” maar precies nu toch dicht moet. Of bij radiatorkranen
die normaal nooit dicht hoeven maar precies
nu dicht moeten omdat de radiator vervangen moet
worden.
Regelmatig zien wij ketelhuizen waarin alle restanten
van het oud papier, de defecte meubels en overige
ondefinieerbare onderdelen zijn opgeslagen. Wij adviseren
de kerkrentmeesters dit een halt toe te roepen en
ook het ketelhuis letterlijk schoon te vegen. Enerzijds om
brandgevaar te beperken. Anderzijds omdat ook een
installateur zijn werk moet kunnen doen. Een opstellingsruimte
voor technische installaties is nu eenmaal
geen opslagruimte.
Een schone ketel verbruikt minder energie, een schoon
verwarmingslichaam heeft minder energie nodig om hetzelfde
verwarmingseffect te leveren en een schone
opstellingsruimte werkt prettiger en ook sneller en veiliger.
Regelmaat
De laatste “R” staat voor Regelmaat. Door een installatie
regelmatig te laten controleren of daar zelf een rol in te
spelen ontstaat er een gevoel voor de installatie. U hoeft
helemaal geen expert of kenner te zijn om te zien hoe
een installatie zich gedraagt. Hoe bijvoorbeeld roestplekken
zich ontwikkelen en zwakke plekken zich in uw
installatie openbaren. Door regelmatig onder de vloer te
kijken wat er met de verwarmingsbuizen gebeurt, kunt u
snel potentiële storingen onderkennen.
Ook een mens moet geregeld een bezoek brengen aan
de tandarts om zijn gebit (en dus een onderdeel van zijn
levensmachine) te laten controleren en preventief te
laten behandelen. Zo heeft ook een installatie preventief
onderhoud nodig. Alle onderdelen hebben helaas een
beperkte levensduur.
De levensduur van veel kerken is bereikt doordat er onderhoud
is uitgevoerd. Om een installatie een installatieleven
lang blijvend te laten functioneren, moeten nu
eenmaal onderdelen vervangen worden. Aan u is de
keuze op welke wijze dat gebeurt. Wacht u tot een ketel
echt stilvalt of plant u het vervangen van onderdelen in?
Voor beide is iets te zeggen, waarbij echter in het eerste
geval de verwarming het over het algemeen opgeeft op
de koudste zondag van het jaar, precies voordat de kerkdienst
begint terwijl die dienst misschien wel de belangrijkste is van het hele jaar. Bij het preventief vervangen
van onderdelen kan ook altijd iets mis gaan, maar de
kans is dan sterk verkleind. Om u van dienst te zijn
geven we in het onderstaande lijstje een aantal richttijden
van gemiddelde theoretische levensduur van componenten.
Onderdeel Levensduur
In jaren
CV-ketel 15
Radiatoren 30
Leidingwerk 30
Afsluiters 10
Radiatorkraan 8
Convectoren 20
Luchtbehandelingskast 20
Luchtverhitter 15
Circulatiepomp 10
Expansievat 10
Regeltechniek in het algemeen 15
Ventilator 12
Daarbij komt dat een geplande vervanging over het
algemeen minder kosten met zich brengt, omdat u een
goede en nette prijs bij een installateur kunt bedingen
en het werk tijdens normale werktijden uitgevoerd kan
worden.
Zoals u ziet: een installatie is net een mens. Rust,
Reinheid en Regelmaat verlengen het leven en plezier
aan uw installatie, terwijl deze optimaal presteert.
De heer Van Middelkoop is adviseur voor kerkverwarming
van de VKB.