Plaatsing van zendontvanginstallaties in kerktorens
Geschreven door Vkb Datum: 15-8-2006

Zorgvuldigheid in acht nemen!!
In het op pagina 222 en 223 afgedrukte artikel wordt gewezen op aantal van belang zijnde aspecten voordat besloten wordt om tot plaatsing van zendontvanginstallaties over te gaan. Voor een paar zaken wordt de aandacht van de colleges van kerkrentmeesters gevraagd.
• Colleges van kerkrentmeesters dienen in voorkomende gevallen volledige overeenstemming met hun kerkenraad te hebben alvorens besloten wordt tot plaatsing van dergelijke installaties over te gaan. Een goed beheer van de eigendommen van de gemeente vereist ook dat er een afweging plaats moet vinden van zuiver materiële belangen en de immateriële belangen van de gemeente.
• Concreet spelen er de volgende aspecten:
a. het gezondheidsaspect, ook op lange termijn; daarover is nog weinig bekend;
b. de in brede lagen van de gemeente heersende gevoelens over de effecten van een antenne op de waardevermindering van de huizen en andere eigendommen rondom de te plaatsten installatie; en
c. de ethische aspecten van een kerkelijke gemeente die met de exploitatie van haar kerktoren fungeert als technische doorgeefluik aan de soms verwerpelijke programma’s of commerciële uitbating van 06-lijnen.
De laatste jaren zijn bij zendgemachtigden, zoals KPN
e.d., de kerktorens erg in trek. De eigenaren van kerktorens
worden benaderd door exploitanten van mobiele
telefonienetten met het verzoek of zij tegen betaling
van soms zeer aantrekkelijke bedragen een zendontvanginstallatie
in de kerktorens mogen aanbrengen. Een
aantal jaren geleden heeft onze vereniging aan een aantal
beheersaspecten rondom het plaatsen van deze apparatuur
aandacht besteed. De belangrijkste aspecten
drukken wij hieronder af.
Tenslotte is een Modelovereenkomst zendontvanginstallaties
bij ons Centraal Bureau (tel. 078 – 6393666)
beschikbaar. De overeenkomst is ook te downloaden van
de website www.kerkrentmeester.nl.
Ethisch aspect
Nadat een gemeente of het college van kerkrentmeesters
benaderd is met de vraag of men toestemming
wil verlenen voor het plaatsen en het gebruik van een
zendontvanginstallatie, is het van groot belang dat eerst
de kerkenraad zich uitspreekt of een dergelijk gebruik
past in het beleid van de kerkelijke gemeente. Financieel
gezien kan het voor het college van kerkrentmeesters
zeer aantrekkelijk zijn om jaarlijks enkele duizenden
euro’s huur te ontvangen. Maar belangrijker is de vraag
of de kerkelijke gemeente het gebruik van deze zendontvangstapparatuur
om redenen van ethische aard
gewenst vindt. Wat vindt de gemeente ervan wanneer,
door de aanwezigheid van de antenne, de verbinding
met allerlei (06-)lijnen tot stand komt?
Vergunning
Volgens artikel 11 van de Monumentenwet is voor het
plaatsen van een telecommunicatie-installatie een vergunning
vereist. Een aanvraag daarvoor zal vergezeld
moeten gaan van duidelijke tekeningen. Die moeten een
goed inzicht geven in de omvang van de aan te leggen
installatie. De tekeningen dienen ook inzicht te geven in
bevestiging- en verankeringdetails aan bestand werk.
Inhoudelijk zal de Rijksdienst voor de Monumentenzorg
(RDMZ) de plannen toetsen. Zij doet dat o.m. op het criterium
dat door plaatsing van de installatie het beeld en
silhouet van het monument niet aangetast wordt.
Op grond van artikel 43 lid 1 van de Woningwet valt
onder een vergunningvrij bouwwerk o.a. het plaatsen
van een antenne die van de voet van de antenne gemeten
een hoogte heeft van niet meer dan 5 meter. Is de
antenne langer dan moet er vergunning worden aangevraagd.
In de meeste gevallen zal daarom een bouwvergunning
nodig zijn. Dat geldt volgens artikel 43 lid 2 van
de Woningwet ook voor de antennes die geplaatst worden
op of aan een monument als bedoeld in de Monumentenwet
of in een provinciale of gemeentelijke
Monumentenverordening.
De eerste vraag die het college van kerkrentmeesters
moet stellen aan degene die een antenne wil plaatsen, is
of er een bouwvergunning is aangevraagd en zo ja, of
men daarvan een kopie kan overhandigen. In ieder geval
is het nodig in het contract te regelen dat de kerkelijke
gemeente volledig gevrijwaard wordt van alle mogelijke
gevolgen van het niet (volledig) krijgen of behouden van
een bouwvergunning en in dat verband niet aansprakelijk
kan zijn voor enige schade.
Toren eigendom van burgerlijke gemeente
In veel gemeenten is de kerktoren eigendom van de burgerlijke
gemeente. In de praktijk kan het zo zijn dat men
via de kerk bij de toren moet komen, waarbij de antenne
op de een of ander wijze via (of ook aan) het kerkgebouw
bevestigd moet worden, dan wel dat de antenne
als bliksemafleider gaat fungeren, of via (of ook aan) het
kerkgebouw een bliksemafleider moet worden gerealiseerd.
In dat soort situaties is het van belang dit vooraf te regelen,
ook al zal ermee rekening moeten worden gehouden
dat de zaak tussen de burgerlijke gemeente en de
eigenaar van de antenne beklonken kan zijn voordat het
college van kerkrentmeesters daarvan kennis heeft.
Colleges van kerkrentmeesters wordt geadviseerd over
dit onderwerp met het gemeentebestuur in contact te
treden en te vragen, indien overwogen wordt een vergunning
af te geven, met het college van kerkrentmeesters
vooraf overleg te plegen en het college van
kerkrentmeesters te betrekken bij contractbesprekingen
tussen gemeente en de exploitant van de antenne.
In die gevallen waarbij ook van het college van kerkrentmeesters
een bepaalde prestatie wordt gevraagd, valt te
bedingen dat een deel van de vergoeding ten gunste
van de kerkelijke gemeente komt.
Verder is het gewenst op te nemen dat het college van
kerkrentmeesters geen enkele aansprakelijkheid draagt
en aanvaardt voor het plaatsen, hebben en in stand houden
van een antenne aan de toren die eigendom is van
de burgerlijke gemeente. Ook is het raadzaam een bepaling
op te nemen dat de vergunninghouder en/of de burgerlijke
gemeente aansprakelijk is voor eventuele schade
aan het kerkgebouw, die voortvloeit uit het plaatsen
hebben en in stand houden van de antenne.
Zodra het college van kerkrentmeesters ervan op de
hoogte is dat het gemeentebestuur een vergunning terzake verleend heeft, is het van belang alsnog een brief
te schrijven. In die brief kan het college van kerkrentmeesters
zijn ongenoegen uitspreken over het feit dat
de burgerlijke gemeente, zonder vooroverleg met de
kerkelijke gemeente, met de eigenaar van de zendontvangstinstallatie
zaken heeft gedaan. Van belang is dan
om de hiervoor genoemde vrijwaringen alsnog te bedingen.
Contact met verzekeraar
Wanneer de kerktoren eigendom is van de kerkelijke
gemeente en het college van kerkrentmeesters gaat een
contract opstellen volgens een model dat door de Vereniging
voor Kerkrentmeesterlijk Beheer wordt geadviseerd,
dan is het van belang te weten hoe de verzekeraar
van het onroerend goed staat tegenover de plaatsing
van dit soort installaties. Geadviseerd wordt dan
ook de verzekeraar ervan in kennis te stellen wanneer
de kerkenraad besloten heeft tot plaatsing van een
zendontvanginstallatie over te gaan. Aan de overeenkomst
dienen zonodig de voorwaarden te worden
gesteld die de onroerend goed verzekeraar stelt.
Van belang is verder dat de huurder zich verplicht de
installatie zodanig aan te brengen en aangebracht te
houden, zodat voldaan wordt aan de eisen van NEN
1010 (=veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties)
en NEN 1014 (= bliksemafleiderinstallaties).
De mantels van de bekabeling van de GSM-installatie
moeten, zowel boven als onder, met de bliksemafleiderinstallatie
verbonden zijn. Is dit niet het geval, dan moet
de bekabeling in een gesloten kabelgoot worden aangebracht.
De bekabeling c.q. kabelgoot dient op zo groot
mogelijke afstand van de bestaande bekabeling in de
toren te worden aangebracht. De voedingsinstallatie
van de GSM-installatie moet worden voorzien van overspanningsafleiders.
Tenslotte is het wenselijk dat voor de GSM-installatie
een afzonderlijke voeding wordt toegepast, die in de
bestaande installatie van de toren overspanningsafleiders
worden geplaatst en dat er potentiaalvereffening
wordt toegepast.
Indien eenmaal besloten is tot het plaatsen van antennes
over te gaan, is het van belang dat men de installateur
tijdig informeert over het standpunt c.q. de voorwaarden
van de onroerend goed verzekeraar.
Financiën
Er zijn geen criteria voor de vaststelling van de omvang
van de vergoeding die de exploitant voor het gebruik
van zendontvanginstallaties moet betalen. De bedragen
lopen soms sterk uiteen. Een indicatie is € 4.000,— per
jaar per zendontvanginstallatie. Maar hogere bedragen
die de € 5.000,— te boven gaan, zijn zeker denkbaar.
Model-overeenkomst
Onze Vereniging heeft de beschikking over een “Modelovereenkomst
zendontvanginstallatie”. De overeenkomst
is ook te downloaden van de website
www.kerkrentmeester.nl. De kerkrentmeesters die nog
niet over internet beschikken, kunnen deze overeenkomst
opvragen bij het Centraal Bureau van de VKB,
postbus 176, 3300 AD Dordrecht, tel. 078 – 63.93.666.