Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
“So menichmael ghij hoor...
“So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach”
Geschreven door Dr. J.D.Th. Wassenaar   Datum: 15-2-2007
“So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach”


Vermeld worden het gebouw waarin de klok of de klokken hangt of hangen, de gieter, het gietjaar, de opschriften, de randschriften, de afbeeldingen, de versieringen, de doorsnede, het gewicht, de slagtoon, de functie, de ophanging en nog eventuele andere bijzonderheden, voorzover de gegevens bekend zijn.

Ik schreef: ‘voorzover de gegevens bekend zijn’. Want de oudste klokken zijn anoniem en ongedateerd. Wel dragen ze soms enige versiering. De oudste klok met een jaartal (1300) is in Stedum te vinden. Pas in de veertiende eeuw wordt het gebruikelijk om een klok met behulp van geboetseerde of uit dunne wasplaat gesneden letters ook van een korte tekst, een jaartal en een naam te voorzien. Wat dat laatste betreft: zijn het de voornamen van aan kloosters verbonden ambachtslieden die zich in het gieten van klokken hebben bekwaamd? Hoe dat ook zij: in elk geval verstaan ze hun vak zo goed, dat ze uit leem de gietvormen weten te maken die het toelaten dat daar het gesmolten brons in kan worden gegoten. Meestal gebeurt dat in of bij de kerk(toren) waar de klok moet komen te hangen. Ook in later tijd, tot in de zeventiende eeuw, worden de grote klokken ter plaatse gegoten.

In de teksten komt een klok vaak (in het Latijn) sprekend over zichzelf naar voren: ‘ter ere van … (heiligennaam) werd ik gegoten’, ‘ik werd gegoten door …’, ‘ik heet …’. Met dit gebruik kennen opdrachtgever en gieter aan een klok een eigen personificatie en zeggingskracht toe. Deze gewoonte of traditie wordt tot op heden, maar dan meestal in de landstaal, volgehouden.
Klokken gewijd
Het kerkelijke gebruik maakt het in de Middeleeuwen noodzakelijk, dat klokken gewijd worden. Zonder kerkelijke toestemming mogen ze niet meer door ongewijde personen of voor wereldlijke doelen gebruikt worden. Vanaf circa 1450 worden afbeeldingen van Christus aan het kruis en van heiligen aangebracht. De heiligenafbeeldingen staan soms op de klokwand, maar niet zelden ook in de tekstband. Ook zijn er enkele klokken waarop mogelijk een pelgrimsinsigne is afgebeeld. Later worden vaak afbeeldingen van familie- en stadswapens aangebracht om de relatie met opdrachtgevers en eigenaars te vereeuwigen. Dan, aan het einde van de Middeleeuwen, is de productie van klokken al niet meer in handen van kloosterlingen, maar een onderdeel van de werkzaamheden van ambachtelijke bronsgieters. Overigens: menig klokkengieter is dan tevens geschutgieter.

Voor het Groninger land zijn het in Bremen gevestigde klokkengietersbedrijf van Ghert Klinghe en zijn leerlingen (1433-1514) en dat van Geryt van Wou (circa 1450- 1527), zijn zoon(s) en compagnons in Kampen van belang geweest. Na de periode van de Kamper gieters komt het zwaartepunt eerst in Mechelen te liggen. Ook uit andere plaatsen worden wel klokken betrokken. Later voorzien rondtrekkende ambachtslieden, afkomstig uit Lotharingen, ter plekke in de behoefte aan klokken.

Een enkele lokale gieter levert een klein aantal exemplaren. In de zeventiende eeuw komen veel klokken uit Leeuwarden. In dezelfde eeuw heeft de stad Groningen langdurig klokkengieters binnen haar muren. Sedert 1789 gaat Andries Heeres I van Bergen het vak in Midwolda uitoefenen. Lange tijd is het familiebedrijf Van Bergen in Heiligerlee gevestigd. In 1980 wordt het onvoldoende gemoderniseerde atelier gesloten.
Daarmee komt een einde aan een firma die bijna twee eeuwen de klokkenproductie in het noorden van ons land gedomineerd heeft. In het bedrijfsgebouw is sinds 1987 een klokkengieterijmuseum gevestigd, sedert 1992 onder de naam Klokkengieterij Heiligerlee. In 1996 gaat Simon M. Laudy zelfstandig verder onder de naam Klokken- en Kunstgieterij Reiderland in Beerta.
Carillons populair
Het boek van Rots en De Olde gaat niet alleen over de luidklokken in Groningen. Ook de carillons worden besproken. Na de uitvinding van het stokkenklavier, omstreeks 1500 in de Zuidelijke Nederlanden, wint het klokkenspel snel aan populariteit. Al in het midden van de zestiende eeuw worden ook in Groningen carillons genoemd. In de zestiende eeuw hangt een klokkenspel in de Der Aa-kerk. Tijdens de belegering van de stad in 1594 wordt het beschadigd, maar het wordt daarna hersteld. Dat van de Martinitoren gaat bij de torenbrand van 1577 verloren. De bekendste gieters van klokken voor klokkenspelen zijn François Hemony (1609-1669) en zijn broer Pieter (1619-1680), die aanvankelijk tot de rondreizende klokkengieters uit Lotharingen behoren. Ze vestigen zich in 1644 in Zutphen, van 1657 tot 1680 staat hun gieterij in Amsterdam. Hun leerlingen bereiken helaas niet hun niveau. Voor de carillons vormen de zeventiende en de achttiende eeuw een bloeitijd. In de negentiende eeuw neemt de belangstelling sterk af. Maar in de twintigste eeuw worden weer heel wat carillons vervaardigd.

De Tweede Wereldoorlog heeft voor het Nederlandse klokkenbestand desastreuze gevolgen. Van de 296 klokken die vóór de oorlog in Groningen hangen, gaan 166 door de vordering voor de Duitse oorlogsindustrie verloren. Na de oorlog worden de afgevoerde maar nog niet versmolten klokken zo veel mogelijk naar hun oorspronkelijke plaats teruggebracht en weer opgehangen. De gaten, gevallen door verloren klokken, worden gedicht door deze te vervangen door nieuwe. Dit kan bewerkstelligd worden door subsidiegeld van de rijksoverheid. Behalve ter vervanging van verloren klokken worden nieuwe klokken geleverd voor nieuwe kerken die in uitbreidingswijken van steden en dorpen worden gebouwd. Deze aanwas komt vooral door de ontkerkelijking weer tot stilstand.
Alleen in Groningen
Het Boek “So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach” is opgedragen aan de nagedachtenis van Adolf Pathuis, die in 1945 samen met M.A. de Visser een inventarisatie van de in Groningen aanwezige klokken gaf. In 1977 en 1978 verscheen een bijgewerkte versie van zijn hand. Een werkgroep van vrijwilligers completeerde het overzicht naar de stand van 2005. Uit de uitvoerige ‘Literatuurlijst’ in het boek is op te maken, dat in geen enkele andere provincie een dergelijke inventarisatie voorhanden is. In dit opzicht geldt in ieder geval: “Er gaat niets boven Groningen!”

Besproken: Adolph Rots en Harry de Olde, So menichmael ghij hoort den helderen clockenslach. Een inventarisatie van luid- en speelklokken in de provincie Groningen. Gebonden uitgave, 224 p. Philip Elchers, Groningen 2005. ISBN 9050480861. Prijs: 32,50 euro. Bij het boek behoort een cd met geluidsopnamen van bijna zestig luid- en speelklokken.

Dr. J.D.Th. Wassenaar is sedert 16 mei 2004 als predikant verbonden aan de protestantse gemeente te Hellendoorn. Van 11 februari 1996 tot mei 2004 was hij predikant van de hervormde gemeente Workum en de Samen op Weg-gemeente It Heidenskip.
Ik wil starten met VKB Academy.
Kantoor der Kerkelijke Goederen
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Van den Heuvel orgelbouw
Van Ree accountants
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis