Uw kerk bekeken
Geschreven door Vkb Datum: 15-3-2008
Ver voor de Reformatie, in het jaar
1155, wordt Lopik voor het eerst als
parochie vermeld. Aangenomen
wordt dat er toen al een kerk stond
op de plaats waar nu de huidige
kerk staat. Rond het jaar 1500 komt
de bouw gereed van een kruiskerk,
waarbij het bestaande koor wordt
verhoogd.
Dorpskerk van Lopik
Deze kerk, gewijd aan Sanctus
Salvator (de Heilige Verlosser), heeft
voor een dorp als Lopik forse
afmetingen. De totale lengte
bedraagt ruim 40 meter met een
opvallend hoge toren van 50 meter.
De parochie, gelegen tussen het
huidige Nieuwegein en Schoonhoven,
is zeer uitgestrekt als lintdorp
langs de Lopikerwetering met een
lengte van ongeveer 20 km.
Over de natte winterse kleiwegen is
de hoofdkerk voor velen moeilijk of
niet te bereiken. Al snel verrijzen er
twee kapellen, namelijk te Lopikerkapel
en te Cabauw. Lopikerkapel is
in 1620 een zelfstandige hervormde
gemeente geworden, terwijl
Cabauw eigenlijk altijd rooms-katholiek
is gebleven.
Omdat er in 1820 nog maar één
gezin naar de kerk in Lopikerkapel
ging, werd besloten de kapel aldaar
af te breken. Relatief vrij laat gaat
Lopik over tot ‘de nije leere’. In
1590, dus 70 jaar na Luthers optreden,
wordt de laatste pastoor
Nicolaus Lecquir de eerste hervormde
predikant van Lopik.
Toren
De klok die nu in de toren hangt,
dateert van 1562. Daarvoor hing er
een klokje uit 1462. Het opschrift
van de huidige klok luidt: “Johannes
Evangelista is mijnen naem. Mij
gheluijd sij Gode bequaem. Jan
Moor maakte mij int jaer ons Heren
1562”. Een opvallend detail is dat de
letters N en IJ in spiegelbeeld staan.
In 1605 schenkt het Dijkcollege aan
de kerk een zware luidklok, die
gebruikt moet worden in geval van
watersnood. Die klok woog 2138
pond.
De Lopikse kerkmeesters hebben na
dit geschenk de smaak te pakken
met het hangen van klokken in de
kerktoren. Ze lieten in 1606 nog een
klok gieten met het opschrift:
“Gorvert van Amerongen, Schout,
Maerten Mathysz, Adriaen Jansz.
Kercmeesters tot Looppick, Cornelis
Hendrikcz tot Cabau, hebben deze
Clock tot cieraat van de parochien
doen gieten. Godt wil haer naemaels
tot salicheit laeten genieten.
Henricus Meurs me fecit — anno
1606.»
Het opschrift op deze klok betekent
heel wat, zeker na 16 jaar van
hervormde prediking in Lopik.
Mogelijk dat de kerkmeesters
probeerden om op rooms-katholieke
wijze met hun “goede werken“ in
het hiernamaals te komen. Veel
geluk heeft Lopik niet met de
klokken. In 1651 wordt de klok
opnieuw gegoten omdat de klok van
de kerkmeesters is gebarsten.
Misschien is het gewicht van al die
klokken noodlottig geweest voor de
van verre zichtbare toren. In 1790
staat de kerktoren namelijk minstens
een meter in zuidelijke richting uit
het lood. De toren moest 25 meter
worden ingekort om omvallen te
voorkomen. Dat bleek niet genoeg
te zijn, want in 1797 werd nog eens
7 meter van de toren afgebroken. In
1818 werd het restant van de eens
zo fiere toren afgebroken en 12
meter van het schip van de kerk, dat
aan de toren grenst. Ter afsluiting
werd een nieuwe westgevel gemetseld.
Totale restauratie
Aan het einde van de 19e eeuw
werd bij een kleine restauratie het
éénklaviers pijporgel aangekocht bij
de firma Van Dam uit Leeuwarden.
In de loop van de zestiger jaren van
de vorige eeuw, was een totale
restauratie noodzakelijk. Tijdens die
restauratie werd het schot verwijderd,
dat het koor vele eeuwen van
de kerk heeft gescheiden. De
preekstoel werd naar de westgevel
verplaatst en in het voorjaar van
1967 werd de kerk weer in gebruik
genomen.
In de tachtiger jaren bleek dat het
orgel, na bijna een eeuw in gebruik
te zijn geweest, danig in verval te
zijn geraakt. Besloten werd tot
restauratie over te gaan, waarbij een
tweede manuaal werd aangebracht.
Aan het eind van de vorige eeuw is
de kerk voorzien van dubbele
beglazing. De oude glas-in-loodramen
werden verwijderd en tussen de
dubbele beglazing geplaatst. Op
deze wijze probeert de hervormde
gemeente te Lopik haar kerkgebouw
in goede staat te houden.