Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
ONDERHOUD VAN PIJPORGELS
Geschreven door P. van Dijk   Datum: 15-11-2005
ONDERHOUD VAN PIJPORGELS


Een pijporgel is een kostbaar bezit. Kerkrentmeesters die betrokken zijn (geweest) bij groot onderhoud, restauratie of renovatie van een pijporgel zullen dit in financiële zin kunnen beamen. Een pijporgel bevat nu eenmaal, behalve pijpen, zeer vele andere onderdelen, en orgelbouw is een gespecialiseerd handwerk. Maar een pijporgel is ook in inhoudelijke zin een kostbaar bezit. De oudste, in goed bespeelbare staat verkerende orgels in Nederland dateren uit de 16e eeuw. Een degelijk gebouwd orgel kan, mits goed onderhouden, dus eeuwen mee. Dit in volstrekte tegenstelling tot elektronische orgels, die qua gemiddelde levensduur te vergelijken zijn met bijvoorbeeld een televisietoestel. Tenslotte is een goed pijporgel ook een sieraad voor het kerkgebouw en kunnen de klanken ervan de erediensten zeer verrijken.

Klimaat

Er is derhalve alle reden om een pijporgel in goede conditie te houden. Dat begint met het zorgen voor zo goed mogelijke klimatologische omstandigheden. Pijporgels zien er vaak zeer robuust uit, maar zijn uiterst gevoelig voor verhoudingsgewijs extreme klimatologische situaties. Met name de relatieve luchtvochtigheid is in dit verband belangrijk. In het windwerk en het winddistributiesysteem van een pijporgel zijn vele houten onderdelen (met leerbekleding) verwerkt, die ervoor zorgen dat de voor het aanblazen van de pijpen noodzakelijke luchtstroom (orgelwind) uitsluitend bij de pijpen terecht komt en niet ergens onderweg ‘ontsnapt’. Als de relatieve luchtvochtigheid te laag wordt, dat wil zeggen onder de 50 pct. komt, drogen hout en leer zodanig uit dat het scheurt of dat hout (onomkeerbaar) krimpt.

De leerbekleding van blaasbalgen en hoekverbindingen zal snel uitdrogen en scheuren. Er zal dan orgelwind ontsnappen, met als gevolgen dat de pijpen minder wind krijgen en dus niet meer zuiver klinken, en dat er pijpen meeklinken als dat in het geheel niet de bedoeling is. Dergelijke schade aan het houtwerk verdwijnt niet vanzelf als de relatieve luchtvochtigheid weer boven de 50 pct. stijgt. Ze is blijvend, ingrijpend herstel door een orgelmaker is noodzakelijk, en dat is een kostbare zaak. Het is voor het behoud van het orgel (en trouwens alle houtwerk in het kerkgebouw) belangrijk dat de relatieve luchtvochtigheid tussen de 50 en 85 pct. wordt gehouden. Dat vereist met name in het stookseizoen regelmatig extra maatregelen. Door het verwarmen van de kerkzaal zal de relatieve luchtvochtigheid betrekkelijk snel onder de 50 pct. dalen, met name bij heteluchtverwarmingen. Als er dan ook nog een verwarmingsrooster dicht bij het orgel staat………….
Opstoken
Laten we hier uitgaan van een piëteitvolle omgang met de verwarmingsschakelaar. Het opstoken kan het beste in fasen geschieden, te beginnen vanaf (afhankelijk van de capaciteit van de verwarming en het te overbruggen temperatuurverschil) zo’n 12 à 14 uur voordat de kerkzaal op temperatuur (liefst bij het orgel niet warmer dan 21 graden) dient te zijn, en vervolgens na iedere paar graden temperatuurstijging een paar uur te ‘pauzeren’. Uitschakelen van de verwarming, of lager zetten, kan ook reeds geschieden voordat de laatste kerkganger het gebouw verlaten heeft. Het aanhouden van een doordeweekse temperatuur van 15 graden is slecht voor het orgel en is geldverspilling. Een beveiliging voor een minimumtemperatuur van 10 graden is voldoende, en feitelijk zelfs niet noodzakelijk. Een orgel is niet zelden in etages gebouwd. Temperatuurverschillen tussen die etages veroorzaken ook toonhoogteverschillen (een warme orgelpijp klinkt hoger dan een koude). Door fasegewijs opwarmen worden die verschillen niet teniet gedaan, maar zullen ze wel minder groot zijn. Bij temperatuurdaling keert cq. keren de toonhoogte(s) weer tot hun oude waarde(n) terug.
In het algemeen houden pijporgels dus niet van (kerk)verwarmingen. Er is in het stookseizoen een meer dan gerede kans dat hier en daar kleine, niet direct storende orgelwindverliezen optreden. Die verliezen hebben wèl gevolgen als het orgel in het stookseizoen algeheel (generaal) wordt gestemd. Want als de kachel uit is en de minieme windlekjes weer dichtgetrokken zijn, krijgen de pijpen weer meer wind en blijkt het orgel niet meer zuiver gestemd te zijn. Een generale stemming kan (‘ijs en weder dienende’) het beste plaatsvinden in de periodes eind mei tot begin juli of eind augustus tot begin oktober. Generaal stemmen vlak voor Kerst of Pasen is ronduit schadelijk voor het orgel. Trouwens, hoe minder een orgel (behalve de zogenoemde tongwerken, zoals trompet en fagot) wordt gestemd, hoe beter het voor de pijpen is. De meeste orgelpijpen zijn namelijk van een, materieel gezien kwetsbare, alliage van lood en tin. Met name kleine pijpjes kunnen snel beschadigd raken, zelfs bij zorgvuldig en voorzichtig stemmen.
Een degelijk gebouwd en goed onderhouden orgel hoeft overigens ook niet ieder jaar generaal te worden gestemd. Eenmaal per twee jaar, bij sommige orgels nog minder frequent, is echt voldoende, mits in de tussenliggende jaren de stemming goed wordt gecontroleerd en waar nodig bijgewerkt.
Regelmatig onderhoud
Door regelmatig goed klein onderhoud kan die periode zelfs verlengd worden. Groot onderhoud kan meestal in fasen worden uitgevoerd, in hoeveel, en in welke, is per orgel(type) verschillend. Zowel voor klein als groot onderhoud is het aanbevelenswaardig een meerjaren onderhoudsplan op te laten stellen. Daartoe kan ondersteuning worden gevraagd van de Commissie orgelzaken. Zelf heb ik als orgeladviseur van de protestantse gemeente Utrecht sedert 1989 ervaring in het werken vanuit meerjaren onderhoudsplannen en -begrotingen. We zijn begonnen met een inventarisatie van de onderhoudstoestand van alle orgels, en waar nodig is vervolgens klein of groot/groter onderhoud uitgevoerd. Dit, en het goed structureren van het reguliere onderhoud, wierp in de daarop volgende jaren zijn vruchten af: alle orgels staan er goed bij en de begrotingen voor orgelonderhoud en -restauratie konden naar beneden worden bijgesteld. Door bijvoorbeeld het groot onderhoud aan het Marcussen-orgel (1957) van de Nicolaïkerk te faseren, konden de kosten daarvan over drie begrotingsjaren worden verdeeld en zal een ooit noodzakelijke restauratie van dit orgel minstens een decennium later kunnen plaatsvinden.

Voor orgels die op de rijksmonumentenlijst staan, gelden speciale regels en subsidiemogelijkheden. Op dit moment zijn er nog aparte regelingen voor restauratieen voor onderhoudssubsidie. Deze beide regelingen zullen worden samengesmolten tot een instandhoudingsregeling, waarvan ook een meerjaren onderhoudsbegroting deel zal gaan uitmaken. Wanneer en op welke wijze deze nieuwe regeling zal worden ingevoerd, is nog niet geheel duidelijk.
Vrijwilligers
Tenslotte nog een geldbesparende tip: voor het (bij)stemmen van een orgel zijn meestal twee personen nodig: een orgelstemmer en iemand die de toetsen ingedrukt houdt. Voor de eerste persoon is het vanzelfsprekend een beroep te doen op een goede orgelmaker - goed onderhoud is als gezegd het behoud van uw kostbare orgel. Voor het indrukken van toetsen is niet persé een betaalde kracht nodig. Dit kan ook worden gedaan door een vrijwilliger uit de eigen gemeente die voldoende kennis van noten en toetsen heeft. Aldus kan op de stemrekening al gauw eenderde deel worden bespaard. Bij de schoonmaak van het interieur van het orgel in de Utrechtse Wilhelminakerk hebben onder leiding van de orgelmaker(!) gemeenteleden geholpen met het bij het orgel wegdragen en weer terugbrengen van de grotere pijpen en de bakken met kleinere pijpen. De rekening viel daardoor ruim zes mandagen lager uit.

Een pijporgel is een kostbaar bezit. Laten we er goed mee omgaan en het voor het onderhoud ervan bestemde geld op een verantwoorde manier besteden.

De heer Van Dijk is orgeladviseur van de protestantse gemeente Utrecht en orgeladviseur van de Commissie Orgelzaken.
Ik wil starten met VKB Academy.
Van Ree accountants
Van den Heuvel orgelbouw
Kantoor der Kerkelijke Goederen
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis