Een 275-jarige: het orgel in de Grote kerk te Maassluis
Geschreven door Vkb Datum: 15-10-2008
De grote kerk in Maassluis, gebouwd
op het Schanseiland en voltooid in
1639, is ontworpen door Hendrick de
Keyser. Evenals bij de eerder
gebouwde Noorderkerk in Amsterdam
is het grondplan dat van een
Grieks kruis. De houten tongewelven,
onder architectuur van Gillesz
van der Pijpen, doen denken aan de
scheepsbouw. Aanvankelijk had men
op het midden van het kruis van het
dak een houten toren geplaatst.
Toen echter na tien jaar het dak ging
doorzakken, heeft men aan de
westzijde van de kerk een nieuwe
toren gebouwd, waarop de oude
houten toren als bovenste deel werd
geplaatst. Op het kruis van de kerk
werd een kleine vieringtoren met
windwijzer geplaatst.
Maassluis heeft zijn historie in de
visserij. Dat de kerk bekostigd werd uit onder meer de belastingopbrengsten
van de in Maasluis
aangevoerde vis, is dan ook niet
verbazingwekkend. Veel zaken in de
kerk herinneren aan de zeevisserij,
zoals het Visserijbord geschilderd
door Abraham van Beyeren, volgens
zeggen een leerling van Rembrandt.
Maar ook de vele scheepsmodellen
getuigen hiervan. Bijzonder zijn de
in 1643 aangebrachte galmborden,
aan weerszijden van het koorhek.
De Maassluisse kleermakers konden
niet bij de vissers achterblijven, dus
schonken zij in 1650 een gildebord.
Het meest in het oog springend in
deze kerk is het Garrelsorgel. Arp
Schnitger heeft veel beroemde
orgelbouwers opgeleid. Rudolph
Garrels, geboren in 1675 in het
Oost-Friese Norden, was vanaf 1697
één van hen. Van zijn hand zijn dan
ook de orgels van Maasland (1724-
1725), Maassluis (1730-1732),
Purmerend (1739-1742) en Klundert
(1749-1750).
Govert van Wijn had in zijn leven als
reder in de zalmvisserij goed
geboerd. Hij was daarom een
notabele van Maassluis die ook een
periode penningmeester was van de
“Visscherij van Maasluijs”. De heer
Van Wijn heeft in de laatste jaren
van zijn leven veel goede dingen
gedaan. Zo liet hij in de Veerstraat
trappen maken over de dijk zodat
het gelovige volk, en hijzelf, wat
gemakkelijker ter kerke konden
gaan. In 1729, honderd jaar na het
begin van de bouw van de kerk,
schonk hij de gemeente een orgel.
Echter onder één voorwaarde,
namelijk dat elk jaar slechts één
kerkmeester zou worden vervangen
door een nieuwe, in plaats van het
gebruik dat elk jaar twee van de vier
kerkmeesters werden vervangen.
Het orgel kostte destijds bijna 20.000
gulden. Ook schonk Govert van Wijn
een bedrag van 10.000 Engelse
ponden dat hij ‘eeuwigdurend’
vastzette op een Engelse bank. Uit
de revenuen van dit fonds zouden
organist, orgeltrappers en orgelonderhoud
bekostigd worden. Overigens:
tot op de dag van vandaag
wordt de rente van dit fonds
overgemaakt naar de kerkrentmeesters.
Op 4 december 1732, de dag
dat Govert van Wijn 90 jaar oud
werd, vond de overdracht plaats en
werd het orgel feestelijk in gebruik
genomen, aldus een publicatie in
“de Orgelvriend” van juni 2008.