Nieuwe regeling voor pacht
Geschreven door Vkb Datum: 15-10-2007

Uit een persbericht van 24 april 2007
van het Ministerie van Justitie blijkt
dat de Eerste Kamer heeft ingestemd
met een voorstel van de
ministers Hirsch Ballin (Justitie) en
Verburg (Landbouw) voor een
nieuwe regeling voor pacht, die een
oplossing biedt voor in de praktijk
gerezen knelpunten. De huidige
Pachtwet is onoverzichtelijk en
weinig flexibel. Daarbij is de redactie
van de wet op veel plaatsen nog
afgestemd op wetgeving die
inmiddels achterhaald is.
De pacht van los land wordt in
belangrijke mate geliberaliseerd. Zo
vervalt de maximale termijn van twaalf jaar voor de huidige éénmalige
pachtcontracten. Hiervoor in de
plaats komen contracten voor de
pacht van los land van korter dan zes
jaar en van zes jaar en langer. Voor
de pachtcontracten van eerstgenoemde
categorie geldt het dwingende
pachtrecht niet. De pachter
heeft geen opzeggingsbescherming
en geen voorkeursrecht, terwijl er
geen pachtprijstoets plaatsvindt.
Partijen hebben hier contractsvrijheid.
Voor laatstgenoemde categorie,
dus contracten van zes jaar en
langer, vindt vanaf de eerste dag van
de looptijd van de overeenkomst wel
een pachtprijstoets plaats.
Ook bepaalt de nieuwe pachtregeling
dat het voorkeursrecht bij
overdacht aan een veilige verpachter
niet meer in alle gevallen van
toepassing is. In de huidige situatie
is de verpachter, die tot vervreemding
van het verpachte wil overgaan,
verplicht de pachter bij
voorkeur in de gelegenheid te
stellen het verpachte te verkrijgen.
Op deze regel komt nu een uitzondering
voor het geval de opvolgende
nieuwe eigenaar belooft de pachtrelatie
duurzaam in stand te zullen
houden.
Verder blijven de grondkamers
bestaan, die zijn ondergebracht in
de Uitvoeringswet grondkamers. De
pachtkamers bij de rechtbanken en
bij het gerechtshof te Arnhem
blijven eveneens bestaan. Nieuw is
de mogelijkheid van cassatie bij de
Hoge Raad. De huidige Pachtwet
verdwijnt en de nieuwe regeling, die
op 1 september 2007 in werking
treedt, krijgt een plaats in Boek 7
van het Burgerlijk Wetboek, aldus
het persbericht.