Geen bouwvergunning nodig bij restauratie aan monument
Geschreven door G.L. Westerveld Datum: 21-4-2009
Het College van Kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente Waalwijk-Centrum schrijft geschiedenis. Na een langdurige juridische strijd met de burgerlijke gemeente Waalwijk werden de kerkrentmeesters in het gelijk gesteld en konden zij de reeds betaalde leges voor de restauratie terugvorderen.
30 Euro, 7.646 euro, 1.000.000 euro. Het één staat nauwelijks in verhouding tot het ander. Totdat u weet waar deze bedragen voor staan: een met moeite gedane donatie, ten onrechte betaalde bouwleges en de totale bouwsom van de restauratie van ‘de Kerk aan de Haven’ in Waalwijk. De moraal van het hiernavolgende verhaal: vraag nooit een bouwvergunning aan voor uw kerkgebouw als u niet voor 100 pct. zeker weet dat u er een nodig heeft. Heeft u er al een onterecht in de maag gesplitst gekregen, dan schreef het Waalwijkse college van kerkrentmeesters voor u jurisprudentie en is er een uitweg.
Mei 2007. De Pinksterdienst is geweest. De ‘Kerk aan de Haven´ Waalwijk gaat dicht. Over krap zestien weken gaat ons monumentale onderkomen op de derde zondag van september weer volledig gerestaureerd open. Het was een tour de force om het benodigde geld van 1 miljoen euro bij elkaar te krijgen, maar het is ons gelukt. De steigers staan al klaar langs het schip. De bouwlui kunnen veilig aan de slag met het vervangen van de leien en de glas-in-lood ramen. Op de begane grond kunnen ze aan het werk met het zo door onze gemeenschap gewenste tochtportaal. Binnen brengen we de boel in gereedheid voor het vervangen van het pleisterwerk en het vergroten van het podium. We hebben er zin in.
De monumentenvergunning is binnen, dus we kunnen van start. Jammer dat we van ’t Rijk geen monumentensubsidie hebben gekregen, maar daar treuren we niet te lang over. De gewijzigde woningwet 2007 vrijwaart ons van het aanvragen van een bouwvergunning voor restauratiewerkzaamheden. Daar sparen we een bedrag van een paar duizend euro mee uit. Denken we.
Wetswijziging? Nooit van gehoord.
Er komt een ambtenaar van Vergunning en Handhaving voorbij. Hij is verbaasd over de steigers. We hadden niet alleen voor het tochtportaal en het podium een bouwvergunning moeten aanvragen, maar ook voor de leien, de glas-in-lood ramen en het stucwerk, zo zegt hij. Van de wetswijziging voor restauratiewerkzaamheden heeft hij niet gehoord. Een pakketje van de kerkrentmeesters later – met daarin de wijzer van VROM, de wetswijziging, een boekje van Monumentenzorg en de nodige losse uitleg – blijkt de boodschap nog steeds niet te landen.
De wethouder belt. Hij adviseert het college van kerkrentmeesters om, ondanks al onze wettelijk gefundeerde argumenten, vooral een bouwvergunning aan te vragen. Anders legt de betreffende ambtenaar het werk stil. Over bouwleges hoeven we ons geen zorgen te maken, dat regelt hij. Gelukkig maar. We weten hoeveel moeite sommige leden van onze gemeenschap zich hebben getroost om een donatie te doen. We dienen daarom alsnog een aanvraag voor een bouwvergunning in.
Bezwaar? Niet ontvankelijk
Juni 2007. Er valt een brief in de bus met daarin de bouwvergunning én het verzoek om 7.646 euro aan bouwleges te betalen. Het college van kerkrentmeesters is verbijsterd. We bellen de gemeente, maar die wil niet voor de leges opdraaien. De ambtenaar houdt nog steeds voet bij stuk: hij heeft gelijk, wij ongelijk. Het college van B&W weet zich geen raad en steunt de ambtenaar.
Het college van kerkrentmeesters besluit medio juli bezwaar in te dienen tegen de noodzaak om een bouwvergunning aan te vragen en vordert de bouwleges terug. Wederom voegen we een pakketje informatie toe met daarin onder andere de wijziging van de woningwet ter ondersteuning van onze mening dat we voor het plegen van onderhoud geen bouwvergunning nodig hebben. Alle moeite ten spijt verklaart de Commissie Bezwaarschriften niet ontvankelijk te zijn voor onze argumenten.
Gesterkt door mijn decennia lang opgebouwde kennis als bouwprojectmanager besluit het college van kerkrentmeesters hierop de gang naar de rechtszaal te maken. Om te voorkomen dat we straks eenzelfde bedrag als de onterecht gevorderde bouwleges kwijt zijn aan een advocaat, neemt mr. P.A. de Lange (voorzitter van de VKB) van Vos & De Lange Advocaten de zaak pro deo voor zijn rekening. Mijn adviesuren worden betaald door Brink Groep. Na lezing van alle stukken stelt de heer De Lange ons gerust met de woorden: “Wij gaan jurisprudentie maken!”
Bouwleges terug? U krijgt de helft.
We treffen het in de rechtbank: we krijgen een rechter in opleiding én een ervaren rechter. De rechter in wording vraagt zich af waarom wij ons bij een verbouwing van één miljoen euro druk maken om een bedrag van nog geen achtduizend euro. Ik leg uit dat tussen onze donateurs mensen zitten die met pijn en moeite dertig euro hebben gegeven om het kerkgebouw te laten opknappen. Voor hen is een bedrag met drie nullen van ongekende grootte.
Voor de rechter is deze zienswijze nieuw en vooral: sympathiek. Ze luistert bereidwillig naar onze argumenten en buigt zich over de wijziging in de woningwet. In oktober 2008 komt de rechtbank met de uitspraak dat een deel van onze restauratiewerkzaamheden – leien, glas-in-lood ramen en pleisterwerk - volgens haar aan te merken zijn als normaal onderhoud en dat hiervoor geen bouwvergunning is vereist.
De gemeente moet de vergunning intrekken. Hoera. Nee. We juichen te vroeg. De ambtenaar blijft voet bij stuk houden; de rechter is volgens hem niet terzake kundig. Hij adviseert het college van B&W in hoger beroep te gaan. Deze geeft hier na het nodige overleg gelukkig geen gehoor aan en verklaart zich ontvankelijk voor de uitspraak van de rechter. Hoera. Nee. Weer te vroeg gejuicht. De gemeente blijkt volgens de legesverordening te kunnen volstaan met het terugstorten van de helft van de reeds door ons betaalde bouwleges…
We krijgen toch gelijk
Februari 2009. Eindelijk. We hebben het officieel op schrift: we krijgen onze bouwleges ad 7.646 euro tot op de laatste cent terug en kunnen onze donateurs met de hand op ’t hart vertellen dat iedere eurocent aan het opknappen van ‘de Kerk aan de Haven’ in Waalwijk – zoals hij in de volksmond heet - is besteed.
Ondertussen schrijven we geschiedenis in de rechtsgang. Een prettig gevoel; alle colleges van kerkrentmeesters zien zich vroeg of laat geconfronteerd met onderhoud of restauratie. Met onze jurisprudentie voorkomen we dat daarbij duizenden euro’s onterecht in de kassen van de Nederlandse gemeenten verdwijnen en in plaats daarvan besteed kunnen worden aan deze veelal monumentale panden. Nou ja, de helft van vele duizenden euro’s, want niet iedere gemeente zal van zins zijn om het hele bedrag terug te storten bij een onterecht verleende bouwvergunning.
Mijn moraal van dit verhaal is daarmee: vraag nooit een bouwvergunning aan als u niet voor 100 pct. zeker weet dat u hem nodig hebt!
(Dit verhaal is een sterk vereenvoudigde weergave van de lappen juridische tekst die wij de afgelopen twee jaar hebben verzameld. Wie zich beter in de materie wil inlezen is bij deze van harte uitgenodigd om bij mij alle stukken op te vragen.)
De heer Westerveld is voorzitter van de kerkenraad van de hervormde gemeente Waalwijk-Centrum en penningmeester van de VKB.