ONTMOETINGSDAG VBMK IN GROTE KERK VAN ’S-GRAVENHAGE
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-1-2009
Op vrijdag 21 november 2008 hield de Vereniging van
Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland
(VBMK) haar jaarthemadag in de Grote kerk van
’s-Gravenhage. Het huishoudelijk gedeelte vond
’s morgens plaats en ’s middags werd het programma
voortgezet in de vorm van een informatiebeurs, terwijl
het koor van de kerk speciaal als symposiumruimte was
ingericht. Drie gastsprekers gingen in op de betekenis
van het religieus erfgoed, de financiering van de restauraties
en de mogelijkheden van fondsenwerving.
Presentatie Handreiking Religieus Erfgoed
Betrokkenheid VNG
De voorzitter van de VBMK, de heer mr. M. Zonnevylle,
wees er in zijn openingswoord op hoe dynamisch de
omgeving, dus de plaatselijke gemeenschap, rondom de
kerk wordt wanneer er plannen bestaan de kerk te
sluiten met allerlei mogelijke gevolgen. Tijdens de
jaarthemadag 2006 stelde de toenmalige burgemeester
van ’s-Gravenhage en voorzitter van de VNG (Vereniging
van Nederlandse Gemeenten), de heer drs. W.J. Deetman,
dat binnen de VNG nooit over het religieus erfgoed werd
gesproken. Nu, twee jaar later, wordt er een ‘Handreiking
religieus erfgoed voor burgerlijke en kerkelijke
gemeenten” gepresenteerd die door de VNG samen met
de VBMK is samengesteld. De bedoeling hiervan is het
bevorderen van de aandacht van de lokale bestuurders
voor het religieus erfgoed. Maar de plaatselijke kerkelijke
gemeenten zullen daarvoor ook het initiatief moeten
nemen, aldus de heer Zonnevylle.
Opzet Jaar van het Religieus Erfgoed
Vervolgens sprak de voorzitter van het Jaar van het
Religieus Erfgoed, de heer mr. W. Eggenkamp. Hij
benadrukte nog eens het doel daarvan, namelijk:
• vergroting van de aandacht voor de kerkgebouwen;
en
• bevorderen van het duurzaam behoud van het
religieus erfgoed.
Na de opening van het Jaar van het Religieus Erfgoed, op
17 januari 2008 te Utrecht, zijn er diverse activiteiten in
gang gezet. Op regionaal niveau is veel gedaan, maar
ook landelijk. In december verschijnt er het Strategisch
Plan waarin het beleid ten aanzien van het religieus
erfgoed voor de toekomst wordt uitgestippeld.
Verder is er het reliwiki-project gestart met veel informatie
over kerkelijke gebouwen en roerende kerkelijke
goederen. Enkele provincies waaronder Gelderland en
Noord-Brabant hebben hier reeds uitwerking aan
gegeven en andere provincies gaan hiermee aan de slag.
Voorts wees de heer Eggenkamp er op dat van de 600
kerken die leeg staan, er 400 een herbestemming hebben
gevonden, terwijl er 200 gesloopt zijn. Verwacht wordt
dat de komende tien jaar 1.200 á 1.500 kerkgebouwen
zullen sluiten.
Het uitgangspunt is om het kerkgebouw zo lang dat
mogelijk is voor de eredienst te behouden. Lukt dat niet,
dan is het zaak te proberen de kerk in stand te houden
met nevenactiviteiten. Is dat niet mogelijk, dan is herbestemming
mogelijk. Lukt ook dat niet, dan is sloop
onvermijdelijk.
Naar zijn mening zullen gemeentebesturen een proactief
beleid moeten voeren om kerkgebouwen te
behouden. De gemeenten ’s-Hertogenbosch en Maastricht
zijn daar goede voorbeelden van. Tenslotte meldde
de heer Eggenkamp dat in het kader van de prijsvraag
die uitgeschreven is, er vijf parochies en één gemeente
genomineerd zijn. De laatstgenoemde is de protestantse
gemeente van Bergen (NH). Medewerking van de
burgerlijke gemeenten bij de realisatie van een plan is
vereist. Alleen de meest succesvolle plannen die door een
brede alliantie gedragen worden, kwamen in aanmerking.
Nationaal Restauratiefonds
Hierna hield mr. P. Siebenga van het Nationaal Restauratiefonds
(NRF) een inleiding over het BRIM (Besluit
Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten). Hij wees
erop dat BRIM twee mogelijkheden biedt, namelijk via
het NRF verstrekken van laagrentende hypotheken en
een subsidie voor die instellingen waaronder kerken.
Indien een kerkelijke gemeente, naast een monumentale
kerk, ook een monumentaal woonhuis exploiteert, kan
zij in aanmerking komen voor een laagrentende lening
van maximaal ] 250.000 tegen 1 pct. rente. Per 1-1-2009
worden die bedragen verhoogd naar ] 300.000 tegen 1,5
pct. rente.
Voor het BRIM wordt jaarlijks ] 30 miljoen uitgetrokken.
Daarnaast is er nog de Kanjerregeling. De subsidietoekenning
op grond van artikel 43 van het BRIM is een
jaarlijks terugkerend gebeuren, waarbij vóór 1 juli
volgende op het jaar waarin de aanvraag is ingediend
bekend is of er een subsidietoekenning volgt. Het NRF
financiert samen met de SKG (Stichting Kerkelijk Geldbeheer)
in Gouda.
Verder deelde de heer Siebenga mee dat veel kerken die
een restauratieinspanning leveren, ook te maken hebben
met het aanbrengen van voorzieningen, b.v. een toiletgroep,
waarvoor geen subsidie verleend wordt. Via het
NRF is het mogelijk een laagrentende lening af te sluiten
van maximaal ] 50.000 met een looptijd van 15 jaar tegen 1,5 pct. rente per jaar. In het kader van het Momo
(Modernisering Monumentenzorg) zijn de gedachten om
tot een exploitatiesubsidie te komen, waarbij hij hoopt
op een goede plankostenregeling. NRF heeft verstand
van financieren en heeft hart voor monumenten, zo
besloot de heer Siebenga.
Prins Bernhard Cultuurfonds
Een volgende lezing betrof het Prins Bernhard Cultuurfonds
(PBC), waarover de heer drs. H. Dijkstra iets vertelde. In
1940 is dit fonds opgericht ten behoeve van de overzeese
gebieden, maar in 1946 werd besloten middelen ter
beschikking te stellen om de cultuur in Nederland in het
kader van de wederopbouw te bevorderen.
Het PBC int jaarlijks ] 24 miljoen en heeft circa 40.000
donateurs. Het fonds krijgt veel legaten en testamenten
binnen. Van de 7.500 aanvragen die per jaar binnenkomen,
worden er 3.600 toegewezen. In het kader van de monumentenzorg
heeft het fonds vijf werkterreinen. Jaarlijks
wordt de Zilveren Anjer toegekend, die in 1950 is ingesteld.
Naast subsidiering van kerkelijke monumenten, kent het
PBC ook subsidies toe aan begraafplaatsen en groene
kerkterreinen. Bij dit laatste is het de bedoeling dat de
plaatselijke bevolking de zorg op zich neemt om te
voorkomen dat verwaarlozing plaatsvindt.
Om voor een subsidie uit het PBC in aanmerking te
komen, is het gewenst dat de aanvraag zorgvuldig wordt
gedaan met een duidelijke beschrijving van het te
restaureren project. Ook is het van groot belang dat
wordt aangegeven wie het aanspreekpunt in een
kerkelijke gemeente is. Verder is belangrijk om draagvlak
te creëren voor het project dat gerestaureerd wordt. Het
maken van een communicatieplan en periodieke toezending
van nieuwsbrieven waarin de vorderingen van het
project worden genoemd, beïnvloeden een positieve
houding bij de beoordeling van een subsidieaanvraag.
Wanneer de restauratie voltooid is, blijf dan aan uitbreiding
van draagvlak werken. Houdt sponsoren en andere
subsidieverstrekkers, alsmede omwonenden, op de
hoogte. Blijf in beeld, want dat bevordert ook de
belangstelling van de burgerlijke gemeente voor dit
restauratieproject, zo besloot de heer Dijkstra.
Tijdens de verschillende lezingen was er voldoende tijd
ingeruimd om de expositie te bezoeken. Na afloop vond de
presentatie plaats van de Handreiking Religieus Erfgoed die
de VBMK samen met de VNG heeft samengesteld.