REGIOBIJEENKOMSTEN AFDELING ZEELAND IN HET TEKEN VAN RELIGIEUS ERFGOED
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-2-2009
Het bestuur van de afdeling Zeeland belegde in het afgelopen najaar een vijftal regiobijeenkomsten die in het teken stonden van het Jaar van het Religieus Erfgoed. Hieronder volgt een impressie van de bijeenkomst van 11 november 2008 die in Tholen plaatsvond. De voorzitter van de afdeling, de heer C.M. van den Boomgaard, gaf een toelichting op de powerpointpresentatie die door de heer L. Moerland, bestuurslid van de afdeling, werd vertoond.
Geef religieus erfgoed een toekomst!
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
De voorzitter wees er op dat ook in Zeeland veel publiciteit
aan het Jaar van het religieus Erfgoed is besteed. Er is
een platform Religieus Erfgoed Zeeland opgericht dat
o.a. probeert het contact tussen de burgerlijke gemeente
en de kerkelijke gemeente te intensiveren. Want, zoals
ook tijdens het VKB Congres van 19 april 2008 te Ede
door mevr. mr. dr. S.C. van Bijsterveld uiteen is gezet, is
de zorg voor ons religieus erfgoed een gezamenlijke
verantwoordelijkheid van overheid, kerk en samenleving.
Door de bijeenkomsten van het platform en de publiciteit
daar omheen, is er brede belangstelling voor kerkgebouwen
in Zeeland gekomen, die de bakens vormen voor de
Zeeuwse samenleving, aldus de heer Van den Boomgaard.
Evaluatie kerkorde
Vervolgens werd aandacht besteed aan de rapportage
van het hoofdbestuur van de VKB over verbeterpunten in
de huidige kerkorde met betrekking tot het kerkrentmeesterlijk
beheer. De heer Moerland gaf, eveneens door
middel van een powerpointpresentatie, daarop een
toelichting.
Het gaat daarbij om thema’s als:
• De positie van de (ouderling-)kerkrentmeester.
• Toezien op de zorg voor de vermogensrechtelijke
aangelegenheden van de plaatselijke gemeenten.
• Toezien op de zorg voor de vermogensrechtelijke
aangelegenheden van de landelijke kerk.
Omdat het met name in kleine gemeenten voorkomt dat
het problemen oplevert om de meerderheid van het
college van kerkrentmeesters uit ambtsdragers te laten
bestaan, zou er meer flexibiliteit in de ondergrens van de
samenstelling van het college van kerkrentmeesters
moeten zijn. Het hoofdbestuur van de VKB stelt voor dat
tenminste één derde van het aantal kerkrentmeesters
bestaat uit ouderlingen-kerkrentmeester, met dien
verstande dat het aantal niet lager is dan twee. Verder
zou, wegens een betere continuïteit, de mogelijkheid
moeten bestaan om twee keer herbenoemd te worden.
Met betrekking tot het toezien op de plaatselijke
gemeenten heeft de kerkenraad een zwaardere rol
gekregen dan vroeger. Dat blijkt o.m. uit inschakeling
van een accountant of financieel deskundige, publicatie
van cijfers en uit het feit dat de gemeenteleden hun
mening kenbaar kunnen maken. Het hoofdbestuur van
de VKB vindt het dan ook te ver gaan om elke gemeente
jaarlijks te controleren. Voorgesteld wordt inzending van
begroting en jaarrekening te schrappen. Er blijven nog
voldoende meetpunten over om problemen tijdig te
signaleren.
Verder is het hoofdbestuur van mening dat de kerk en
haar gemeenten belang hebben bij een goed functionerend
toezicht vanuit de kerk zelf. De VKB is dan ook
voorstander van een goed — als rekenkamer — functionerend
college voor onderzoek van beheerszaken. De
tekst van ordinantie 11 (artikelen 24 en 25) kan daartoe
worden aangepast. Helder onderscheid van geldstromen
voor het eigenlijke kerkenwerk en het goede doel en
onderscheid tussen lopende inkomsten en uitgaven en
vermogensbestanddelen blijven aandachtspunten. Het
hoofdbestuur van de VKB is er dan ook voorstander van
om de wijze van verslaglegging nader te regelen.
Het BRIM
Na de pauze vertoonde de heer L. Moerland een powerpointpresentatie
over het BRIM (Besluit Rijkssubsidiering
Instandhouding Monumenten) dat op 1 februari 2006 in
werking is getreden. Door monumenteneigenaren
financieel te steunen, wordt planmatig en goed onderhoud
van monumenten gestimuleerd, waarbij slechts
incidenteel een noodzakelijke restauratie zou moeten
voorkomen. De regeling biedt de keuze tussen een lening of subsidie. Voor de categorie ‘Overige monumenteneigenaren’,
waartoe de kerken gerekend worden, geldt de
mogelijkheid van een subsidie.
Voor de subsidieaanvraag hiervoor zijn een rapport van
de bouwkundige inspectie en een instandhoudingsplan
voor de periode van zes jaar nodig. Het plan is gebaseerd
op het rapport en bestaat uit een beschrijving van de
werkzaamheden en de beoogde resultaten, een meerjarenplan
en een meerjarenbegroting. De subsidie kan
rechtstreeks bij de RACM (Rijksdienst voor Archeologie,
Cultuurlandschap en Monumenten) worden aangevraagd
tussen 1 april en 1 september van elk jaar.
Gefaseerde invoering
Gelet op de beperkte subsidiemiddelen is gekozen voor
een gefaseerde invoering. De kerken zullen vanaf 2009 t/m
2011 instromen en wel als volgt: kerkelijke gebouwen,
objecten en onderdelen met rijksmonumentennummers:
• 45.950 t/m 530.000 in 2009 (uitvoeringsjaren 2010 t/m
2015);
• 1 t/m 26.099 in 2010 (uitvoeringsjaren 2011 t/m 2016) en
• 26.100 t/m 45.949 in 2011 (uitvoeringsjaren 2012 t/m
2017).
De heer Moerland wees er op dat de huidige BROM-regeling
(onderhoudsregeling) geleidelijk afloopt in de
instroomperiode 2009–2011. De subsidie voor kerken
bedraagt 65 pct. over maximum subsidiabele kosten van
€ 100.000 in zes jaren. Hij vraagt aandacht van de
kerkrentmeesters om er toch vooral voor te zorgen dat
men tijdig plannen gereed heeft en dat deze plannen
zorgvuldig zijn opgesteld.
Wegwerken achterstand (RRWR)
Tenslotte stond de heer Moerland stil bij het wegwerken
van de restauratieachterstand, waarin bij de invoering
van het BRIM reeds was voorzien, in verband waarmee in
artikel 43 van het BRIM een achterstandsregeling is
opgenomen. Bij de najaarsnota 2006 is € 140 miljoen
beschikbaar gekomen voor het terugdringen van de
restauratieachterstand. Hiervan is € 113 miljoen beschikbaar
voor restauratiesubsidies op grond van artikel 43. In
2008 wordt € 88 miljoen verdeeld en in 2009 volgt de
overige € 25 miljoen op grond van een hierop aansluitende
aparte Regeling rijkssubsidiering wegwerken
restauratieachterstand.
Om de middelen zo doelmatig en evenwichtig mogelijk
te verdelen, zijn verschillende groepen monumenten
vastgesteld met elk een eigen subsidieplafond. Bij de
groepen molens en monumenten met uitsluitend een
orgelrestauratie, zijn de bandbreedten van drempel- en
maximumbedragen zo gekozen dat een piekbelasting bij
de betreffende restauratiebedrijven wordt voorkomen,
Tenslotte deelde de heer Moerland mee dat aanvragen
voor orgels vóór 1 november 2008 moesten worden
ingediend en voor kerkgebouwen vóór 1 december 2008.
De indieningsdata voor 2009 zijn nog niet bekend. De
opzet is dat de restauratieachterstand voor 2011 zoveel
mogelijk moet zijn weggewerkt. Daarom wordt als
voorwaarde gesteld dat de eigenaar, die van de subsidie
RRWR gebruik maakt, er voor zorgt dat de restauratie
eind 2010 voltooid is, zo besloot de heer Moerland zijn
toelichting op het BRIM.
Na een discussie ober dit onderwerp, gaf de heer Moerland
een samenvatting van de voorlichtingsbijeenkomst
over Numeri die hij op 3 november 2008 in Oud-Beijerland
bijwoonde, waarna de heer Van den Boomgaard
deze bijeenkomst sloot.