Onderhoudsfonds kerken Utrecht laat nog groot tekort zien
Geschreven door Vkb Datum: 15-9-2007
In “Kerk in de stad” van 13 april 2007, een uitgave van de protestantse gemeente van Utrecht (PGU), wordt melding gemaakt van een aanzienlijk tekort van het Onderhoudsfonds van de gemeentelijke monumentale kerken. Vooralsnog wordt het benodigde onderhoud aan de kerkgebouwen geheel uitgevoerd.
Zou dat niet gebeuren,
dan wordt het risico van achterstallig
onderhoud gelopen, waardoor er
veel meer geld nodig zal zijn. De
voorzitter van het college van kerkrentmeesters,
de heer Th. Kralt, is
daar duidelijk in: liever het onderhoudsfonds
uitgeput dan achterstallig
onderhoud. Financiële aanvulling
is echter wel noodzakelijk.
Achterstand
Het is dan ook een belangrijke
doelstelling voor de komende jaren
de kas van het gebouwenfonds weer
op peil te brengen. Hoewel de
voorziening groot onderhoud monumentale
kerken in 2005 is gestegen
ten opzichte van het jaar daarvoor,
is op grond van een nauwkeurige
inventarisatie gebleken dat nog
grote posten van noodzakelijk
onderhoud voor de deur staan. Dat
betreft vooral de niet-rijksmonumentale
kerkgebouwen.
Het college van kerkrentmeesters
geeft aan het onderhoud van de
kerkgebouwen de komende jaren
hoge prioriteit. Voor dit doel
worden publieke fondsenwerving en
subsidiemogelijkheden als middelen
ingezet. Bijzondere aandacht krijgen
op dit moment de warmte- en
elektrische installaties van de
gebouwen die aan renovatie toe
zijn. Daarbij wordt met name
gekeken naar energiebesparende
mogelijkheden en optimalisering
van het functioneren van de verwarmingsinstallaties.
Verbeteringen
In de afgelopen periode heeft het
college van kerkrentmeesters
gewerkt aan verbetering van het
gebouwenbeleid. Voor alle gebouwen
van de PGU (kerkgebouwen,
pastorieën, kosterswoningen en
wijkcentra) is het onderhoud voor
een totale periode van tien jaar in
kaart gebracht. Uit dit meerjarenplan
per gebouw is inzicht verkregen
in de benodigde middelen voor het
onderhoud over die periode. Er is
gestreefd naar financiële transparantie,
zodat iedereen weet hoe de
stand van zaken per gebouw op dit
gebied is.
Tevens werd de nota Verhuurbeleid
vastgesteld, waarin een aantal
richtlijnen is vervat die de wijken
kunnen hanteren bij hun verhuurbeleid.
De inkomsten uit deze verhuur
zijn voor de PGU van groot belang.
Er wordt naar gestreefd elke kerk
primair een kerkelijke functie te
geven, waarbij de mogelijkheden
van aanvullende verhuur zo goed
mogelijk worden benut.
Omvang fondsen
Met betrekking tot het onderhoud
van deze gebouwen wordt onderscheid
gemaakt tussen de rijksmonumentale
binnenstadskerken, de
monumentale kerkgebouwen en
ambtswoningen en overige gebouwen
van de PGU. Voor de categorie
rijksmonumentale kerken is een
bedrag van ruim € 550.000,-- nodig,
in welke behoefte is voorzien.
Voor de categorie ambtswoningen
en overige gebouwen is eind 2006
€ 420.000,-- nodig, waarin ook is
voorzien, mede door een dotatie
door het college van kerkrentmeesters
van € 300.000,--. Voor de
categorie monumentale kerkgebouwen
geldt echter dat de stand van
het onderhoudsfonds eind 2006
€ 117.000,-- was, terwijl er
€ 838.000,-- nodig is. Dit fonds toont
een aanzienlijk tekort van
€ 721.000,--.
Overleg met overheid
Het college van kerkrentmeesters
denkt deze problematiek op te
lossen door te blijven streven naar
sluitende begrotingen van de PGU.
Bij een sluitende exploitatie kan zo
worden bijgedragen aan het streven
een adequaat Onderhoudsfonds op
peil te houden. Verder is het college
van kerkrentmeesters in overleg met
overheidsinstanties over aanvullende
subsidies voor onderhoudsuitgaven
op het vlak van energie (verwarming
en elektriciteit).
Voor de gemeentelijke monumentale
gebouwen zullen in de komende
periode gesprekken met de
betreffende wijken plaatsvinden om
te bezien in hoeverre naast de
reguliere exploitatie, dotaties
kunnen worden gedaan aan het
onderhoudsfonds, voor instandhouding
van hun eigen wijkkerkgebouwen.
Ook zullen in dit verband
gesprekken plaatsvinden met de
bestaande wijkstichtingen en -
verenigingen, aldus de publicatie in
“Kerk in de stad”.