Voorjaarsvergadering afdeling Drenthe
Geschreven door Vkb Datum: 15-6-2007

De Solidariteitskas in de praktijk
Op maandagavond 26 maart 2007 hield de afdeling Drenthe
van de VKB haar ledenvergadering in Beilen. Na
behandeling van een aantal huishoudelijke zaken hield
mevr. E.J. Steensma-Dijk een inleiding over de Solidariteitskas,
die nog door menig kerkrentmeester onterecht
als quotum wordt beschouwd. Om de Protestantse Kerk
in Nederland te kunnen laten functioneren, is een stukje
kerkelijke organisatie nodig, zoals classes, de synode en
andere organen. Dat kost geld. Daarvoor moeten alle
gemeenten die onder de Protestantse Kerk in Nederland
vallen jaarlijks quotum betalen. Maar niet alleen de
financiering van het bovenplaatselijk werk, ook de
steunverlening aan de gemeenten is een taak van de
Protestantse Kerk in Nederland. Daarvoor is een Solidariteitskas
ingesteld, waarvoor elk belijdend lid jaarlijks een
bijdrage moet betalen. Achtereenvolgens behandelde
mevr. Steensma de voorgeschiedenis en het ontstaan van
deze kas, het toezicht en toedeling en de besteding van
de Solidariteitskas.
Voorgeschiedenis en ontstaan
Voor de kerkvereniging kenden de afzonderlijke kerken,
de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK), de Gereformeerde
Kerken in Nederland (GKN) en de Evangelisch-
Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (ELK)
een eigen verplicht bijdragensysteem. Naast het heffing
van quota in de NHK, werd er van belijdende leden een
bedrage gevraagd voor de Generale Kas. Deze totale
inkomsten dienden voor de financiering van het bovenplaatselijke
kerkenwerk, voorzover hierin niet uit
anderen hoofde was voorzien. De bijdragen voor de
Generale Kas waren bestemd voor directe subsidies aan
gemeenten, bijdragen aan gemeenten voor studentenpastoraat,
schippers- en dovenpastoraat en beroepingswerk.
Bij de ELK werd op eenzelfde wijze een regeling uitgevoerd
waarbij de quotuminkomsten dienden voor de
financiering van het algemene synodewerk. Er werd geen
diaconaal quotum geheven en ook geen generale
kasbijdrage gevraagd. Bij de GKN ging het geheel anders.
Men kende een trapsgewijze heffing, hetgeen inhoudt
dat de kosten van het land werden omgeslagen over de
particuliere synoden. De eigen kosten van de particuliere
synoden werden hierbij opgeteld en het geheel werd
omgeslagen over de plaatselijke kerken.
In het kader van het samengaan van de drie kerken
moest ook hier gezocht worden naar een gezamenlijke
regeling voor de financiering van het kerkenwerk. In een
gezamenlijke vergadering van de synoden van de drie
kerken van mei 2001 werd besloten te komen tot een
gezamenlijke heffingsregeling voor de drie kerken ter
medefinanciering van de kosten van de gezamenlijke
bovenplaatselijke organisatie in SoW-verband. Op basis
van een rapport “Uniforme quotisatieregelingen en
Solidariteiskas, besloot de gezamenlijke vergadering van
synoden van november 2002:
— per 1 januari 2004 een solidariteitsfonds in te stellen
onder de naam “Solidariteitskas” en deze uniform toe
te passen binnen de drie aan het SoW-proces deelnemende
kerken.
— de bestedingen uit deze kas te financieren door een
heffing op basis van het aantal belijdende leden per
gemeente;
— de plaatselijke gemeenten te adviseren om het
tweevoudige van bedoelde heffing te vragen van hun
belijdende leden mede ter verhoging van de eigen
plaatselijke inkomsten;
— de plaatselijke gemeenten wordt geadviseerd eenzelfde
bijdrage te vragen van hun doopleden;
— en de opbrengst van de Solidariteitskas te besteden
aan de financiering van de steunverlening aan
plaatselijke gemeenten en aan overige doelen met
een solidariteitskarakter.
De beslissingen op aanvragen om ondersteuning uit de
Solidariteitskas worden genomen door een orgaan
waarvan de leden door de kleine synode worden
benoemd.
Werkwijze Commissie Solidariteitskas
Mevr. Steensma wees er op dat op het moment dat de
Solidariteitskas werd ingesteld, er ook een commissie
Solidariteitskas werd gevormd. Deze commissie is door de
synode benoemd en valt ook rechtstreeks onder de
synode. De commissie Solidariteitskas bestaat uit 5
personen, namelijk één lid vanuit het moderamen van de
synode, één lid uit de kring van de modalitaire organen,
één lid uit de sfeer van gemeenteopbouw, één lid van het
bestuur van de dienstenorganisatie en de voorzitter van
de Kamer voor de Steunverlening. De samenstelling is
zodanig dat er korte lijnen zijn naar de betrokken
organen, waardoor er snel beslissingen genomen kunnen
worden.
De commissie bereidt het beleid met betrekking tot de
Solidariteitskas voor binnen het door de synode vastgestelde
beleidsplan. Zij stemt dit af met het Bestuur en het
management van de Dienstenorganisatie en stelt de
taakopdracht van de Kamer voor de Steunverlening vast
en bepaalt na overleg met de kamer het beleid en de
criteria met betrekking tot de plaatselijke steunverlening.
De commissie bewaakt de uitvoering van de besluiten en
brengt hiervan verslag uit aan de kleine synode. Hiermee
is de plaats van de Solidariteitskas vastgesteld, die niet
onder de Dienstenorganisatie valt, maar rechtstreeks onder de synode. De Dienstenorganisatie is hier ondersteunend
en als kasbeheerder aanwezig.
Binnen de structuur van de Solidariteitskas bevindt zich
ook de Kamer voor de Steunverlening aan plaatselijke
gemeenten. Deze kamer heeft als opdracht de uitvoering
te verzorgen van aanvragen om ondersteuning van
plaatselijke gemeenten. De Kamer bestaat uit 5 personen
en werkt met een vastgesteld budget en hanteert bij de
behandeling van aanvragen een aantal criteria, aldus
mevr. Steensma.
Toezicht en toedeling
Alle inkomsten uit de Solidariteitsheffing worden gestort
in het Solidariteitsfonds. De heffing bedraagt € 5,-- per
lidmaat. De terugloop van het aantal gemeenteleden
heeft uiteraard gevolgen voor de opbrengst van de
Solidariteitskas. Ook het vertrek van grote aantallen
leden uit de voormalige NHK naar de Hersteld Hervormde
Kerk en een kleiner aantal uit de gereformeerde
kerken die zich Voortgezette Gereformeerde Kerken
noemen, betekent een lagere opbrengst voor de Solidariteitskas.
Mevr. Steensma deelde mee dat uit de toelichting op de
begroting 2007 blijkt dat voor de heffing 2007 van de
Solidariteitskas, die is gebaseerd op de aantallen belijdende
leden, rekening wordt gehouden met een ledenverlies
van 2 pct. per jaar. In cijfers: de jaarrekening 2005
gaf een resultaat van € 5 miljoen, die van 2006 € 4,950
miljoen en de begroting van 2007 gaat uit van € 4,752.
miljoen.
Besteding Solidariteitskas
Bij de instelling van de Solidariteitskas werden drie
doelbestemmingen gedefinieerd en vastgesteld, namelijk:
— plaatselijke steunverlening (€ 2,151 miljoen);
— categoriaal pastoraat (€ 1,375 miljoen) en
— regionaal gemeente-opbouwwerk (€ 1,474 miljoen).
Plaatselijke steunverlening
Met plaatselijke steunverlening wordt bedoeld: steun aan
plaatselijke gemeenten in situaties waarin gemeenten
voor een overbruggingsbijdrage in aanmerking kunnen
komen. Voorbeelden: een gemeente kan als gevolg van
een dure kerkrestauratie, kerk- of pastoriebouw of extra
pastorale verzorging behoefte hebben aan extra middelen.
De Kamer voor de Steunverlening beoordeelt deze
subsidieaanvragen op basis van objectieve criteria.
Categoriaal pastoraat
Dit betreft pastoraat aan bepaalde groepen, zoals
studentenpastoraat, dovenpastoraat en pastoraat aan
schippers in de binnenvaart. Pastoraat aan zeevarenden,
luchthavenpastoraat en pastoraat aan buitenlandse
studenten wordt uit Kerkinactie gefinancierd.
Regionale projecten met een solidariteitskarakter
Aangezien het regionale gemeenteopbouwwerk nauwelijks
handen en voeten had, werd vaak gepleit voor extra
middelen. Met de instelling van het Solidariteitsfonds
kon een deel van deze gelden besteed worden aan het
regionale consulentenwerk ten behoeve van de plaatselijke
gemeenten.
De oude naam “Regionaal gemeenteopbouwwerk” was
eigenlijk duidelijker, maar om de betekenis voor de
plaatselijke gemeenten in relatie tot de Solidariteitsheffing
te verduidelijken, wordt de term “Regionale projecten
met een solidariteitskarakter” gebruikt.
Deze projecten worden tot nu aangevraagd door de
regionale dienstencentra en uitgevoerd door regionale
functionarissen. Straks na de instelling van een veel
kleiner aantal steunpunten zal daarin mogelijk het e.e.a.
gaan veranderen.
Subsidieaanvragen
Mevr. Steensma wees er op dat deze projecten nader
worden gedefinieerd en omschreven, waarna subsidieaanvragen
bij de Commissie Solidariteitskas worden
ingediend. Binnen het vastgestelde budget voor deze
bestemming werden sommige projecten wel en andere
niet gehonoreerd. Aanvankelijk waren er regio’s die
voorstelden een evenredig deel van het totale budget
aan hen over te dragen omdat men van mening was dat
men zelf een beter inzicht en overzicht voor de besteding
van het budget zou hebben, maar deze verzoeken zijn
niet gehonoreerd.
Het gaat hierbij om projecten op het terrein van:
— gemeenteontwikkeling: opzet (pilot)projecten ter
bevordering van het geloofsgesprek in de gemeenten
en van projecten op het terrein van organisatorische
herstructurering in het kader van nieuwe gemeentevormen;
— jeugdwerk: stimuleren en ondersteunen van het
vrijwilligerswerk in de gemeenten het
(mede)ontwikkelen en uitvoeren van vernieuwende
projecten van jeugdwerk; en
— kerkbeheer: ondersteuning problematiek van kleine
gemeenten door het bevorderen van vormen van
samenwerken.
De beoordeling van deze aanvragen vraagt wegens de
samenhang van activiteiten in het kader van het door de
generale synode vastgestelde beleid zorgvuldige beoordeling,
aldus mevr. Steensma.
Procedure aanvraag
De Kamer voor de Steunverlening is beslissingsbevoegd
voor de toekenning van subsidies binnen de criteria en
het eigen budget. Over het algemeen zal een vraag om
financiële ondersteuning worden ingediend door het
college van kerkrentmeesters, dat primair verantwoordelijk
is voor de verzorging van de stoffelijke belangen van
een gemeente.
In principe zijn alle doelen subsidiabel die een onmisbare
bijdrage leveren aan het leven en werken van een
protestantse gemeente. Op grond van dit uitgangspunt
kunnen o.m. in de volgende situaties subsidies worden
toegekend:
— opbouw van kerkelijk leven in nieuwbouwwijken;
— noodzakelijke initiatieven tot gemeenteopbouw of
gemeentevernieuwing die op basis van financiële
gronden dreigen te stranden;
— kosten van pastorale verzorging in gemeenten die
een tijdelijk karakter hebben;
— nieuwbouw, restauratie van kerkelijke gebouwen en
orgels; en
— die steun die in het algemeen nodig is om een
gemeente te helpen die in een uitzichtloze schuldpositie
is komen te verkeren.
— de aanvraag redelijk is qua omvang;
— deze bijdraagt aan het leven en werken als protestantse
gemeente;
— de nodige bestuursmatige en/of toezichtmatige
toestemmingen zijn verkregen; en
— de gemeente haar kerkordelijke verplichtingen
nakomt.
Rentesubsidies
Afhankelijk van de aard van de financiële nood, worden
subsidies verstrekt: â fonds perdu: een bedrag ineens, of
een subsidie die gekoppeld wordt aan de opbrengst van
de door de gemeente zelf te houden financiële acties.
Ook kan er rentesubsidie worden verstrekt op leningen
bij de Stichting Kerkelijk Geldbeheer, of in de vorm van
een garantiesubsidie op tekorten van de jaarrekeningen.
Subsidietoezeggingen zijn altijd in omvang (hoogte van
het bedrag) en duur (aantal jaren) aan een maximum
gebonden. In ieder geval wordt nooit meer dan het
definitieve tekort gesubsidieerd, zo besluit mevr. Steensma
haar inleiding tijdens de voorjaarsvergadering van de
afdeling Drenthe.