Richtlijnen begroting 2008 voor plaatselijke gemeenten
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-9-2007
Voor het voeren van een goed en gericht beleid in de
gemeente en ter stimulering van de gemeenteleden tot
het bijdragen van hun aandeel in de kosten, is het
noodzakelijk dat jaarlijks voor het komende jaar een
begroting wordt opgesteld. Omdat de kerkrentmeesters
hiermee voor het jaar 2008 gaan beginnen, volgen
hieronder enkele richtlijnen die hen daarbij behulpzaam
kunnen zijn.
Algemeen
Geadviseerd wordt om, gelet op het beleid zoals dat door
de overheid gevoerd wordt, met een loonkostenstijging
van circa 2,7 pct. rekening te houden, terwijl op basis van
het prijsindexcijfer van juni 2007, dat uitzonderlijk laag
is, gerekend kan worden met een prijsstijging van circa
1,5 pct. Het Bureau Predikanten heeft op 26 juni 2007
een brief (nr. 2007-B) gestuurd o.a. naar alle colleges van
kerkrentmeesters inzake de arbeidsvoorwaarden predikanten
2007 tot en met 2010.
Kosten voor eventueel nieuw beleid zijn wellicht door de
gemeente zelf redelijk goed te begroten. Uit het beleidsplan
zou dit zichtbaar moeten worden. Van groot belang
is dat de colleges van kerkrentmeesters en de kerkenraden
de gemeenteleden motiveren de financiële bijdragen
voor het plaatselijk kerkenwerk niet de sluitpost van de
gezinsbegroting te laten zijn, want ook de kerkelijke
huishouding heeft te maken met een algemene kostenstijging,
hoe gering die soms ook is. Een juiste benadering
van de gemeenteleden door op verantwoorde wijze
de plaatselijke geldwervingsactie te voeren, is van groot
belang. Verwezen wordt in dit verband naar de informatie
die in “Kerkbeheer” van juni 2006 (pagina 186 t/m
190) is opgenomen over het voeren van een nieuwe
communicatiestrategie.
Tenslotte is met betrekking tot de begroting zeer aan te
bevelen, veel openheid te betrachten naar de gemeenteleden
en er op duidelijke en overzichtelijke wijze in het
kerkblad over te publiceren. De gemeenteleden dienen
goed geïnformeerd te worden voor welke zware opgave
de beheerders staan om de gemeentelijke financiën op
peil te houden.
Bij het opstellen van de begroting wordt geadviseerd met
het volgende rekening te houden.
LASTEN
Kerkelijke gebouwen en overige gebouwde eigendommen
Met betrekking tot de kosten van het onderhoud moet
rekening worden gehouden met een prijsstijging in 2008
van circa 1,5 pct. Voorts wordt geadviseerd, na te gaan of
de reservering voor het periodiek onderhoud nog wel
voldoende is. Bij een goede toepassing van dit systeem is
het mogelijk een gelijkmatige verdeling van de kosten
over verschillende jaren te bereiken.
Onderhoud en afschrijving
Het is raadzaam een goed onderhoudsplan te (laten)
opstellen. Van belang is dit te doen voor de betreffende
gebouwen afzonderlijk, met daaraan verbonden een
kostenbegroting volgens het op dat moment geldende
prijspeil. Dit onderhoud omvat bijvoorbeeld:
- jaarlijks klein onderhoud, kleine reparaties en controles,
ook van het orgel (stemabonnement), kosten van
inspectie e.d.;
- periodiek onderhoud, zoals schilderwerk van exterieur
(om de 5 jaar) en interieur (om de 10 jaar);
- periodiek groot onderhoud, bijvoorbeeld vervanging
van de centrale verwarmingsketel, grote reparaties aan
dak of vloeren, vervanging van raamkozijnen (om de 15
jaar).
Rekening houdend met enkele aspecten van het onderhoudsplan,
zoals hiervoor aangegeven, kan van de
volgende afschrijvingspercentages worden uitgegaan:
– gebouwen ongeveer 1 à 2 pct. van de nieuwwaarde of
bouwkosten;
– inventarissen en apparaten circa 15 à 20 pct. van de
aanschaffingswaarde;
– computers e.d. ongeveer 25 à 33 1/3 pct. van de
aanschaffingswaarde;
– centrale verwarming 10 à 15 pct. van de aanschaffingswaarde,
tenzij deze opgenomen is in de kosten van
het gebouw;
– orgels indien afzonderlijk gewaardeerd, circa 5 à 10
pct. van de aanschaffingswaarde na aftrek van
eventuele subsidie.
Minimaal dient een bedrag te worden afgeschreven ter
grootte van de jaarlijkse aflossing op de voor het object
eventueel afgesloten lening.
Rijkssubsidieregelingen bij onderhoud en restauratie
Met ingang van 1 februari 2006 is een nieuwe regeling in
werking getreden, namelijk het Besluit Rijkssubsidiëring
Instandhouding Monumenten (BRIM). Door geleidelijke
afbouw van de huidige onderhouds- en restauratieregelingen,
zullen de monumenten geleidelijk het BRIM
kunnen instromen. Voor de kerkelijke gebouwen en
kerkelijke objecten gebeurt dit vanaf 2009 t/m 2011.
Voor de aanvraag zijn een rapport van de bouwkundige
inspectie en een instandhoudingsplan voor een periode van 6 jaar nodig. Het plan moet gebaseerd zijn op het
rapport en bestaat uit een beschrijving van de werkzaamheden
en de beoogde resultaten, een meerjarenplan en
een meerjarenbegroting. De subsidie kan rechtstreeks bij
de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en
Monumenten (RACM) worden aangevraagd tussen 1 april
en 1 september van elk jaar.
Voor monumenten die nog niet in het BRIM zijn ingestroomd
(de kerkgebouwen), blijft de éénjarige BROM
(Besluit Rijkssubsidiëring Onderhoud Monumenten)
bestaan voor die monumenten die nu ook voor deze
regeling in aanmerking komen en wel tot en met het jaar
van instroom. Deze éénjarige BROM voorziet in een
subsidie in onderhoudswerkzaamheden van 50 pct. tot
een maximum subsidiebedrag van € 5.672,--, aan te
vragen achteraf vóór 1 april van het daaropvolgende jaar.
Tenslotte verdient het aanbeveling, te bezien of de
verzekerde bedragen nog op peil zijn. In dit verband
wordt gewezen op de indexpolissen die voor de verzekering
van kerkelijke eigendommen toegepast worden.
Energieaankoop
Hoewel het op dit moment in het geheel niet te overzien
is hoe de energiekosten zich in 2008 zullen ontwikkelen,
is het raadzaam met een stijging rekening te houden.
Van betekenis is hierin de reductie op de Ecotax te
betrekken (aanvragen richten tot Belastingdienst Noord,
kantoor Emmen, team energie, postbus 30056, 7800 RC
Emmen, tel. 0591 – 68.03.45 (zie de publicatie in “Kerkbeheer”
van april 2006, pagina 138)
Verder is het van groot belang er rekening mee te
houden dat reducties mogelijk zijn in verband met
gezamenlijke aankoop van energie. Nadere informatie
hierover is te vinden op de website www.energievoorkerken.
nl.
Gezien de hoogte van de energieprijzen blijft het
raadzaam, energiebesparende maatregelen (tochtweringen,
isolatie, temperatuur-hoogte enz.) door te voeren.
Het doelmatig verwarmen en ventileren van kerkgebouwen
is een specialisme dat gedegen vakkennis vereist.
Daarom is het raadzaam hierover advies te vragen bij een
warmtetechnisch adviseur.
LASTEN
Kosten pastoraat
Predikantstraktement
Verwezen wordt naar de brief d.d. 26 juni 2007 van het
Bureau Predikanten inzake de arbeidsvoorwaarden 2007
t/m 2010. Voor verdere informatie: www.pkn.nl/
traktementen&pensioenen;. Voor 2007 wordt de bezettingsbijdrage
met ongeveer € 650,-- per fulltime predikant
per jaar verhoogd; de vacaturebijdrage van ongeveer
€ 135,-- per fulltime vacature per jaar en de
beschikbaarheidsbijdrage van ongeveer € 50,-- per
gemeente per jaar. Voor 2008 moet andermaal rekening
worden gehouden met een stijging van deze bedragen.
Overgangsregeling
Naast een eventuele verhoging van onderdelen van het
traktement voor 2008 dient wel rekening te worden
gehouden met de tranche van maximaal € 1.000,-- in
verband met de overgangsregeling in het kader van de
oude naar de huidige traktementsregeling.
De bijdragen van de gemeente aan de predikant
Voorts wordt verwezen naar de uitvoeringsbepalingen
GRPT nummer 2007-B van het Bureau Predikanten. Hierin
staan bedragen vermeld met betrekking tot:
– het basistraktement en de inhoudingen daarop;
– tegemoetkoming premie ziektekostenverzekering;
– vaste vergoeding voor kosten ambtsuitoefening;
– vergoeding van vervoerskosten;
– vergoeding van verhuiskosten;
– verrekening van inkomsten uit nevenwerkzaamheden.
Vicarissen
Bij het begroten van de kosten wordt geadviseerd in
voorkomende gevallen contact op te nemen met het
Bureau Predikanten te Utrecht, tel. 030 - 880.1661.
Verplichtingen en bijdragen betreffende andere organen
Quotum
Hoewel de Kleine synode daarover nog geen besluit
genomen heeft, mag er van worden uitgegaan dat het
huidige quotumpercentage van 4,6 pct. niet zal worden
verhoogd. Wel zal rekening moeten worden gehouden
met de voor- of nadelige gevolgen van de vastgestelde
overgangsperiode van 5 jaar.
Salarissen en vergoedingen
Hiermee worden bedoeld de salarissen aan catecheten,
pastorale medewerkers, kosters, organisten enz., inclusief
de daarop betrekking hebbende sociale lasten en
pensioenpremies.
Ten aanzien van de salarissen zal rekening moeten
worden gehouden met een stijging van circa 2,7 pct.
Verwacht mag worden dat de premies sociale verzekeringswetten,
en met name de premie ww., wat lager
zullen uitvallen.
Overige lasten, w.o. kosten van beheer, rentelasten e.d
Bij de begroting van deze lasten wordt geadviseerd zo
goed mogelijk rekening te houden met de kostenontwikkeling
en met de specifiek voor de eigen gemeente
geldende zaken.
BATEN
Baten onroerende zaken
Met betrekking tot de verhuur van gebouwen en zalen
wordt geadviseerd om in het kader van het opstellen van
de begroting 2008 nog eens na te gaan of de verhuurtarieven
nog in overeenstemming zijn met de kostenontwikkeling.
Enkele belangrijke factoren hierbij zijn de
ontwikkeling in de energiekosten en de rentelasten op
leningen of hypotheken in het kader van uitgevoerde
restauraties e.d.
Verder wordt geadviseerd attent te zijn op de mogelijkheid
jaarlijks de huren van huizen te verhogen. Per 1 juli
2007 bedroeg de gemiddelde verhoging 1,1 pct. Voor 2008 (per 1 juli) gelieve men met eenzelfde percentage
rekening te houden.
Rente baten en dividenden
Voor het behalen van de hoogst mogelijke rente, ook
voor het dagelijks opvraagbaar kasgeld, wordt aan de
colleges van kerkrentmeesters geadviseerd contact op te
nemen met de Stichting Kerkelijk Geldbeheer, postbus
147, 2800 AC Gouda, tel. 0182 - 58.80.00.
Opbrengsten uit rechten, deelnemingen e.d.
Geattendeerd wordt op de mogelijkheid de pachten van
de landerijen per 1 november te herzien. Informatie
hierover kan verkregen worden bij het Kantoor der
Kerkelijke Goederen, postbus 675, 3800 AR Amersfoort,
tel. 033-467.10.14.
Wanneer een begraafplaats wordt geëxploiteerd, geldt
dit advies ook voor de grafrechten en voor het verlenen
van diensten.
Bijdragen gemeenteleden
Bij de raming van de vrijwillige bijdragen wordt geadviseerd
zo reëel mogelijk te begroten, waarbij rekening
moet worden gehouden met de financiële draagkracht
van de gemeenteleden. Uit de opstelling van de begroting
moet blijken waarvoor het geld nodig is, zodat
gemeenteleden duidelijk wordt gemaakt waarom op hen
een financieel beroep wordt gedaan. Dat betekent:
zoveel mogelijk openheid van zaken geven, zodat men
kan weten hoe de financiële situatie in de gemeente is.
Het is van groot belang mee te doen met de actie
Kerkbalans 2008 die het komende jaar gehouden wordt
met als motto “Een kerk is van blijvende waarde”. Alle
gewenste informatie over de geldwerving in de ruimste
zin van het woord, is te verkrijgen op het Centraal
Bureau van de VKB, postbus 176, 3300 AD Dordrecht,
tel. 078 - 63.93.666.
Wanneer blijkt dat een begroting een tekort aangeeft,
dan is het aan te bevelen dit in de oproep aan de
gemeenten (dus in het algemeen in de Kerkbalansfolder)
te laten zien. Daarbij moet worden aangegeven dat het
tekort op de begroting alleen kan worden weggewerkt,
wanneer iedereen van wie een financiële bijdrage wordt
gevraagd, zijn bijdrage van vorig jaar met tenminste een
bepaald percentage verhoogt. In dit verband wordt
verwezen naar de tekst in de modelfolder voor de actie
Kerkbalans 2008, die begin augustus aan alle colleges van
kerkrentmeesters is toegezonden.
MEERJARENPROGNOSE
Het is voor een goed plaatselijk beleid van belang een
meerjarenprognose te maken. Daaruit blijkt o.a. hoe de
verschillende begrotingsposten zich zullen ontwikkelen.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de
verschillende begrotingsposten naar de mate van
afhankelijkheid van conjunctuurbewegingen, van
salarisontwikkeling en van eigen beïnvloeding.
De indeling van lasten en baten kan uit de volgende categorieën
bestaan:
– Aan de lastenkant: loonuitgaven, prijsgevoelige
uitgaven, prijsongevoelige uitgaven en rente; de
exploitatie van het kerkblad is daarbij afzonderlijk
vermeld, al mag men die ook wel tot de prijsgevoelige
uitgaven rekenen.
– Aan de batenkant: inkomsten levend geld en weer:
prijsgevoelige en prijsongevoelige inkomsten, rente en
kerkblad.
Die indeling is zo gekozen omdat op deze categorieën,
juist in meerjarenperspectief, bepaalde algemene en
allerwege bekend zijnde ‘economische wetmatigheden’
van toepassing zijn. Deze gegevens kunnen o.a. worden
ontleend aan de Macro Economische Verkenning van het
Centraal Plan Bureau (CBS) die jaarlijks medio september
verschijnt.
Daarin zijn gegevens te vinden betreffende:
1. loonuitgaven: overheid (incl. incidenteel en incl. sociale
lasten werkgevers);
2. prijsgevoelige uitgaven/inkomsten: prijspeil particuliere
consumptie;
3. kapitaalmarktrente.
Deze informatie is op de internet site van het CBS te
vinden: www.cbs.nl