De Generale Financiën van de Protestantse Kerk in Nederland over het boekjaar 2007
Geschreven door H. Feenstra Datum: 15-1-2009
In de afgelopen jaren werden wij regelmatig geconfronteerd met vragen als: hoe staat de Protestantse Kerk in Nederland er nu financieel voor? Het gaat zeker niet
goed. Zijn jullie niet aan het potverteren?
Het kritisch kijken naar elkaar is een verworvenheid in onze kerkelijke traditie. In de Protestantse Kerk vinden we dat je gezag moet verdienen, en op voorhand moet je er vooral niet vanuit gaan dat een ander beter in staat is zaken te beoordelen, welke autoriteit betrokkene ook claimt.
Inleiding
De valkuil van deze benadering is dat we zó kritisch worden dat het vervalt tot azijnzurig negativisme, in plaats van het positief-kritisch beoordelen van elkaar tot opbouw van de gemeenten en onze kerk. Natuurlijk mag terechte kritiek altijd gegeven worden, zoals bij het tekort op de jaarrekening in 2004 en het moeten doen van een afschrijving op de boekwaarde van het Landelijke Ledenregistratie systeem. Dit zijn momenten waarop je resoluut moet ingrijpen om te voorkomen dat we in een vrije val terecht komen. Maar over de hele linie is onze stelling: de financiën van de Protestantse Kerk in Nederland zijn op orde, maar waakzaamheid blijft geboden.
De laatste jaren zijn er ook op landelijk gebied fundamentele ingrepen gepleegd om de tering naar de nering te zetten. Denkt u daarbij aan het sluiten van de negen regionale dienstencentra, het afstoten van werkzaamheden van centrale beleidsfunctionarissen op het gebied van Kerk & Israël, Dialoog met Moslims, Kerkmuziek, etc. Bij ongewijzigd beleid waren wij in zwaar weer terecht gekomen, want dan hadden er nu 100 fte (= € 5,5 miljoen) extra personeelskosten op de jaarlijkse exploitatie gestaan.
Kerkorde
Volgens kerkordelijk voorschrift stelt de kleine synode de jaarrekening vast, “hetgeen strekt tot decharge van het bestuur van de dienstenorganisatie ter zake van het door hem gevoerde beheer, tenzij de kleine synode een voorbehoud maakt”. (Artikel 20 van ordinantie 11 — de vermogensrechtelijke aangelegenheden — van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland).
De generale financiën van de kerk worden verantwoord in een drietal jaarrekeningen, namelijk die van:
a.
de Protestantse Kerk in Nederland
b.
de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland
c.
het werk van Kerk in Actie van de Protestantse Kerk in Nederland.
In grote lijnen houdt dit in dat de jaarrekening van de kerk (a) zich met name toespitst op het vermogen en vermogensbeheer van de Protestantse Kerk; de jaarrekening van de Dienstenorganisatie (b) op het uitgevoerde werk van de Kerk en de jaarrekening (c) op het specifieke werk van Kerk in Actie, waarover een afzonderlijk publieksverslag verschijnt.
De kleine synode besloot destijds op basis van de beleidsnotitie ‘Toedeling activa, passiva, baten en lasten’ dat:
a.
ten behoeve van het (financiële) inzicht voor de kleine synode ook geconsolideerde jaarcijfers van de Kerk worden opgesteld;
b.
de Kerk eigenaar is van alle activa en passiva van de Protestantse Kerk in Nederland;
c.
alle vorderingen en schulden als gevolg van het werk voor de Kerk, inclusief het werk van Kerk in Actie, worden verantwoord bij de dienstenorganisatie;
d.
de dienstenorganisatie voor het uitvoeren van het werk voor de Kerk een vergoeding krijgt, gelijk aan de omvang van de voor dit werk gegenereerde baten.
Dit zijn belangrijke uitgangspunten voor de wijze waarop verslag gedaan wordt van de generale financiën van de kerk. De kleine synode stelt veelal in de maand juni de enkelvoudige jaarrekening van de kerk vast. In de najaarsvergadering (november) behandelt de kleine synode de geconsolideerde jaarverslaggeving van de Protestantse Kerk in Nederland. Hierin zijn dan tevens de cijfers begrepen van aan de kerk gelieerde instellingen
c.q. rechtspersonen, zoals de Stichting De Zending der
Protestantse Kerk in Nederland, Stichting Kerk en Wereld en Stichting Mechanische Registratie en Administratie (SMRA).
Het is goed te weten dat de kleine synode duidelijk heeft bepaald dat het kerkelijke vermogen wordt verantwoord bij de Protestantse Kerk (en niet zoals velen denken bij de dienstenorganisatie) en dat de bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen van Kerk in Actie zijn opgenomen in de dienstenorganisatie, welke jaarstukken worden opgesteld overeenkomstig de Richtlijn 650 Fondsenwervende Instellingen, mede in verband met het CBF-keurmerk ten behoeve van Kerk in Actie.
Daar de dienstenorganisatie een vergoeding ontvangt
voor het uitvoeren van het werk voor de Kerk is de staat
van baten en lasten gesplitst in een operationele resultatenrekening
en een vermogensresultatenrekening. De
jaarlijkse reguliere inkomsten van de Kerk (collecten,
quota en rentebaten) worden opgenomen in de operationele
resultatenrekening. In de vermogensresultatenrekening
worden de inkomsten en uitgaven opgenomen
die betrekking hebben op het eigen vermogen (zijnde
bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen) van de
Protestantse Kerk in Nederland.
Vanwege deze specifieke verantwoordingen heeft de
kleine synode gemeend om duidelijkheid te verstrekken
over de generale financiën van de kerk, waardoor
bepaalde inzichten worden vergroot als men bijvoorbeeld
inzage zou willen verkrijgen in het eigen vermogen
van de kerk of in de middelen van Kerk in Actie of in de
resultaten van het uitgevoerde werk voor de Kerk in de
dienstenorganisatie.
Deze transparantie brengt wel met zich mee dat er veel
cijfers worden geproduceerd, waarbij de kans kan
bestaan dat door de bomen het bos niet meer wordt
gezien.
In de vele gesprekken die het bestuur van de dienstenorganisatie
heeft gevoerd met het (hoofd)bestuur van de
VKB is menig keer deze zorg en/of verontrusting ook
uitgesproken; samen vinden we dat de leden van de Kerk
het recht hebben te weten waaruit de generale financiën
van de kerk bestaan; we zijn er niet mee gebaat dat er
over de ‘financiën’ stemmingmakerij kan zijn in de Kerk.
Daar we gezamenlijk kerk willen zijn, met elkaar het
werk willen doen, is het ook op dit terrein belangrijk om
opbouwend en transparant bezig te zijn. Met deze
publicatie hopen wij hier een bijdrage aan te leveren.
Het toezicht op de Generale Financiën van de Kerk blijft
een verantwoorde aangelegenheid. Naast de interne
controle volgens de gehanteerde planning & control
cyclus laat het bestuur van de dienstenorganisatie zich
bijstaan door een tweetal ‘auditcommissies’: één voor het
werk van Kerk in Actie en één voor het overige kerkenwerk.
Tevens worden de jaarstukken van de generale
financiën voorzien van een (externe) accountantsverklaring,
waarna deze jaarcijfers aan de kleine synode
worden voorgelegd. De kleine synode laat zich vervolgens
bijstaan door een uit haar midden gekozen Commissie
van Rapport, waarna de jaarrekeningen formeel
kunnen worden vastgesteld.
Hiernaast worden verkort de belangrijkste cijfers weergeven.
De formele jaarrekeningen zijn beschikbaar op de
website van de Protestantse Kerk in Nederland
(www.pkn.nl).
Balans Protestantse kerk in Nederland
In de materiële vaste activa zijn o.a. het kantoorgebouw
in Utrecht en Hydepark in Doorn verantwoord. De Kerk is
eigenaar van dit onroerend goed en stelt het gebouw
aan de dienstenorganisatie ter beschikking voor de
uitoefening van het werk voor de Kerk. De dienstenorganisatie
betaalt hiervoor aan de Kerk een zogenaamde
“huur”-bijdrage, in de vorm van een rentevergoeding
(over het door de kerk geïnvesteerde vermogen) en de
afschrijvingen.
Samen met de onderhoudslasten aan het gebouw
vormen deze kosten de huisvestingslasten van de dienstenorganisatie.
Aangezien de aankoop en renovatie van
het kantoorgebouw in Utrecht destijds door de Kerk
hebben plaats gevonden uit eigen geldmiddelen, rusten
er geen hypothecaire verplichtingen op dit onroerend
goed.
De liquiditeitspositie van de Protestantse Kerk
Met de VKB is ook veelal gesproken over de liquiditeitspositie
van de Kerk. Zij heeft daar vaak haar zorg over
geuit. In de jaarrekeningen worden jaarlijks kengetallen
vermeld zoals de solvabiliteit en de liquiditeit. Deze
kengetallen worden zowel voor de Kerk als voor de
dienstenorganisatie opgesteld. Met de liquiditeit wordt
de verhouding weergegeven tussen de vlottende activa
en het vreemd vermogen op korte termijn.
Voor de Kerk kwam dit kengetal over de laatste drie
jaren gemiddeld uit op 75 pct., voor de dienstenorganisatie
— waar de vorderingen en de schulden van het uit te
voeren werk plaatsvinden! — op ruim 280%. Geplaatst in
een algemeen bedrijfseconomisch kader zijn deze
uitkomsten van de verhoudingsgetallen zeer goed te
noemen.
Het eigen vermogen van de Kerk, inclusief Kerk in Actie
In onderstaand overzicht is het verloop van het eigen
vermogen (vrij besteedbaar en vastgelegd) in het boekjaar
2007 zichtbaar gemaakt.
Bijdragen uit bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen
De Protestantse Kerk in Nederland verleent uit haar
bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen bijdragen
aan de dienstenorganisatie met het oogmerk om de
gelden te besteden voor de doelen waarvoor deze
gelden aan de Kerk zijn toevertrouwd.
Deze bestemmingsbijdragen worden bij begrotingsbehandeling
vastgesteld en vormen daardoor een dekkingsmiddel
voor deze specifieke activiteiten, die eveneens
binnen de dienstenorganisatie worden verricht. Wanneer
tijdens het boekjaar blijkt dat deze bijdragen niet of
slechts gedeeltelijk worden gebruikt, dan vallen deze
onderschrijdingen terug in de bestemmingsreserves van
waaruit deze bijdragen werden verleend; ze worden dus
niet aangewend ter dekking van andersoortige kosten
binnen de exploitatie van de dienstenorganisatie.
Nadrukkelijk wordt ook vermeld dat wanneer deze
specifieke gelden uitgeput raken, de door deze reserves
gefinancierde activiteiten (veelal hulpverleningsprojecten)
worden beëindigd.
Verminderingen en/of uitputting van deze reserves en
fondsen betreffen dus geen intering van het (eigen)
vermogen van de Kerk. Door deze bestedingen wordt
immers gehoor gegeven aan de wens van de erflater om
de door de Kerk ontvangen middelen in te zetten voor
het specifieke aangegeven doel. Het beheren van deze
gelden en het inzetten van alleen de revenuen uit dit
vermogen zou het specifieke doel van de erflater tekort
doen, tenzij instandhouding van dit vermogen bij
testament nadrukkelijk is bepaald.
Toelichting op vermogensresultatenrekening
De opbrengst uit vrijwillige geldwerving bestaat hoofdzakelijk
uit door de Kerk ontvangen nalatenschappen
voor Zending en Werelddiaconaat. Deze ontvangsten, die
van jaar tot jaar sterk kunnen fluctueren, worden
verantwoord in specifieke bestemmingsreserves voor
zending en werelddiaconaat van de Kerk, waaruit
jaarlijks een bijdrage op basis van een driejaars-gemiddelde
wordt verstrekt aan de dienstenorganisatie ten
behoeve van het werk van Kerk in Actie.
De hoge bijzondere baten in 2007 (in vergelijking met
voorgaande jaren) bestaan voornamelijk uit vrijval van
niet benodigde subsidietoezeggingen, toedeling van het positieve operationele resultaat 2006 van de dienstenorganisatie,
de boekwinst op verkocht onroerend goed en
mutaties in de leningen u/g. De bijzondere lasten in 2007
namen toe t.o.v. voorgaande jaren door mutaties in de
herwaarderingsreserve deelneming Boekencentrum en
die van de beleggingen. Op de totale investering van het
project Numeri van € 5,2 mln. werd een bedrag van € 3,2
mln. afgeboekt ten laste van de risicoreserve van de
Protestantse Kerk in Nederland.
De staat van baten en lasten van de dienstenorganisatie
De positieve operationele resultaten in bovengenoemde
jaren, bijna oplopend tot ca. € 1 mln., zijn door het
bestuur van de dienstenorganisatie overgedragen aan
(het eigen vermogen van) de Protestantse Kerk in
Nederland.
De staat van baten en lasten laat vooral in het boekjaar
2005 een ‘piek’ zien vanwege de ontvangsten uit Tsunami-
gelden. De onderbesteding in dat jaar heeft tot
gevolg dat de verstrekte subsidies in het daaropvolgende
jaar grotendeels worden gefinancierd/onttrokken uit
bestemmingsreserves en -fondsen van Kerk in Actie. Er
worden nooit gelden van Kerkinactie gebruikt voor
andere doelen dan waarvoor ze zijn gegeven.
Kortom, de exploitatie is op orde gekomen door tijdig te
reageren op de krimp van de Kerk, mede daardoor zijn
wij in staat een tegenvaller op te vangen en is zelfs een
quotum-daling gerealiseerd. Voor de komende jaren is
het noodzakelijk om waakzaam te blijven, maar er is
geen reden tot paniek, want de financiën zijn momenteel
op orde.
G-J. Kramer, voorzitter Bestuur Dienstenorganisatie.
H. Feenstra, algemeen directeur Dienstenorganisatie.
Kanttekeningen van het hoofdbestuur van de VKB
Kanttekeningen van bestuurlijke aard:
• De cijfers van Kerk in Actie blijven ruis opleveren bij de interpretatie van het resultaat. De VKB blijft voorstander
van een daadwerkelijke afsplitsing in een separate unit. Bovendien wordt nu de gehele Dienstenorganisatie
gezien als een fondsenwervende instelling met bijbehorende richtlijn voor de jaarstukken.
• Het ontbreekt aan een koppeling tussen cijfers en behaalde resultaten van de verschillende programma’s.
• Er zou een gelijkschakeling moeten komen tussen de boekhoudpraktijk van de landelijke kerk en van de plaatselijke
gemeenten. Dit zou kunnen betekenen dat plaatselijke gemeenten op basis van maatschappelijke normen
anders zouden moeten omgaan met legaten/erfstellingen (zonder dat daardoor de quotumheffing hoger zou
uitvallen).
• Door de inspanningen van de transformatie zijn de financiën van de kerk inmiddels meer in evenwicht.
Desondanks vinden zowel Dienstenorganisatie als VKB het noodzakelijk om waakzaam te blijven.
• De VKB blijft voorstander van prognoses van uitgaven en inkomsten op de middellange termijn.
• De VKB blijft voorstander van een kerkelijke rekenkamer.
Inhoudelijke kanttekeningen:
• Kerk en Dienstenorganisatie kennen specifieke verantwoordingen in de vorm van een operationele resultatenrekening
en een vermogensresultatenrekening. Deze vorm van rapportage biedt extra inzichten. Er zijn echter ook
kruisverbanden. Zo leidt de extra dividenduitkering van Boekencentrum tot een positief operationeel resultaat bij
de Dienstenorganisatie, en heeft het een negatief effect op het vermogensresultaat van de kerk.
• Het is correct dat de Dienstenorganisatie een zogenaamde “huur”-bijdrage betaalt aan de kerk, maar het verhaal
is completer door eraan toe te voegen dat de kerk die “huur”-bijdrage via de financiële bijdragen aan de Dienstenorganisatie
teruggeeft. Per saldo valt de bijdrage voor de kerk dan ook weg.
• De liquiditeitskengetallen zien er op basis van de gangbare definitie goed uit (in relatie tot het vreemd vermogen
op korte termijn). De VKB maakt daarbij de kanttekening dat er bij een beleid om ook vanuit het eigen vermogen
aanwendingen te doen voor de doelstellingen van de reserves en fondsen, ook beslag wordt gelegd op de
beschikbare liquiditeiten; in absolute zin zijn de liquide middelen in 2007 gedaald.
• De gevormde auditcommissies maken opmerkelijk genoeg ook gebruik van de accountant die de jaarrekening
moet controleren.
• Aan het slot van het artikel wordt gemeld dat er een quotumdaling is gerealiseerd. Het is correct dat het quotum
enigszins is verlaagd, maar daarvoor in de plaats komt betaalde dienstverlening.