Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
Organisatie en financiën ...
Organisatie en financiën van de Kerk zijn in balans
Geschreven door R.M. Belder   Datum: 15-7-2008
Organisatie en financiën van de Kerk zijn in balans


ALGEMEEN DIRECTEUR DIENSTENORGANISATIE OP LEDENVERGADERING AFDELING ZEELAND
Voordat de heer Feenstra het woord kreeg, werd een aantal huishoudelijke zaken afgewerkt, waaronder de jaarstukken 2007. Verder werd de begroting 2008 vastgesteld. Met betrekking tot de notulen van de ledenvergadering van 25 mei 2007 merkte de voorzitter op dat per abuis vermeld is dat de heren Clarisse en Moerland periodiek aftredend waren. Dat is voor 2008 het geval. Beide heren, die zich voor een nieuwe periode beschikbaar stelden, werden herbenoemd. Verder zou de voorzitter graag zien dat alle gewesten van Zeeland in het afdelingsbestuur vertegenwoordigd zijn. Op Walcheren na is dat het geval. Staande de vergadering werd de heer De Buk (Zoutelande) benoemd. Na een daarna volgende pauze kreeg de heer Feenstra het woord.
Visie en beleid
De heer Feenstra herinnerde er aan dat er bij zijn aantreden tekorten waren, zodat het dringend noodzakelijk was de tering naar de nering te zetten. Er moest dringend bezuinigd worden, waarbij rekening moest worden gehouden met het feit dat de Dienstenorganisatie en de ambtelijke structuur gehandhaafd zouden blijven tot de evaluatie van de kerkorde, die voor 2009 gepland staat. Maar de Dienstenorganisatie moest ondertussen wel afslanken. Belangrijk was dat er een visie kwam hoe de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), die jaarlijks ledenverlies lijdt, er over 10 jaar uit ziet. Wat is daarvoor nodig en is dat betaalbaar?

De synode stelde vervolgens een visienota op met als titel “Leren leven van de verwondering”. Daarin stelde zij zich op het standpunt dat de PKN een aanstekelijke en aansprekelijke kerk behoort te zijn, die zoekt naar kansen voor nieuwe vormen van kerk zijn. Het actief uitdragen van de bijbelse boodschap is daarbij een eerste vereiste. Verder zal er sterk ingezet moeten worden op de jeugd en jongeren. Inmiddels is het zo dat slechts 3 pct. van het quotum aan het jeugdwerk wordt besteed.
Aanpassen
Het uitdragen van deze visie en de vertaling daarvan naar de dagelijkse praktijk, vraagt een aanpassing van de organisatie, die, zoals ook bij veel gemeenten het geval is, aangepast moet worden aan de omvang van een krimpende organisatie. Er is becijferd dat het ledental tot 2015 met zo’n 25 pct. daalt. Om de organisatie daarop af te stemmen, moet het quotum nominaal naar beneden. Maar tegelijkertijd daalt het aantal professionals in de gemeenten. Steeds meer werkzaamheden moeten door vrijwilligers worden gedaan. Dienstverlening vanuit de Dienstenorganisatie naar de gemeenten toe, zal een kwestie van maatwerk zijn.

Duidelijk werd dat veel werk vanuit een centrale locatie verricht moest worden met als gevolg dat de negen regionale dienstencentra zouden moet sluiten. Dat zou niet alleen een fors bedrag aan huisvestingskosten opleveren, maar bovendien een verhoging van de capaciteit van de directe dienstverlening en minder overhead. In de oude situatie werd door functionarissen te veel tijd en energie gestoken in vergaderingen en bijeenkomsten. In de nieuwe situatie moet er een centrale functionaris zijn die gemeenteadviseur is.

Op basis van het principe “waaraan heeft de gemeente behoefte?” zal er gewerkt moeten worden. Aan de gemeenten zal een basispakket worden aangeboden dat enkele diensten zal bevatten, maar voor extra diensten zal zij een nota van de Dienstenorganisatie gepresenteerd krijgen. Verder moet er meer gebruik worden gemaakt van de digitale vorm van communiceren in plaats van gebruik te maken van de grote hoeveelheid schriftelijke stukken die vaak worden aangeboden.
Flexibilisering
Ook zal er meer gewerkt moeten worden aan een flexibilisering b.v. in de sfeer van een mobiliteitsbureau van predikanten en kerkelijke werkers. Denkbaar is dat wanneer een gemeente erg lang vacant is, zij vanuit een uitzendbureau van predikanten een interim-predikant krijgt aangeboden die direct aan de slag gaat, waardoor de gemeente als gevolg van een vacatureperiode geen schade ondervindt. Verder wees de heer Feenstra er op dat de Kerk de grootste vrijwilligersorganisatie van ons land is. Maar ondanks dat wordt er relatief weinig in mensen geïnvesteerd. De Kerk zal dus meer in de vorm van een kaderschool aan Vorming en Toerusting van haar vrijwilligers moeten doen.

De heer Feenstra deelde mee dat er fors is bezuinigd. Het managementteam is drastisch verkleind van 15 naar 5 lijnfunctionarissen. Het aantal regionale dienstencentra van negen is teruggebracht naar vier steunpunten. Dat bespaart een bedrag van € 650.000,-- aan huisvestingskosten. De gemeenteadviseurs richten hun aandacht geheel op de plaatselijke gemeenten.
Dienstenorganisatie is penningmeester van de kerk
De heer Feenstra herinnerde er in dit verband nog eens aan dat binnen de huidige structuur zoals die in de Protestantse Kerk in Nederland is ingebed, de Dienstenorganisatie moet worden gezien als de penningmeester van de Kerk. Volgens de huidige regelgeving ligt de bevoegdheid om geld uit te geven, geheel bij het Bestuur van de Dienstenorganisatie. Er zijn in dit verband vier programmalijnen, namelijk:
— de institutionele ondersteuning;
— het programma van Kerken in actie;
— het programma van JOP; en
— het programma kerk in ontwikkeling, waarbij ook het werk vanuit de vier steunpunten Noord (Rouveen), Midden (Utrecht), Zuidoost (Angerlo) en Zuidwest (Heerjansdam) wordt betrokken.
Samenwerking
De heer Feenstra was van mening dat er veel meer samengewerkt moet worden met diverse organisaties die aan het kerkenwerk gelieerd zijn. Alle modalitaire uitvoeringsorganisaties zoals de IZB, GZB, HGJB en het Evangelisch Werkverband krijgen alle ruimte om samen met elkaar tot opbouw van de Kerk beschikbaar te zijn. Het doel van de Kerk zal daarbij vooral de missionaire presentatie zijn. Tenslotte is er een grotere behoefte om veel meer samen te werken met de allochtone kerken in Nederland. De Protestantse Kerk in Nederland zal zich op haar kerntaak van de zending moeten concentreren, als een roepende kerk, waar gemeenten en christenen vrijmoedig verantwoording afleggen en getuigenis geven van het Evangelie.

De heer Feenstra constateerde tenslotte dat er in de komende tijd meer gepionierd moet worden en minder gepolderd in het binnenlandse zendingswerk. Aan de dienstverlening worden hoge eisen gesteld. Er zal geen euro meer worden uitgegeven aan zaken waarvoor geen beleidsplan is ingediend. Verder zal er de nodige aandacht moeten worden besteed aan vorming en toerusting in de gemeenten. In het kader van het landelijk missionair werk zijn er voor 2009 vijf landelijke pioniers nodig en in 2011 zullen dat er 10 zijn. Er wordt veel bezuinigd, maar voor dit nieuwe beleid dat heilzaam is voor onze gemeenten, wordt extra geld uitgetrokken, zo besloot de heer Feenstra.
Landelijke ledenregistratie
De inleiding van de heer Feenstra liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Duidelijk en zorgvuldig presenteerde hij de zaken die gebaseerd waren op de visie van de synode. Dat was dan ook de reden dat vanuit de protestantse gemeente van Veere geen vraag gesteld werd over zijn inleiding, maar over de Landelijke Leden Registratie (LLR).

De heer Feenstra gaf een uiteenzetting van de gang van zaken. Hij wees op het verschil van ledenregistratie tussen hervormden en gereformeerden. Het gereformeerde systeem was sterk plaatselijk georiënteerd, in tegenstelling tot dat van het hervormde dat, daarnaast te kampen had met randkerkelijken. Doordat bij verhuizing gereformeerde leden in toenemende mate hun attestatie niet meer afhaalden, verloren de gereformeerde kerken relatief veel leden. De randkerkelijkheid bij de gereformeerde kerken was ook in gang gezet.

Duidelijk was dat de toenmalige apparatuur, waarover de SMRA destijds beschikte, niet kon voldoen om een integratie van de verschillende systemen te realiseren op basis van de nieuwe kerkorde. Daarom werd een nieuw project opgestart, waarmee op basis van de verwachtingen in november 2006 een bedrag van € 2,6 miljoen gepaard zou gaan. Het budget werd verhoogd en de structuur ingrijpend gewijzigd. Leden van het bestuur van de SMRA hebben toen hun functie ter beschikking gesteld en werden bedankt voor de bewezen diensten, waarna de gehele organisatie onder de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland werd gebracht. De algemeen directeur werd eindverantwoordelijk voor het geheel.
Definitieve keuze maken
In juni 2007 zou een uitrol komen. Maar de pilot was niet gelukt, omdat bleek dat het nieuwe systeem te traag werkte, terwijl het bovendien erg gebruikersonvriendelijk was.

De heer Feenstra kondigde aan dat in de synode van juni 2008 de kwestie opnieuw aan de orde komt. Dan moet er duidelijkheid zijn over de vraag of er met het systeem van de Landelijke Leden Registratie gestopt moet worden. Zowel het Moderamen van de generale synode als het Bestuur van de Dienstenorganisatie zijn van mening dat de Kerk niet zonder een goede landelijke ledenregistratie kan. Verder is het denkbaar een koppeling tot stand te brengen aan een lokaal pakket (Baruch of Scipio), dan wel dat er gestopt wordt en dat er een herstart wordt gemaakt.
Complex
De heer Feenstra wees er voor de goede orde op dat de ledenregistratie en de regelgeving daar omheen, erg complex van aard is. Men heeft te maken met verschillende modaliteiten, terwijl er in diverse gemeenten gemeenteleden zijn die hun voorkeur voor kerkelijke betrokkenheid in andere (wijk)gemeenten hebben doorgegeven. Naast het lidmaatschap en het soort lid, kent de Kerk nog het begrip van pastorale eenheid. Dat vereist een intelligent systeem, waaraan dan ook daadwerkelijk gewerkt wordt. Maar hoe intelligenter het systeem, des te trager werkt het en des te groter is de kans op fouten aanwezig bij updates.

Wat er in juni 2008 ook over de landelijke ledenregistratie gezegd wordt, het is altijd slecht nieuws, want, na de pas op de plaats die nu gemaakt is, zullen er vervolgstappen moeten worden gezet. En die stappen kosten geld. “Numeri doet nu eenmaal niet waarvan de kerk dacht dat het aanvankelijk wel zou kunnen”, aldus de heer Feenstra.
Scipio of afwachten?
De kerkrentmeester van Koudekerke vroeg wat verstandig is. Of nu over te gaan tot de aanschaffing van Scipio, of nog even afwachten. De heer Feenstra vond het beter om nog tot juni 2008 te wachten. Een kerkrentmeester van Kortgene merkte op dat de kerk misschien teveel van het systeem Numeri verlangt. De heer Feenstra deelde mee dat de uitgangspunten voor een functioneel ontwerp verankerd liggen in de kerkorde die zonder meer gevolgd moet worden. De ambities van dit project waren zeer hoog gespannen.

De heer Mooijaart (bestuurslid afdeling Zeeland) had met belangstelling kennis genomen van het organogram dat de heer Feenstra toonde. Hij zou graag zien dat dit soort waardevolle informatie kerkbreed in de kerk wordt vertoond. Hij denkt in dit verband aan de classicale vergaderingen. De heer Feenstra deelde mee dat hij regelmatig op classicale vergaderingen verschijnt. Overigens heeft hij de redactie van “Kerkbeheer” toegezegd dat zij de beschikking krijgt over een digitale versie van dit schema.
Reserves
Naar aanleiding van een opmerking dat het bij de Protestantse Kerk in Nederland aan goede communicatie ontbreekt, deelde de heer Feenstra mee dat deze misschien voor verbetering vatbaar is. Overigens heeft de Protestantse Kerk in Nederland, ondanks andere geruchten, haar financiën geheel op orde.

De klacht die nogal eens geuit wordt dat zij “aan het potverteren is” is totaal ongegrond. De kerk heeft in de afgelopen jaren diverse bestemmingsreserves ontvangen die, op basis van hun bestemming voor het doel waarvoor ze door de erflater zijn geschonken, jaarlijks aangesproken moeten worden. Het is dan logisch dat deze reserves minder worden. Tegelijkertijd komen er ook weer nieuwe reserves door schenkingen aan de Kerk. Wij zijn daarin een betrouwbare partner. Daarnaast moet de Kerk beschikken over een risicovermogen dat circa 40 á 60 pct. bedraagt van een jaarlijkse salarispost. De salarispost bedraagt op jaarbasis zo’n € 20 miljoen, zo besloot de heer Feenstra.

De voorzitter van de afdeling Zeeland zag terug op een zeer leerzame avond, waarbij de heer Feenstra op heldere en duidelijke wijze het beleid van de Kerk en de daarbij behorende financiën uiteen heeft gezet.
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Van Ree accountants
Donatus verzekeringen
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Van den Heuvel orgelbouw
© Copyright 2010 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis