De vrijwilliger en de fiscus
Geschreven door Drs. W.G. van Vliet Datum: 15-10-2006

Veelal geven kerken kostenvergoedingen aan vrijwilligers.
Het komt echter voor dat de vrijwilligers hier helemaal
geen prijs op stellen. Zij willen wel afzien van de
kostenvergoedingen. In dat geval is het mogelijk om het
afzien van de kostenvergoedingen als fiscaal aftrekbare
gift aan te merken. Hier zijn echter wel voorwaarden
aan verbonden. Deze voorwaarden zijn aan de orde
gekomen in de jurisprudentie.
Er vallen twee situaties te onderscheiden:
1. De kerk heeft wel een kostenvergoedingsregeling
2. De kerk heeft geen kostenvergoedingsregeling.
Ad 1 De kerk heeft wel een kostenvergoedingsregeling
In een arrest van 7 juni 1978 heeft de Hoge Raad (over
een Anglicaanse geestelijke) hier het volgende over
gezegd:
Uitgaven zijn aan te merken als gift indien:
— iemand de uitgaven bij een instelling had kunnen
declareren;
— en vrijwillig van deze declaratie heeft afgezien.
Wat betekent dit nu in de praktijk voor een vrijwilliger
die afziet van de kosten? Het verdient aanbeveling om:
a. de kostenvergoedingen vast te leggen in het reglement
van de instelling (de kosten kúnnen dus daadwerkelijk
gedeclareerd worden bij de instelling);
b. afschriften van de bonnetjes van de kosten te bewaren;
c. het afzien van kostenvergoedingen duidelijk vast te
leggen (onder vermelding van de bedragen);
Voorwaarde a blijkt duidelijk uit het arrest van de Hoge
Raad. Het moet natuurlijk wel gaan om kosten die in
redelijkheid ook door de kerk moeten worden gedragen.
De voorwaarden b en c zijn feitelijk een bewijskwestie.
Deze voorwaarden vinden hun oorzaak in de eis dat de
giftenaftrek slechts kan worden verkregen indien deze
met schriftelijke bewijzen kan worden gestaafd (kwitanties,
bankafschriften). Een bankafschrift of kwitantie is
bij het afzien van kosten echter niet mogelijk en daarom
is het verstandig aan te geven dat de vrijwilliger afziet
van de kostenvergoedingen voor die-en-die (met bonnetjes
onderbouwde) kosten voor deze bedragen. Indien
meerdere kostenvergoedingen worden ontvangen, verdient
het aanbeveling dat de kerk en de vrijwilliger een
en ander in een tabel, waarin de diverse kostenposten
zijn gespecificeerd, vastleggen. De vrijwilliger die van de
kostenvergoedingen afziet, dient de brief waarin een en
ander is vastgelegd, in zijn administratie te bewaren.
Ad 2 De kerk kent geen kostenvergoedingsregeling
Er kan volgens de Hoge Raad echter ook sprake zijn van
giftenaftrek, indien sprake is van:
— uitgaven die naar algemeen maatschappelijke opvattingen
door de instelling aan de belastingplichtige
zouden behoren te worden vergoed; en
— er sprake is van een slechte financiële positie bij de
instelling, die ertoe heeft geleid dat in het geheel
geen vergoedingsregeling is getroffen of dat er door
de belastingplichtige bij voorbaat van vergoeding is
afgezien.
Uit de wet en de genoemde overwegingen van de Hoge
Raad leid ik de volgende voorwaarden en aanbevelingen
af, die van belang zijn om giftenaftrek te verkrijgen:
a. het college moet vastleggen dat de kerk niet in staat
is om kosten te vergoeden; en
b. de kerk zou de kosten naar maatschappelijke opvatting
wel moeten vergoeden; en
c. er moeten bonnetjes worden bewaard terzake van de
uitgaven.
Het kan natuurlijk voorkomen dat een kerk niet in staat
is om kostenvergoedingen toe te kennen. Ook in dit
geval is het verstandig dat het college van kerkrentmeesters
schriftelijk onderbouwt dat dit daadwerkelijk
het geval is. Dit is overigens niet strikt noodzakelijk.
Zoals blijkt uit de uitspraak van de Hoge Raad kan ook sprake zijn van giftenaftrek indien de vrijwilliger zelf ‘bij
voorbaat’ afziet van de kostenvergoedingen in verband
met de slechte financiële situatie van de kerk; in voorkomende
gevallen kan het echter lastig zijn om dit aannemelijk
te maken. Over voorwaarde b merk ik op dat het
niet altijd eenvoudig is om vast te stellen wat kosten zijn
die naar maatschappelijke opvattingen zouden moeten
worden vergoed. Dit zal van geval tot geval beoordeeld
moeten worden. Een studeerkamer voor een bestuurslid
van een politieke partij en van het Humanistisch Verbond
hoefde volgens de Hoge Raad niet vergoed te worden.
Kosten die ontegenzeggelijk zijn gemaakt voor de
kerk (reiskosten, kopieerwerk) zijn dat wel. Voorwaarde
c is (zoals hiervoor ook al genoemd) een bewijskwestie.
Overigens geldt voor het afzien van autokosten volgens
de wet een vast aftrekbedrag: indien giften de vorm
hebben van het afzien van een vergoeding van kosten
per auto, anders dan per taxi, worden zij in aanmerking
genomen voor EUR 0,19 per kilometer. Het is dus niet
mogelijk om meer te declareren.
Er is natuurlijk ook nog een andere oplossing: gewoon de
kostendeclaratie innen en daarna een gift aan de kerk
doen via een bankoverschrijving. In dat geval zijn de giften
in ieder geval met schriftelijke bewijzen te staven.
De heer Van Vliet, werkzaam bij PriceWaterhouse-
Coopers, is fiscaal adviseur van de VKB