Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
Dienstwoning en fiscale gevolg...
Dienstwoning en fiscale gevolgen
Geschreven door Mr. S.E. Bins   Datum: 15-8-2006


Kosters zijn het aanspreekpunt over de dagelijkse gang van zaken in en rond een kerkgebouw. Het is dan ook noodzakelijk dat zij in de directe omgeving van het kerkgebouw wonen. Het kerkgenootschap waar de koster in dienst is, zal dan ook in het algemeen zorgdragen voor de huisvesting van de koster en zijn gezin. Vaak maakt de kosterswoning daarom zelfs onderdeel uit van het kerkgebouw.

De koster is in de regel verplicht gebruik te maken van de dienstwoning. Om die reden zullen de afspraken omtrent het gebruik in de regel onderdeel uitmaken van de arbeidsovereenkomst. Op deze manier maakt de dienstwoning onderdeel uit van de arbeidsvoorwaarden en is er geen sprake van dat het kerkgenootschap in een dubbelrol van verhuurder en werkgever terecht komt.
Natura
Wanneer een werkgever aan een werknemer in het kader van de dienstbetrekking een woning ter beschikking stelt dan vormt het genot van de woning voor de werknemer loon in natura. Aangezien loon in natura ook loon is in de zin van de loonbelasting moet de werkgever de belasting die over het loon in natura verschuldigd is op het salaris van de werknemer inhouden. Om te bepalen hoeveel belasting er moet worden ingehouden, zal de werkgever moeten vaststellen wat de waarde is van het loon in natura. Het is voor de werkgever van belang om deze waarde niet te laag vast te stellen omdat hij verantwoordelijk is voor een juiste belastingafdracht. Bij discussie achteraf kan de fiscus tot vijf jaar terug bij de werkgever naar haar mening, te weinig afgedragen belasting naheffen. De werkgever kan deze belasting weliswaar verhalen op de werknemer, maar dat is in de praktijk niet altijd eenvoudig.

De werknemer is overigens niet gebonden aan de waardering van het loon in natura door de werkgever.
Indien hij van mening is dat die waarde te hoog is (het zal immers zelden voorkomen dat die waarde te laag is) dan kan hij een ander standpunt innemen:
i) door middel van bezwaar maken bij de fiscus tegen de ingehouden loonbelasting of
ii) bij het indienen van aangifte inkomstenbelasting.
Omdat dit geen praktische werkwijze is, heeft de Minister van Financiën de mogelijkheid geboden om op verzoek van de werknemer de waarde van het loon in natura door middel van een beschikking van de Belastingdienst te laten vaststellen. De voorwaarden waaronder een dergelijke beschikking wordt afgegeven zijn echter zodanig geformuleerd dat zij niet gedragen worden door de wettelijke bepaling waar zij invulling aan moeten geven. Met andere woorden, er worden voorwaarden gesteld die geen wettelijke grondslag hebben en daardoor mijns inziens onverbindend zijn. Dat is betreurenswaardig omdat op deze manier veel werknemers onnodig te veel belasting betalen.
Besparingswaarde
In de wet is vastgelegd dat de waarde van een dienstwoning wordt gesteld op het bedrag dat de werknemer zich bespaart. De regeling van de minister gaat er echter van uit dat de waarde van dienstwoning kan worden gesteld op 18% van het fulltime jaarsalaris van de werknemer. Vervolgens wordt de werknemer de mogelijkheid geboden om bij beschikking een lagere waarde vast te laten stellen. Dan moet hij wel aannemelijk maken dat de besparingswaarde aanmerkelijk lager is dan de normale huur die voor de dienstwoning betaald zou worden door een willekeurige derde. Door deze regeling wordt het mijns inziens werknemers onnodig moeilijk gemaakt om — ten behoeve van de juiste inhouding van de loonbelasting op hun salaris — hun werkgever te bewegen uit te gaan van de voor hen geldende besparingswaarde.

Ook zorgt deze regeling in de praktijk voor veel discussie met de fiscus omdat het vaak bijzonder lastig is om vast te stellen wat de normale huur voor een kosterswoning is. Het zogenaamde puntensysteem geeft weliswaar enig houvast, maar het geeft slechts aan wat een woning maximaal zou mogen kosten.

De besparingswaarde is eenvoudiger vast te stellen. Hiervoor mag op grond van jurisprudentie uitgegaan worden van statistische gegevens. Bij het CBS zijn cijfers bekend omtrent het deel van het inkomen dat door bepaalde gezinsinkomenscategorieën wordt uitgegeven aan huur. In de inkomenscategorie waartoe een koster (en zijn partner!) in de regel zal behoren, wordt gemiddeld 12% van het netto gezinsinkomen aan huur besteed. De besparingswaarde zal derhalve in veel gevallen gelijk zijn aan 12% van het netto gezinsinkomen.
Vergoeding
Voor de berekening van de verschuldigde belasting over loon in natura mag van dat loon worden afgetrokken de vergoeding die voor het gebruik van de dienstwoning aan de werkgever is betaald. Die vergoeding is in regel gebaseerd op de arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse Kerk in Nederland en bedraagt, kort gezegd, 12% van het fulltime bruto salaris van een koster.
Aangezien de vergoeding die aan de werkgever is betaald vaak hoger is dan de statische besparingswaarde zal voor veel kosters gelden dat zij geen belasting zijn verschuldigd over de waarde van de hun ter beschikking gestelde dienstwoning.

De werkgever zal, ter vermijding van problemen achteraf, belasting inhouden over het verschil tussen 18% van het bruto fulltime salaris van een koster en de door de koster betaalde vergoeding. Om te voorkomen dat de werkgever op deze manier belasting zal inhouden dient de koster een beschikking aan te vragen. Omdat de hoogte van de besparingswaarde privacy gevoelig is — er valt tenslotte uit af te leiden wat het netto gezinsinkomen is — zou de koster kunnen overwegen de Belastingdienst te vragen een beschikking af te geven waarin wordt goedgekeurd dat de werkgever geen belasting hoeft in te houden indien er een vergoeding wordt betaald conform de standaard arbeidsvoorwaarden. Een eventueel verschil (positief of negatief) tussen de betaalde vergoeding en de besparingswaarde kan dan in de aangifte inkomstenbelasting worden verantwoord.
Resumé
De fiscale gevolgen van een dienstwoning zijn gecompliceerd omdat de ministeriële regeling een waarderingssysteem bevat dat mijns inziens niet praktisch is en bovendien tot een waardering leidt die in veel gevallen hoger is dan de wet voorschrijft.
De fiscale waarde van het genot van een dienstwoning is nooit hoger dan de hoogste van de drie volgende waarden:
1. De huur die de woning zou opbrengen bij verhuur aan een derde.
2. De forfaitaire waardering (18% van het bruto inkomen).
3. De besparingswaarde.

Ik hoop met het voorgaande werkgevers en werknemers een beter inzicht te hebben gegeven in de problematiek die met de dienstwoning samenhangt.

De heer Bins is verbonden aan Kantoor Boone in Den Haag.
Ik wil starten met VKB Academy.
Van Ree accountants
Kantoor der Kerkelijke Goederen
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Van den Heuvel orgelbouw
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis