Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
Risicoveilig beleggen = risico...
Risicoveilig beleggen = risicomijdend beleggen
Geschreven door T.H. Copier   Datum: 15-1-2009


Kerkgeld!
Er zijn kerkelijke colleges die uit het verre verleden vermogend zijn, andere colleges zijn in de gelukkige omstandigheid dat door verkopen van onroerende zaken of overschotten in de exploitatie, er liquiditeiten aanwezig zijn. Iedere kerkelijke gemeente heeft vervolgens geld op rekening-courant en spaarrekeningen voor de zogenaamde lopende zaken. De actie Kerkbalans komt bijvoorbeeld binnen en de predikant wordt daarvan maandelijks betaald.
In beide gevallen betreft het hier geld dat door kerkleden geschonken wordt aan de kerk. Geld met een bestemming! De kerkelijke colleges dienen daar uiterst zorgvuldig mee om te gaan. Het is en blijft kerkgeld!
Rendement door de jaren heen
Wanneer we de langjarige rentes over een reeks van tientallen jaren bezien dan is 4 pct. rente per jaar een redelijk gemiddelde. Voor de dagelijkse “liquiditeiten” kan men ervan uitgaan dat de verkregen rente gelijk is aan het inflatiepercentage. Rente is een vergoeding voor het beschikbaar stellen van vermogen inclusief een bijdrage voor inflatievergoeding.
Beleid
Wat moet of kan een college nu doen met het beschikbare geld? Allereerst dient het college zicht te hebben op wat men met de gelden wil. Het geld moet in ieder geval dienstbaar gemaakt worden voor de kerkelijke gemeente, want daarvoor werd het eertijds door de kerkleden gegeven. Dit betekent niet dat al het geld “direct” opgemaakt moet worden. Het beleid kan ook zijn dat vanuit het rendement een gedeelte van het pastoraat betaald wordt. Het is niet aan mij om het beleid van een kerkelijke gemeente hieromtrent te bepalen. Wel verwacht ik van elk college dat men in staat is dit beleid op een zorgvuldige wijze vast te stellen.
Beleggen
Als een college het beleid heeft vastgesteld wat betreft het doel van het aanhouden van vermogen, dan kan gekeken worden hoe er belegd kan worden. De vraag van de redactie was iets te schrijven over risicoveilig beleggen. Het woord ‘risicoveilig’ is eigenlijk een onmogelijke term. Risico houdt altijd in dat je niet zeker bent van het eindresultaat en het woord veilig impliceert dat de einduitkomst gelijk is aan de verwachting.

Iedere belegging heeft een risico in zich. Een bank kan omvallen, een land kan bankroet raken, onroerende zaken kunnen teloor gaan, de oude kous kan gestolen worden. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. ‘Risicoveilig beleggen’ is een term die ik niet zou willen bezigen. Ik zou niet verder willen gaan dan de term ‘risicomijdend beleggen’.

Risicomijdend beleggen kan altijd bij (bank) instellingen die een marktconforme rente aanbieden zowel op korte als op lange termijn. Gezonde ondernemingen die gezonde risico’s willen en kunnen nemen. Gemiddeld zal dan het rendement op lange termijn circa 4 pct. bedragen en voor het lopende geld zal ongeveer het inflatiepercentage verkregen worden. Verder kunnen in dit verband staatsgerelateerde obligaties ook als een veilige haven worden gezien.
Nimmer méér risico lopen?
Mag je dan nooit méér risico lopen en proberen meer rendement te krijgen? Ook daar ga ik niet over. De Protestantse Kerk in Nederland heeft tot tweemaal toe richtinggevend hierover een notitie geschreven. Dat is een compromis omdat we het binnen onze kerk ook niet eens zijn over de hoeveelheid risico die een kerkelijke gemeente mag en kan lopen.

Wel is en blijft het belangrijk dat iedere kerkelijke gemeente of kerkelijke instelling wanneer men besluit al dan niet-risicomijdend te beleggen, dit vastlegt in een traesurystatuut. In dit statuut dient te worden vastgelegd wat men beoogt met risicomijdend of niet-risicomijdend beleggen en welke producten hiervoor ingezet kunnen worden.
Waarop letten?
Wanneer een kerkelijke gemeente besluit tot meer (theoretisch) rendement en dus meer risico, moet men een aantal zaken goed regelen. Allereerst moet het gehele college zich ervan bewust zijn welke risico’s er gelopen worden. Dit kunnen rendementsrisico’s zijn maar zeker ook hoofdsomrisico’s. Hierin moet dan ook worden meegenomen de gegoedheid van de partij waarmee men zaken doet en welke partijen eventueel garanties voor deze producten afgeven. Het recente verleden heeft maar weer eens aangetoond dat een schijnbaar goede bank geen betrouwbare partij bleek te zijn en dat een garantie van een overheid ook niet alles hoeft te zeggen.

De producten moeten begrijpbaar zijn ook voor een nieuwe penningmeester. Een spaarrekening of een termijndeposito is aan een ieder uit te leggen. Een obligatie of een beleggingsfonds is vaak al een veel moeilijker verhaal. Hoe zit het dan met de voorwaarden? En met het hoofdsomrisico? Enz.

Wanneer men hoofdsomrisico loopt moet het college op een gemeenteavond kunnen vertellen waarom een portefeuille eerst bijvoorbeeld € 100.000 waard was en nu nog maar € 75.000?
Indien een college bovengenoemde zaken niet geregeld kan krijgen, houdt u het dan maar bij risicomijdend beleggen van het kostbare kerkgeld.
Resumé
Maak als college beleid en leg ook vast waarom u als kerkelijke gemeente vermogen niet direct inzet maar wenst te beleggen. Werk vervolgens uit welke risico’s u kunt en wenst te lopen. Alleen dan kunt u verantwoord omgaan met het vermogen dat (tijdelijk) aan uw zorgen wordt toevertrouwd.
De heer Copier is directeur van de Stichting Kerkelijk Geldbeheer.
Ik wil starten met VKB Academy.
Van den Heuvel orgelbouw
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Van Ree accountants
Kantoor der Kerkelijke Goederen
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis