Jaarverslag Raad voor de Plaat...
Jaarverslag Raad voor de Plaatselijke Geldwerving — slot
Geschreven door Vkb Datum: 15-12-2005
Hieronder volgt het laatste deel van het jaarverslag van
de Raad voor de Plaatselijke Geldwerving van de actie
Kerkbalans 2005.
Te geringe respons
Ondanks het feit dat wij de colleges van kerkrentmeesters
nadrukkelijk verzochten de inlichtingenstaat
volledig ingevuld terug te zenden, heeft slechts een
gering aantal hieraan gevolg gegeven. Degenen die dit
naar beste weten deden, zijn wij dank verschuldigd.
Maar het blijft jammer dat weer een lager percentage
dan vorig jaar dit deed. Het is de bedoeling om met de
informatie uit de inlichtingenstaten een visie te geven
op het totale beeld van onze gemeenten die aan de
actie Kerkbalans meededen. Maar een respons van 458
gemeenten van de 1.158 die aan Kerkbalans meededen
(nog geen 40 pct.) is te weinig om te kunnen extrapoleren,
d.w.z. de gegevens van deze reagerende gemeenten
door te berekenen naar alle aan Kerkbalans deelnemende
gemeenten. Dat kon tot 7 jaar geleden, toen de respons
op 65 á 68 pct. lag, nog wel.
Reden van de teruggang
Voor het eerst sinds de actie Kerkbalans in 1974 werd
gehouden, is er op basis van de hiervoor genoemde respons
sprake van een daling van de toezeggingen t.o.v.
het jaar daarvoor. Als redenen worden genoemd:
— de vergrijzing. Het aantal leden dat jaarlijks afneemt,
o.m. als gevolg van overlijden, wordt al jaren niet
meer gecompenseerd door nieuwe leden;
— de publiciteit rondom het honorarium van de interimmanager
van het Protestants Landelijk
Dienstencentrum;
— de grote aandacht die de financiële actie kreeg ten
behoeve van de slachtoffers van de zeebeving; en
— in enkele gevallen het ledenverlies als gevolg van vertrek
naar de Hersteld Hervormde Kerk.
Ledenverlies vraagt nieuw beleid
Sinds vele jaren wordt de Protestantse Kerk in Nederland
geconfronteerd met ledenverlies dat jaarlijks op 2 á 2,5
pct. gesteld mag worden. In de grote steden is het ledenverlies
enorm. Voor grotere gemeenten wordt al
sinds vele jaren voorspeld dat de kerk wat het ledental
betreft in 25 jaar zal halveren. Het ledenverlies van de
gemeenten die tot de Protestantse Kerk in Nederland
gerekend worden, bedroeg over 2004 bijna 3 pct.
Iedere gemeente zal met dit fenomeen in meer of mindere
mate geconfronteerd worden. Om op een verantwoorde
wijze hiermee om te gaan, is het van groot
belang dat gemeenten voor de komende jaren een
beleidsplan vaststellen waaraan een meerjarenbegroting gekoppeld is. Dit is bovendien ook in de kerkorde voorgeschreven.
De colleges van kerkrentmeesters kunnen bij de totstandkoming
van een dergelijk beleidsplan een belangrijke
rol vervullen. Zij kunnen belangrijk basismateriaal
aandragen zoals op het gebied van de geldwerving. De
in 2004 door de Vereniging van Kerkrentmeesterlijk
Beheer uitgegeven brochure “Kerkelijk gemeente en
beleidscyclus” biedt goede handvatten om een beleidsplan
op te stellen dat gebaseerd is op de ontwikkelingen
in de plaatselijke gemeenten.
Erfstellingen en legaten
Dankzij het initiatief van de Interkerkelijke Commissie
Geldwerving is er begin dit jaar een folder beschikbaar
gekomen om gemeenteleden of andere belangstellenden
te interesseren voor het plaatselijk kerkenwerk.
Begin mei 2005 waren er zo’n 80 gemeenten die een
bestelling van een ‘op maat gemaakte folder’ bij de
Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer hebben
gedaan. Deze colleges van kerkrentmeesters zullen in
hun gemeenten direct na de komende zomer een beleid
in hun gemeenten gaan ontwikkelingen om o.a. gemeenteleden
te wijzen op de mogelijkheid om de kerkelijke
gemeenten in hun nalatenschap te betrekken.
Die gemeenten die onlangs een bestelling van de folder
“Erfstellingen en legaten” hebben geplaatst, zullen in
het najaar van 2006 enkele vragen ter beantwoording
krijgen voorgelegd, waarvan de respons weer belangrijk
is voor het verder te voeren beleid ten aanzien van
“Erfstellingen en legaten”.
Relatie stijging — daling
Sinds eind jaren tachtig is het resultaat van de aan de
actie Kerkbalans deelnemende gemeenten zo dat circa
2/3 deel een stijging (soms gering) boekt, terwijl 1/3 deel
van de gemeenten met een verlaging van de toezeggingen
wordt geconfronteerd.
Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat, op enkele zeer
grote gemeenten na, het niet jaarlijks dezelfde gemeenten
zijn die met een daling worden geconfronteerd.
Nu dit jaar, op basis van de respons van bijna 40 pct., de
balans doorgeslagen is naar 52 pct. stijgers en 47 pct.
dalers (1 pct. bleef gelijk), is het belangrijk te weten of
de “omslag”, namelijk dat minder mensen ook werkelijk
minder gaan geven, zich heeft ingezet, of dat het negatieve
beeld te maken heeft met incidentele ontwikkelingen
(honorarium interim-manager, financiële acties zeebeving).
Op basis van het ledenverlies dat de Kerk de
afgelopen jaren heeft geleden, lijkt het reële beeld te
zijn dat de omslag in 2005 zijn intrede heeft gedaan.
Provinciale of regionale cijfers
Van de 1.158 gemeenten die gebruik hebben gemaakt
van het foldermateriaal voor de actie Kerkbalans, hebben
458 gemeenten de inlichtingenstaat ingevuld teruggezonden.
Zoals eerder opgemerkt is, kan wegens de te
geringe respons geen extrapolatie gemaakt worden om
een totaal overzicht weer te geven. Volstaan moet worden
met het aangeven van een trend van deze 458
gemeenten. Dan blijkt o.m. dat:
a. de provinciale cijfers onderling sterk verschillen. Voor
wat betreft de gemiddelde bijdrage omgerekend per
bijdrager scoren de provincies Utrecht, Noord-
Holland en Friesland het hoogst, namelijk resp. €
229,71,
€ 205,48 en € 202,50;
b. enkele kerkprovincies een teruggang constateerden,
namelijk Gelderland, Noord-Holland en Noord-
Brabant en Limburg;
c. cijfers per lid berekend niet zoveel zeggen, omdat
alleen van de betaaladressen of pastorale eenheden
een bijdrage wordt gevraagd en niet van alle leden.
De bijdrage per lid is een rekeneenheid waarin het
ledenverlies verdisconteerd is, terwijl dat niet gezegd
kan worden van het aantal daadwerkelijke bijdragers
of toezeggers.
Gemeente-opbouw
De (totaal)cijfers zoals die in dit verslag zijn vermeld,
kunnen een hulpmiddel zijn om een financiële paragraaf
te wijden aan de invulling van het gemeentelijk
beleidsplan waarover eerder is gesproken. Om na te
gaan hoe de ontwikkeling in eigen gemeente is, is het
van belang het geefgedrag van enkele jaren met elkaar
te vergelijken, de leeftijdsopbouw, het aantal toezeggers,
bijdragers en het aantal leden. De uitkomsten
daarvan bieden een goede basis om de lijn voor de
komende 3 á 4 jaar door te trekken.
Predikant en geldwerving
Na 33 jaar geldwerving, waarbij van het begin af aan de
betrokkenheid van de predikant voor dit belangrijke stuk gemeenteopbouwwerk werd genoemd, is de situatie
anno 2005 zo dat in bijna 60 pct. van het aantal
gemeenten de predikant geen interesse toont voor het
werk van de plaatselijke geldwerving. Wij betreuren dit
te meer omdat dit percentage een aantal jaren geleden
aanzienlijk lager lag. In de jaren zeventig was de toenmalige
Commissie Geldwerving, dus onze huidige Raad,
aangewezen om predikanten die in Hydepark Doorn
gedurende een bepaalde periode ‘op herhaling gingen’,
in contact te brengen met de zaken van Kerk en geldwerving.
Onze voorgangers deden dit werk vaak onder
het motto dat “pastoraat en geldwerving” hand in hand
gaan.
Misschien kan met de Bond van Nederlandse Predikanten,
die in het verleden in de persoon van hun toenmalige
achtereenvolgende secretarissen jaarlijks aandacht
aan de kwestie besteedde, weer een bijdrage verlenen,
waardoor de betrokkenheid van de predikant voor de
zaken van de plaatselijk geldwerving wordt vergroot.