DE MAATSCHAPPELIJKE WAARDE VAN PAROCHIES EN GEMEENTEN
Geschreven door Vkb Datum: 15-2-2010
Tijdens de startbijeenkomst van de actie Kerkbalans 2010 op 13 januari jl. werd in een tafelgesprek, geleid door de radio- en tv-presentatoren Leo Feijen en Elsbeth Gruteke, aandacht besteed aan het rapport “De kerk telt” dat het KASKI in opdracht van de Interkerkelijke Commissie Geldwerving heeft uitgebracht. In dit onderzoek is de maatschappelijke waarde onderzocht van 1.375 parochies van de Rooms-Katholieke Kerk en van de circa 1.750 gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland. Het rapport is samengesteld door de heren dr. T. Bernts en drs. J. Kregting.
“De kerk telt”: minimaal €400 miljoen per jaar
Maatschappelijke waarde
Met de maatschappelijke waarde van de kerk wordt niet bedoeld de activiteiten die voornamelijk religieus van aard zijn en die voor de kerken kenmerkend zijn, zoals vieringen, erediensten, diensten tijdens doop of uitvaart. Onder maatschappelijke waarde wordt door de samenstellers van het rapport verstaan die activiteiten die gericht zijn op een ruimere groep dan de trouwe kerkleden en die in belangrijke mate sociaal of cultureel van aard zijn. Het blijven activiteiten van kerken, waarbij het religieuze aspect in meer of mindere mate een rol speelt.
Wat de maatschappelijke waarde betreft richten de samenstellers zich op een aantal welomschreven sociale en culturele activiteiten van de kerken. Bij sociale activiteiten moet gedacht worden aan b.v. ziekenbezoek, rouwverwerking, voedselbank, inloophuis, taallessen, recreatieve bijeenkomsten of jongerenwerk. Bij culturele activiteiten gaat het om b.v. het openstellen van kerkgebouwen en het organiseren van tentoonstellingen of concerten.
Sociale waarde
De vraagstelling bij het onderzoek was in welke mate parochies en gemeenten een aantal sociale activiteiten organiseren, hoeveel persoenen daarmee bereikt worden, hoeveel kerkelijke vrijwilligers daarbij betrokken zijn en welk geldbedrag deze vrijwillige inzet betekent.
De sociale activiteiten zijn in vier hoofdcategorieën onder te verdelen, te weten:
• pastorale zorg en diaconale hulpverlening;
• jeugd- en jongerenwerk;
• gemeenschapsvorming en recreatie; en
• vorming, toerusting en overig cursuswerk.
Uit het onderzoek blijkt dat nagenoeg alle parochies en gemeenten actief zijn op het gebied van pastorale zorg en diaconale hulpverlening (97 pct.). Driekwart zet zich in voor jongeren en 63 pct. voor gemeenschapsvorming en recreatie. Vorming en toerusting komen het minst voor, namelijk in 35 pct. van de gemeenten en in 18 pct. van de parochies.
Wanneer de activiteiten van pastorale zorg en diaconale hulpverlening nader worden bezien, dan blijkt dat ouderen- en ziekenbezoek in vrijwel alle gemeenten en parochies voorkomen. Hulp bij rouwverwerking gebeurt in driekwart van de parochies en de gemeenten. Bij voedselbanken en financiële noodhulp is gemiddeld 50 pct. van de gemeenten en parochies betrokken. Verder geldt voor parochies en gemeenten dat driekwart zich inzet voor jongeren. Daarbij moet gedacht worden aan een jongerenkoor, een excursie, een bezoek aan een jongerenevenement, een soosavond of een kamp. Voorts zet ruim 60 pct. van de parochies en gemeenten zich in voor gemeenschapsvorming en recreatie. Deze activiteiten bestaan vooral uit het aanbieden van gezamenlijke maaltijden, bijeenkomsten met andere kerken en religies en recreatieve bijeenkomsten b.v. voor ouderen.
Aantal personen dat wordt bereikt
Activiteiten op het gebied van pastorale zorg en diaconale hulpverlening bereiken jaarlijks de meeste personen. Vooral bezoekwerk aan ouderen, zieken en anderen bereikt veel mensen (ruim 300.000) en in iets mindere mate ook het inzamelen en verdelen van voedsel en kleding (ruim 130.000). De activiteiten met betrekking tot jeugd- en jongerenwerk en vooral vorming en toerusting bereiken vaker kleine groepen of zijn gericht op individuen, waardoor het bereik lager is. Het (jaarlijkse) bereik van gemeenschapsvorming en recreatie berust vooral op de interreligieuze bijeenkomsten (ruim 100.000), feesten (76.000) en gezamenlijke maaltijden (70.000). In totaal hebben parochies en gemeenten met hun sociale activiteiten in het afgelopen jaar ongeveer 1,4 miljoen personen bereikt.
Uitgedrukt in euro’s
Bij pastorale zorg en diaconale hulpverlening zijn niet alleen de meeste vrijwilligers betrokken, ook is deze inzet het meest intensief. In parochies is een vrijwilliger iets meer dan 8 uur per maand bezig met het organiseren van dit soort activiteiten, in gemeenten is dat iets meer dan 8 uur. In de gemeenten vraagt jeugd- en jongerenwerk ongeveer een even grote inspanning van de vrijwilligers (gemiddeld 8 uur per maand), in parochies is dat minder, namelijk 6,5 uur.
Wordt de inzet van de vrijwilligers omgerekend naar een totaal aantal uren, dan komt die neer op bijna 16 miljoen uur vrijwillige inzet. De meeste uren worden besteed aan pastorale zorg en diaconale hulpverlening, bijna tien miljoen uren per jaar. Op basis van een bepaalde formule wordt een uur ziekenbezoek geheel meegeteld, terwijl een uur begeleiding van een jongerenkoor slechts voor een kwart wordt meegerekend. Uitgangspunt is een uurtarief van € 36 per uur. De sociale activiteiten van de parochies en gemeenten vertegenwoordigen aldus voor de Nederlandse samenleving jaarlijks een waarde van ongeveer 325 miljoen.
Culturele waarde
De culturele activiteiten, o.m. de openstelling van kerkgebouwen, hebben een heel groot bereik: jaarlijks ruim 1,7 miljoen mensen. Vooral concerten en festivals van parochies en gemeenten worden druk bezocht (jaarlijks samen ruim 600.000 bezoekers). Hierbij zijn overigens heel grote toeristische trekpleisters, zoals De Dom in Utrecht, niet meegerekend.
Per gemeente en parochie zijn er ruim 10 vrijwilligers bezig met het organiseren van culturele activiteiten. Voor heel Nederland komt dat neer op totaal 31.500 vrijwilligers. In gemeenten besteedt een vrijwilliger 6 uur per maand aan het organiseren van culturele activiteiten en per parochie is dit 4,5 uur per maand. Totaal betreft het 2 miljoen uren per jaar. Voor de Nederlandse samenleving vertegenwoordigen de inspanningen van vrijwilligers in parochies en gemeenten op cultureel terrein een waarde van € 45 miljoen.
Op basis van het onderzoek komt KASKI tot de vaststelling dat parochies en gemeenten in de afgelopen periode circa € 29 miljoen per jaar uit eigen middelen hebben bijgedragen aan de instandhouding van hun kerken die deel uit maken van het beschermd religieus-cultureel erfgoed. De verwachting is dat de onderhoudsbehoeften van de rijksmonumentale kerkgebouwen in de nabije toekomst aan parochies en gemeenten een hogere eigen bijdrage zullen vragen van ongeveer € 34 miljoen per jaar.
De sociale en culturele activiteiten en de inzet van parochies en kerkelijke gemeenten vertegenwoordigen samen een maatschappelijke bijdrage aan de Nederlandse samenleving van jaarlijks minimaal € 400 miljoen, aldus het KASKI-rapport “De kerk telt”.