Jaarverslag PGGM over 2006
Geschreven door Vkb Datum: 15-7-2007
Onlangs bracht het PGGM, waarbij
zo’n 19.000 werkgevers met ruim 2
miljoen deelnemers zijn aangesloten,
zijn jaarverslag over 2006 uit.
Het was voor het PGGM een goed
jaar. De dekkingsgraad, d.w.z. de
verhouding tussen het vermogen
van het fonds enerzijds en de som
van alle pensioenaanspraken
anderzijds, bedroeg 134 procent. Dat
is een forse stijging ten opzichte van
2005, toen de dekkingsgraad 118
procent was.
Het PGGM behaalde over 2006 een
totaalrendement van 10,2 pct. Over
de afgelopen tien jaar gemeten
komt het gemiddelde rendement uit
op 9,6 pct en dat is ruim boven de
gemiddelde rendementsdoelstelling
over de afgelopen tien jaar van 8,2
pct. Over de gehele geschiedenis van
het PGGM gerekend (vanaf 1970),
komt het gemiddelde rendement op
9,2 pct.
Volledige indexering
Al tegen het einde van september
2006, de peildatum voor de beslissing
om al dan niet of gedeeltelijk te
indexeren, lag de dekkingsgraad op
130 pct. Mede op grond daarvan kon
het bestuur besluiten om de vastgestelde
loonontwikkeling van 1,86
pct. volledig door te geven in de
indexering. De premie voor het
ouderdoms- en nabestaandenpensioen
voor 2007 blijft bovendien staan
op 22,5 pct. berekend over het
salaris minus de franchise. Ook de
premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen
en de tarieven voor
het extra pensioen blijven onveranderd.
In 2006 kwam het aantal (gewezen)
deelnemers voor het eerst boven de
twee miljoen. Aan die groei valt af
te leiden dat de werkgelegenheid in
de sector stijgt. Ruim de helft van de
deelnemers werkt en betaalt premie.
Circa 670.000 deelnemers werken
inmiddels buiten de sector en
betalen geen premie meer. Ongeveer
246.000 deelnemers zijn
inmiddels gerechtigd om een vorm
van pensioen te ontvangen. Hun
aandeel stijgt snel, vooral in de OBU
en FLEX-pensioenen.
Ook het aantal werkgevers dat bij
het PGGM is aangesloten, steeg nog
iets. Eind 2006 waren dat er 19.000.
Sinds 1 mei 2006 valt ook de private
ambulancevoorziening onder de
verplichting tot deelneming in het
PGGM. Eigen onderzoek toonde aan
dat PGGM’s marktaandeel in de
sector zorg en welzijn zich beperkt
tot circa 60 pct., hetgeen betekent
dat er voor het PGGM nog volop
kansen liggen om het marktaandeel
verder te vergroten.
Naar een nieuwe strategie
De sociale partners van het PGGM,
werkgevers en werknemers in de
zorg, hechten aan een dynamisch
pensioenbegrip. Dat betekent dat ze
een reeks producten willen bieden
die alle tot doel hebben dat iemand,
die geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of
blijvend, niet wil of niet kan werken,
toch een inkomen heeft. De vorm
van dergelijke producten zou
moeten aansluiten bij de wensen
van werkgevers en werknemers, de
klanten van het PGGM.
Daarnaast wordt het steeds belangrijker
om de klant op een transparante
manier te informeren over zijn
financiële positie en een advies op
maat te geven om eventuele
knelpunten op te lossen. Uit onderzoek
is gebleken dat de sector zorg
en welzijn behoefte heeft aan zo’n
breder pakket aan inkomensvervangende
regelingen en aan integrale
advisering. Voor de uitvoering
daarvan zal het PGGM een scheiding
aanbrengen tussen beleid en
uitvoering. Vast staat echter dat het
pensioenfonds het pensioenbeleid
blijft bepalen en eigenaar blijft van
de pensioenregeling en het pensioenvermogen,
aldus het jaarverslag
2006 van het PGGM.