Kerkrentmeester: bestuurder en beheerder — I
Geschreven door H.L. Roth Datum: 15-1-2005

Tijdens de ledenvergadering van de afdeling Groningen,
die op 9 november 2004 te Haren werd gehouden, hield
de directeur van de Vereniging van Kerkvoogdijen, de
heer H.L. Roth, de volgende inleiding.
De titel “Kerkrentmeester: bestuurder en beheerder verdient
nadere aandacht. Het begrip ‘’kerkrentmeester’’
beperken we in de rol van bestuurder tot de ouderlingkerkrentmeester.
In de rol van beheerder kan het ook
gaan om een kerkrentmeester die geen ambtsdrager is.
Dat we ons bij de kerkrentmeester in zijn hoedanigheid
van bestuurder beperken tot die van de ouderling-kerkrentmeester,
hangt nauw samen met het begrip bestuur.
In bestuur zit het element ‘’leiding’’. Het is de kerkenraad,
waaraan als ambtelijke vergadering de leiding in
de gemeente is toevertrouwd. De ouderling-kerkrentmeester
maakt als ambtsdrager deel uit van de kerkenraad
en is zodoende bestuurder. Binnen het college van
kerkrentmeesters, waar de beheerders elkaar ontmoeten,
speelt het onderscheid tussen ambtsdrager en nietambtsdrager
hoegenaamd geen rol. Alleen ten aanzien
van de voorzitter is bepaald dat deze een van de ouderlingen-
kerkrentmeester is.
Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
Een messcherpe scheiding tussen bestuur en beheer is er
niet. In de ‘’Van Dale’’ vinden we “beheer” zelfs als
synoniem voor “bestuur”. We kunnen het dus niet met
een schaartje knippen. Dat hoeft ook niet: de materiële
en geestelijke verantwoordelijkheden kunnen en moeten
ook niet gescheiden worden. Het beheer van de kerkelijke
gelden en goederen is ook een geestelijke zaak.
Wel kunnen we de verantwoordelijkheden afbakenen.
De kerkenraad draagt als leidinggevende ambtelijke vergadering
in de gemeente de eindverantwoordelijkheid
voor het algemene beleid op financieel terrein. De kerkorde
drukt dat als volgt uit: ‘’De zorg voor de vermogensrechtelijke
aangelegenheden van de gemeente
berust bij de kerkenraad’’, [ord. 11-1-1]. Deze eindverantwoordelijkheid
op het terrein van het beheer krijgt
vooral vorm in het vaststellen van beleidsplan, begroting
en jaarrekening.
Het gaat dan om de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
van de ambtsdragers gezamenlijk. Kenmerk van
een ambtelijke vergadering is dat steeds de gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid van de ambtsdragers
tezamen als ook de bijzondere verantwoordelijkheid
van elk van de drie ambten tot hun recht komen [ord.
4-1-2]. Ten aanzien van de vermogensrechtelijke aangelegenheden
van de gemeente komt dit laatste tot zijn
recht, doordat de kerkenraad de verzorging van de
vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente
van niet-diaconale aard toevertrouwt aan het college
van kerkrentmeesters. Beheer is dan de verzorging van
de vermogensrechtelijke aangelegenheden
De kerkrentmeester als bestuurder
De kerkrentmeester als bestuurder is ouderling-kerkrentmeester.
Ouderling én kerkrentmeester, functionerend
als bestuurder én beheerder. Als ouderling is hij onderworpen
aan het opzicht in opdracht van de meerdere
vergaderingen en als kerkrentmeester heeft de beheerder
te maken met het toezien op de zorg voor de vermogensrechtelijke
aangelegenheden door het regionale
college voor de behandeling van beheerszaken (het
RCBB).
Als ouderling is hij voluit ambtsdrager. De regel is dan
ook dat de ouderlingen-kerkrentmeester naast hun
taken als beheerder ook de ouderlingentaken hebben.
Met het oog op de omvang van de beheerstaak is het
mogelijk (de kerkorde formuleert dit met ‘’kan’’ in ord.
11-2-7) de ouderling-kerkrentmeester vrij te stellen van
het toerusten van de gemeente tot het vervullen van
haar pastorale en missionaire roeping én van de herderlijke
zorg. Dr. P. van den Heuvel voegt hier in ‘’De toelichting
op de kerkorde’’ (verder als ‘’De toelichting’’)
aan toe (op pagina 266): ‘’Van de verantwoordelijkheid
als ambtsdrager in de kerkenraadsvergadering en van de
taak van ouderling in de eredienst kunnen zij niet worden
vrijgesteld. Deze vrijstelling geschiedt alleen op verzoek
van de betrokken ouderling-kerkrentmeester. De
kerkenraad kan hem niet ongevraagd van de bredere
taak ontheffen”. Te vaak wordt het vanzelfsprekend
geacht dat de taken van de ouderling er niet echt
bijhoren. Dat is niet terecht.
Als ambtsdrager in de kerkenraad
Door de aanwezigheid van ouderlingen-kerkrentmeester
in de kerkenraad, zijn de kerkenraad en het college van
kerkrentmeesters in hun taakuitoefening voortdurend
op elkaar betrokken. Dr. P. van den Heuvel zegt hierover
(pagina 261 van ‘’De toelichting’’): ‘’De kerkenraad heeft
steeds de stem van de beheerders in zijn midden, zodat
de kerkenraad de financiële kant van zijn beleid niet uit
het oog verliest, en de collegeleden weten zich als (in
meerderheid) kerkenraadsleden medeverantwoordelijk
voor het gehele beleid van de kerkenraad, zodat bij het
beheren het kerkenraadsbeleid niet uit het oog wordt
verloren.’’
Beleidsplan
De kerkenraad heeft de stem van de beheerders in zijn
midden. Wat zijn dan belangrijke aandachtspunten voor
de beheerders om die stem in ieder geval te laten
horen?
Ten eerste het beleidsplan. Het beleidsplan, in combinatie
met de begroting, geeft de kaders aan waar binnen
men opereert. Bij het opstellen en aanpassen van het
beleidsplan komen de gewenste activiteiten aan de
orde. De beheerders kunnen naast de wenselijkheid van
de activiteiten in het bijzonder accent leggen op de haalbaarheid van de activiteiten. Het is onverantwoord
om plannen te ontwikkelen zonder naar de financiële
consequenties te kijken. Juist het samenbrengen van het
algemene beleid op geestelijk en financieel terrein in de
kerkenraad vereist planvorming met voldoende ruimte
voor de financiële aspecten. Financiën moeten een integraal
onderdeel zijn van de beleidsplanning. Het zijn de
beheerders die daarbij zicht moeten hebben op de
meerjarenontwikkelingen.
Analyses en trends
Met het oog daarop komt in tweede instantie het aanbieden
van analyses en trends aan de orde. De kerkrentmeesters
hebben vanuit de beheerstaak zicht op de ontwikkelingen.
Vanuit het bijhouden van de registers is er
zicht op ontwikkelingen in de omvang en samenstelling
van de gemeente. Aantallen leden, gastleden, leeftijdsopbouw
etc. zijn in beeld. Vanuit meerjarenonderhoudsplannen
is er zicht op de te verwachten kosten voor het
onderhouden van de gebouwen en de orgels. Analyse
van het geefgedrag bij de fondsenwerving legt de vinger
bij de trendmatige ontwikkeling van de inkomsten.
Juist het ontwikkelen van een meerjarenperspectief is
een belangrijke meerwaarde voor de kerkrentmeesters.
Het kan de planvorming van de gemeente veel
realistischer maken. Het onderbouwen van de trends
met feiten maakt de beheerder tot een serieuze
gesprekspartner. Vervolgens kan het bijhouden en
evalueren van de daadwerkelijke ontwikkelingen –
onder meer aan de hand van de jaarrekening — weer
een belangrijke inbreng zijn bij het bijstellen van het
beleidsplan en van de begroting.
Inrichting van het beheer in de gemeente
Een derde punt is de inrichting van het beheer in de
gemeente. Bepalingen over de vermogensrechtelijke
aangelegenheden worden opgenomen in de plaatselijke
regeling. De kerkrentmeesters moeten er alert op zijn
dat de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
goed en correct worden vastgelegd.
(wordt vervolgd)
Dat gaat niet vanzelf goed. De verantwoordelijkheid
voor het beheer ligt bij het college van kerkrentmeesters.
Dat heeft de verzorging van de vermogensrechtelijke
aangelegenheden van de gemeente als taak.
Een oude grondregel daarbij is dat het beheer nooit
ondergeschikt mag zijn aan de belanghebbenden.
Bestuur en beheer zijn in de nieuwe kerkorde nevenschikkend.
Ze werken nauw samen binnen het geheel
van de kerkenraad. Beheersaspecten zijn voluit onderdeel
van het beleid. Er moet eenheid zijn in beleid en
beheer.
Het college van kerkrentmeesters moet er dan ook goed
aandacht aan besteden dat deze verantwoordelijke positie
goed uit de verf komt. Een kerkenraadsmodel met
werkgroepen is goed mogelijk, maar niet een model
met een taakgroep/werkgroep voor financiën. Het is
niet de kerkenraad die het beheer aanstuurt, maar het
college. Het college van kerkrentmeesters is wel vrij om
commissies in te schakelen voor geldwerving, beheer
van de gebouwen, etc.