Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
Kerkrentmeester: bestuurder en...
Kerkrentmeester: bestuurder en beheerder — slot
Geschreven door H.L. Roth   Datum: 15-2-2005
Kerkrentmeester: bestuurder en beheerder — slot


De spirituele lijn is anders dan de beheerslijn!
In de Protestantse Kerk in Nederland staat de Woordverkondiging centraal. De Woordverkondiging is het centrum van het gemeentelijke leven. Vanuit de Woordverkondiging lopen er lijnen naar al het andere gemeenteopbouwwerk. In artikel IV van de kerkorde is daarvan een opsomming te vinden.
De Woordverkondiging en gemeenteopbouw zijn typerend voor de plaatselijke gemeenten. De kerkorde gaat daarbij uit van het niveau van de wijkgemeente. In ord. 2-11-8 staat: ‘’Waar in de ordinanties of generale regelingen sprake is van gemeente, respectievelijk kerkenraad, wordt in het geval van een gemeente met wijkgemeenten steeds de wijkgemeente respectievelijk de wijkkerkenraad bedoeld, tenzij nadrukkelijk anders wordt vermeld of uit de bepaling blijkt dat kennelijk de gemeente als geheel respectievelijk de algemene kerkenraad wordt bedoeld.’’

Ten aanzien van de spirituele zaken lopen de lijnen dan vanuit de (wijk)gemeente naar ‘’boven’’, richting classis en synode. De spirituele lijn in de kerkelijke besluitvorming loopt vanuit de kerkenraden naar de meerdere vergaderingen. ‘’In de meerdere vergaderingen zullen alleen zaken worden behandeld die naar de orde van de kerk tot het werk van de meerdere vergaderingen behoren, dan wel die in de mindere vergaderingen niet kunnen worden afgedaan.’’, aldus artikel VI.11 van de kerkorde.
Beheer is centraal geregeld en ondeelbaar
Bij de beheerszaken ligt het anders dan bij de spirituele zaken. Bij beheerszaken komen we wel veel zaken tegen die niet in de gemeente liggen, maar vanuit de kerkorde centraal geregeld worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de centrale kas voor de predikantstraktementen van de Beleidscommissie Predikanten of aan de quotumregeling van de kleine synode. Op het terrein van beheer kiest de kerk in de regel voor centralisatie.
De beheerslijn loopt dan ook van ‘’boven’’ naar beneden. In tegengestelde richting aan de spirituele lijn. Ten aanzien van beheer voorkomt concentratie versnippering en ontstaan er mogelijkheden om krachten te bundelen. Gebouwenbeleid voor de totale gemeente is veel efficiënter en effectiever dan gebouwenbeleid per wijkgemeente. Het bijhouden van de registers vereist deskundigheid. Versnippering leidt tot verzwakking en verlies van overzicht. Daarnaast bemoeilijkt het controle en toezicht.

De verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden moet een goede samenhang hebben. De diverse geldstromen hangen nauw met elkaar samen. Gelden zijn schaars en kunnen alternatief aangewend worden, aldus de economen. Kiezen voor de ene activiteit betekent bezuinigen bij de andere. Bij het bepalen van beleid moeten afwegingen gemaakt worden als: kiezen voor stenen (gebouwen) of pastoraat.
Deze centralisatie van het beheer vinden we terug in de kerkorde. In ordinantie 11 over de vermogensrechtelijke aangelegenheden vinden we in artikel 4: ‘’Waar een gemeente wijkgemeenten heeft, dient in deze ordinantie in plaats van kerkenraad gelezen te worden algemene kerkenraad.’’ Het beheer van een gemeente is altijd het beheer van de gemeente in totaliteit. In een gemeente is er dan ook altijd maar één college van kerkrentmeesters. Het beheer van een gemeente is ondeelbaar. De benaming wijkraden van kerkrentmeesters geeft al aan dat dit geen colleges zijn, maar dat ze van een andere orde zijn.
Verhouding tussen centraal en decentraal
Een roep om decentralisatie in de kerkelijke gemeente zal in de regel betrekking hebben op het decentraliseren van de vermogensrechtelijke aangelegenheden. Ten aanzien van de overige zaken hebben we gezien dat in de spirituele lijn (alles wat voortkomt uit Woordverkondiging en gemeenteopbouw) een vanzelfsprekend accent ligt op het toewijzen van veel zaken aan de wijkgemeenten. Dat gaat heel ver. In ord. 4-9-4 staat “dat de taken en bevoegdheden van de wijkkerkenraden alles omvatten wat tot de taken en bevoegdheden van de kerkenraad behoort, met uitzondering van………….”.

Gelet op het gehouden betoog over de centrale opzet van het beheer zal het duidelijk zijn dat daarvan de vermogensrechtelijke aangelegenheden uitgezonderd zijn. De precieze verdeling van de taken en bevoegdheden over enerzijds de algemene kerkenraad en anderzijds de wijkkerkenraden wordt aangegeven in een op te stellen regeling [ord. 4-9-4]. Daarbij is sprake van delegatie. De bevoegdheden worden echt overgedragen. Er is sprake van agendascheiding. Iets valt toe óf aan de wijkkerkenraad, óf aan de algemene kerkenraad.

Bij de vermogensrechtelijke aangelegenheden ligt dit anders. Die zijn altijd voorbehouden aan de algemene kerkenraad en het college van kerkrentmeesters. Het beheer in de gemeente is ondeelbaar. Het gaat om de vermogensrechtelijke aangelegenheden van het geheel van de gemeente (de rechtspersoon). Wijkgemeenten hebben geen rechtspersoonlijkheid. Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat decentralisatie dan niet mogelijk zou zijn. Dat zou jammer zijn, want decentralisatie kan zeker bijdragen aan de betrokkenheid bij het kerkelijk leven in de wijkgemeenten. Ook kunnen wijkraden van kerkrentmeesters goed zicht hebben op de specifieke omstandigheden van hun wijkgemeente. Decentralisatie is ook niet onmogelijk. Wel gelden er andere spelregels bij decentralisatie van beheer dan bij het toewijzen van taken aan de wijkkerkenraad.
Belangrijke uitgangspunten
— Bij decentralisatie van vermogensrechtelijke aangelegenheden dient bedacht te worden, dat de juridische en financiële verantwoordelijkheid naar buiten steeds zal blijven berusten bij het college van kerkrentmeesters. Centraal dus.
— Decentralisatie van beheer is een vorm van mandaat en niet van delegatie. De mandataris (wijkraad van kerkrentmeesters) oefent bevoegdheden uit in naam en onder verantwoordelijkheid van de mandans (college van kerkrentmeesters). De wijkraad handelt namens het college.
— Decentralisatie van vermogensrechtelijke aangelegenheden is dus een mandaat van het college van kerkrentmeesters aan de wijkraden van kerkrentmeesters. Niet van de algemene kerkenraad en/of college van kerkrentmeesters aan de wijkkerkenraad. Het college van kerkrentmeesters is alleen bevoegd om hiertoe te besluiten (want het college verleent de machtiging). De kerkordelijke basis voor deze bevoegdheid vinden we in ordinantie 11, artikel 4, lid 3: ‘’In overleg met de algemene kerkenraad kan het college van kerkrentmeesters, naast de zorg voor het kerkgebouw en de goede gang van zaken daarin tijdens de kerkdiensten, de verzorging van bepaalde vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard toevertrouwen aan de wijkraden van kerkrentmeesters. Een en ander geschiedt met inachtneming van het bepaalde in ordinantie 4-9-4.’’

Decentralisatie van vermogensrechtelijke aangelegenheden kent dus belangrijke beperkingen, maar is niet onmogelijk.
Randvoorwaarden
Aan welke randvoorwaarden moet voldaan worden om het met succes toe te kunnen passen? Hierbij moet gedacht worden de volgende zaken:
— Wijkraden van kerkrentmeesters moeten voldoende bezetting en deskundigheid hebben.
— Er zijn goede contacten nodig. In Den Haag kiest men voor een vergadering van kerkrentmeesters. Tenminste twee keer per jaar vergaderen de wijkraden van kerkrentmeesters gezamenlijk met het college van kerkrentmeesters.
— Voorkom versnippering en bewaar het overzicht. Het is niet goed als de ene wijkgemeente grote saldi op de bank heeft en de andere wijkgemeente gaat lenen. Zorg voor goede rapportage. Een oplossingsrichting is de rekening-courant verhouding. De middelen worden centraal beheerd. Er zijn goede procedures en afspraken nodig. Werk met modellen voor de rapportages.
— Bij vergaande decentralisatie moeten goede spelregels ontwikkeld worden voor het omslaan van de centrale (= niet direct aan wijkgemeenten toe te rekenen) kosten, maar ook voor het rekening houden met draagkracht van de diverse wijkgemeenten. En tevens moeten afspraken gemaakt worden over de bestemming van het gerealiseerde saldo van de totale baten en lasten.
— Fasering ten aanzien van de invoering. Als decentralisatie goed werkt, kan die uitgebreid worden. Een voorbeeld is de Haagse overgangsbepaling. Deze bepaling is ontworpen om gedurende een over gangsperiode te kunnen toegroeien naar één model ten aanzien van de financiële verhouding tussen de ‘’centrale’’ gemeente en de wijkgemeenten.

Decentralisatie kan een aantal resultaten opleveren, zowel positief als negatief:
— Er komt een grotere betrokkenheid bij de materiële zaken van de eigen wijkgemeente. De keerzijde kan zijn dat men minder betrokken raakt bij het geheel van de gemeente.
— Het is aantrekkelijker om als kerkrentmeester in een wijkraad van kerkrentmeesters te functioneren. De taak is gevarieerder.
Decentrale mogelijkheden
De taak van de wijkraden van kerkrentmeesters kan in de wijkgemeenten onder meer de volgende onderdelen bevatten:
— de zorg voor het in de kerkdiensten inzamelen van de gaven van de gemeenteleden;
— het innen van de bijdragen die aan de gemeenteleden worden gevraagd;
— het vragen en ontvangen van andere bijdragen en giften, bestemd voor de desbetreffende wijkgemeente;
— het beheer van de door het college van kerkrentmeesters aan de wijkgemeente ter beschikking gestelde kerk- en wijkgebouwen en alle andere, ten dienste van de wijkgemeente bestemde goederen, alsmede het gewone onderhoud daarvan;
— het bepalen van de financiële zaken van het kerkblad van de wijkgemeente;
— het doen van aanbevelingen voor de benoeming van functionarissen (organist, koster);
— het doen van uitgaven binnen het raam van de goedgekeurde wijkbegroting;
— de beschikbaarstelling van kerkgebouwen anders dan voor erediensten en de vaststelling van de daarvoor in rekening te brengen vergoedingen;
— het bijhouden van de inventarisstaten van de kerken wijkgebouwen;
— het opstellen van een ontwerpbegroting voor de lasten en baten van de wijkgemeente.

Het zijn slechts enkele lijnen die ik hier getrokken heb om aan te geven dat deze materie blijvend actueel is. De grote diversiteit in plaatselijke gemeenten kan leiden tot verschillende behoeften aan decentralisatie op het terrein van het kerkrentmeesterlijk beheer. Aspecten die daarbij een rol kunnen spelen zijn: omvang van de gemeente, aantal wijkgemeenten, diversiteit in modaliteiten in de diverse wijkgemeenten, historie (bijvoorbeeld de beheerstraditie bij Gereformeerde kerken). Het is een uitdaging voor de Vereniging om mee te denken over decentralisatie. Het onderwerp speelt in meer gemeenten. Belangrijk is het om een evenwichtig beeld te hebben van de kansen en van de bedreigingen. Het spanningsveld dat er is tussen betrokkenheid en versnippering. Aan ons als beheerders – die gekozen zijn om een zakelijke insteek – de oproep om mee te denken over en te werken aan oplossingen.
Kerkrentmeester als beheerder
De eindverantwoordelijkheid voor het beheer ligt in de kerkenraad, zo is hiervoor gesteld. De bijzondere verantwoordelijkheid van het college van kerkrentmeesters moet daarbij wel voldoende ruimte krijgen! De kerkenraad stelt alleen kaders met beleidsplan en begroting. Dr. P. van den Heuvel zegt daarover (pagina 262 van ‘’De toelichting’’): ‘’Toevertrouwen van de verzorging verdraagt zich niet met al te gedetailleerde bemoeienis met de uitwerking van het beleid. Binnen de kaders van het algemene beleid is er zo ook sprake van een eigen beleid van de colleges [ord. 11-1-3]’’.

In datzelfde artikel staat ook dat de colleges ‘’verslag doen van hun werkzaamheden aan de kerkenraad.’’ En verslag doen van is iets anders dan verantwoording afleggen aan.
a. Taken in overleg met kerkenraad
Wel is het zo dat er gradaties zijn ten aanzien van de mate van overleg en soms ook in verantwoording aan de kerkenraad uitvoeren van de taken. De sleutel zit in het volgende element: gaat het om zaken die rechtstreeks van invloed zijn op de eredienst of anderszins van belang zijn voor het leven van de gemeente? De kerkorde legt in ordinantie 11 deze nuancering ook aan. Er zijn taken die in overleg met en in verantwoording aan de kerkenraad worden uitgevoerd. Het gaat dan om het scheppen en onderhouden van de materiële en financiële voorwaarden voor het leven en werken van de gemeente. Dit zijn zaken als: totstandkoming beleidsplan, begroting en jaarrekening; zorg voor de geldwerving, beschikbaarheid van ruimte voor de eredienst en de andere activiteiten van de gemeente.
b. Taken die het college zelfstandig uitoefent
Andere taken vallen rechtstreeks onder het college. Onder meer kunnen we noemen: het beheren van de goederen van de gemeente; het verzorgen van het personeelsbeleid; het bijhouden van de registers van de gemeente; het beheren van de archieven van de gemeente; het beheren van de verzekeringspolissen. Voor een aantal rechtshandelingen is vooraf instemming nodig van de kerkenraad. Te denken is daarbij onder meer aan: aanvaarden van erfstellingen of schenkingen onder last of voorwaarde; oprichten of deelnemen aan een stichting, het voeren van processen voor de overheidsrechter.
Verantwoordelijke rol
We kunnen concluderen dat het college van kerkrentmeesters een verantwoordelijke rol heeft in het geheel van de gemeente. Er komt veel voor kijken om de gemeente te ondersteunen in haar gemeente zijn. Belangrijk is het dan ook om als kerkrentmeesters gezamenlijk op te trekken. Om ervaringen uit te wisselen, nieuwe wegen te ontdekken en de krachten te bundelen. De Vereniging is daarbij een belangrijke schakel in de ontmoeting en in de kennisoverdracht. Bij een steeds complexer wordende taak is het essentieel om gezamenlijk te werken aan deskundigheidsbevordering. Met elkaar moeten we de bestaande kennis in de gemeenten borgen en nieuwe kennis aanboren, zo besloot de heer Roth zijn inleiding.
Ik wil starten met VKB Academy.
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Van den Heuvel orgelbouw
Kantoor der Kerkelijke Goederen
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Van Ree accountants
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis