De fusie van plaatselijke gemeenten
Geschreven door Mr. J. Kos Datum: 15-4-2005

Op 1 mei 2004 zijn de Nederlandse Hervormde Kerk, de
Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-
Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden verenigd
tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ook al
kan iedere kerkelijke gemeente binnen de PKN haar
eigen identiteit behouden, de vorming van de PKN heeft
toch gevolgen voor al die gemeenten, ongeacht of zij
een Hervormde gemeente, een Gereformeerde kerk of
een Evangelisch-Lutherse gemeente zijn, dan wel een
Protestantse gemeente in wording (de vroegere gefedereerde
gemeente) vormen.
Door de inwerkingtreding van de kerkorde van de PKN
treedt een aantal wijzigingen in de kerkelijke structuren op,
waarmee elke gemeente te maken krijgt. Voor kerkrentmeesters
is dat ondermeer de vorming van een college van
kerkrentmeesters, waarvan de meerderheid zitting moet
hebben in de kerkenraad (ouderling-kerkrentmeester).
De kerkorde en de generale regelingen bieden de
gemeenten een aantal keuzemogelijkheden.
In de eerste plaats kunnen gemeenten, zoals gezegd,
hun eigen identiteit behouden en zelfstandig Hervormd,
Gereformeerd of Evangelisch-Luthers blijven. De rechtspositie
verandert daarbij niet.
Schriftelijke overeenkomst
In de tweede plaats kunnen gemeenten, waarvan het
gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt op verschillende
terreinen, gaan samenwerken. Zij kunnen ook tot een
nauwe samenwerking (federatie) besluiten. Dit moet in
een schriftelijke overeenkomst worden vastgelegd (zie
de Generale regeling federatie). Reeds eerder gevormde
gefedereerde gemeenten kunnen hun samenwerking
voortzetten of intensiveren tot een federatie.
Zij moeten dan in principe voor 1 januari 2005 hun federatieovereenkomst
aanpassen aan de nieuwe kerkorde
en de generale regelingen. De generale regeling federatie
bepaalt dat gefedereerde gemeenten bij voorkeur de
naam “Protestantse gemeente te …... in wording” moeten
dragen of anders “Gefedereerde gemeente te …… “.
Andere namen zijn niet toegestaan.
In de derde plaats kunnen gemeenten besluiten tot een
fusie, waarbij twee of meer tot de PKN behorende gemeenten
in één nieuwe gemeente opgaan. Hier is de generale
regeling fusie en splitsing van toepassing. Deze bepaalt dat
ook de diaconieën van de betreffende gemeenten worden
verenigd. Gevolg van de fusie is voorts dat de vermogens
van de beide gemeenten (zowel kerkrentmeesterlijk als diaconaal)
samenvloeien: er zijn dus geen “Hervormde” of
“Gereformeerde” bezittingen meer.
Geen overdachtsbelasting
De Staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat
de belastingdienst bij een dergelijke fusie geen overdrachtsbelasting
of schenkingsrecht zal heffen op grond
van de hardheidsclausule (art. 63 AWR). Voorwaarden
zijn wel dat de bestemming van de vermogens geen verandering
ondergaat, de feitelijke werkzaamheden overeenstemmen
met de kerkelijke doelstellingen en commerciële
overwegingen geen rol spelen. Voor elke fusie
zal een verzoek aan de belastinginspecteur moeten worden
ingediend.
Hieronder volgt een mogelijk stappenplan van een (eenvoudige)
fusie van een Hervormde gemeente en een
Gereformeerde kerk.
1. Het voorgenomen besluit tot fusie wordt genomen
door beide kerkenraden, bij voorkeur ondertekend
door alle leden van de kerkenraden. In een SOWgemeente
kan dit besluit door de beide kerkenraden
gezamenlijk, dan wel door de federatieraad, worden
genomen. In dit besluit is opgenomen een toelichting
op het besluit door de kerkenraden van de te fuseren
gemeenten, waarin wordt opgenomen:
a. de motivatie en de gevolgen voor de gemeenten;
b. de nieuwe naam (verplicht is: “Protestantse
gemeente te …….”);
c. de grenzen van de nieuwe gemeente; (soms is overleg
nodig met buurgemeenten)
d. dat de bezittingen van gemeente en diaconie zijn
geïnventariseerd;
e. hoe kerkenraad en colleges worden samengesteld;
f. dat er overeenstemming is over belangrijke beleidspunten
en de plaatselijke regeling;
g. welke kerkelijke organisaties goedkeuring moeten
verlenen;
h. hoe de gemeente is of wordt gehoord;
i. dat na goedkeuring van de classis een en ander
notarieel moet worden vastgelegd.
2. De plaatselijke regeling wordt gemaakt; geregeld
moet nog worden wanneer deze in werking treedt,
meestal tegelijk met de fusie.
3. De gemeente wordt gehoord, hetzij mondeling (tijdens
een gemeentevergadering), hetzij schriftelijk
(bijv. door publicatie in het kerkblad of per brief).
4. De voorgenomen fusie wordt aan de classis voorgelegd,
waarbij worden overlegd:
a. de voorgenomen besluiten van de kerkenraad/kerkenraden;
b. het voorstel voor de gemeentegrenzen;
c. de plaatselijke regeling.
De classis vraagt vervolgens advies aan het Regionaal
college voor de behandeling van beheerszaken (RCBB
)en geeft een voorlopige goedkeuring.
5. Alle hiervoor omschreven stukken alsmede de jaarrekeningen
van gemeente en diaconie worden ter inzage
gelegd op een in de advertentie aangegeven adres.
6. Publicatie in een regionaal verschijnend dagblad van
het voornemen tot fusie, de plaats waar de stukken
ter inzage liggen en het adres van de classis waar
schuldeisers bezwaar kunnen maken.
7. Indien geen bezwaar is gemaakt, kan ten minste één
maand na de publicatie de classis de goedkeuring
verlenen.
8. Indien gewenst worden de gemeenten opnieuw
gehoord (zie onder 3).
9. Beide kerkenraden nemen afzonderlijk het definitieve
besluit met vaststelling van de onder 1.f genoemde
plaatselijke regeling en beleidspunten.Zij kunnen daarbij
machtiging verlenen aan één of meer personen om
de fusieakte bij de notaris te ondertekenen (bijv. voorzitter
en secretaris van de beide kerkenraden).
10. De notariële akte van fusie kan passeren. De notaris
heeft daarbij nodig:
a. de notulen van de voorgenomen en de definitieve
kerkenraadsbesluiten;
b. een kopie van de advertentie;
c. de verklaring van de classis dat geen bezwaren zijn
gemaakt;
d. de goedkeuring van de classis.
Deze stukken zullen aan de akte worden vastgehecht.
De notaris verklaart aan de voet van de akte
dat alle vormvoorschriften zijn nageleefd.
De akte wordt door de notaris bij afschrift of uittreksel
ingeschreven in het kadaster, zodat alle onroerende
zaken op naam komen te staan van de nieuwe,
gefuseerde, gemeente.
Doopvragen
De onder 1f. bedoelde beleidspunten betreffen o.a. het
beantwoorden van doopvragen, het toelaten van doopleden
tot het avondmaal, het verlenen van actief en
passief kiesrecht aan doopleden en het inzegenen van
andere levensverbintenissen dan een huwelijk tussen
man en vrouw.
De onder 2 bedoelde plaatselijke regeling moet ten minste
inhouden: samenstelling van de kerkenraad, verkiezing
van ambtsdragers, beroeping/verkiezing van predikanten,
werkwijze van de kerkenraad en de colleges, de
kerkdiensten en de vermogensrechtelijke aangelegenheden.
Wat betreft punt 10: het is belangrijk dat de notaris
goed op de hoogte wordt gesteld van de diverse onroerende
zaken, die eigendom zijn van de afzonderlijke
kerkgemeenten. Vaak staan deze onroerende zaken met
een onjuiste of verouderde naam geregistreerd bij het
kadaster. Als er onroerende zaken worden vergeten, kan
het kadaster de registratie niet bijwerken.
Al met al is er veel werk te doen. De kerkenraden doen
er verstandig aan om de voorbereiding van de fusie op
te dragen aan het college van kerkrentmeesters dan wel
een fusievoorbereidingscommissie.
Voor nadere informatie kunt u terecht bij de website
www.pkn.nl, het Centraal Bureau van de Vereniging voor
Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB ) in Dordrecht of bij het
Regionaal Dienstencentrum.
De heer Kos is lid van het hoofdbestuur van de VKB.