Ledental Protestantse Kerk in Nederland
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-6-2008
In februari 2008 verstrekte de SMRA de personenstatistiek
van de leden die deel uitmaken van de Protestantse
Kerk in Nederland. Het totale ledenbestand omvat
2.207.009 personen, waarvan de specificatie als volgt is:
— 894.028 belijdende leden (40,5 pct.)
— 973.737 doopleden (44,1 pct.)
— 339.244 overige leden (15,4 pct.)
Ondanks het feit dat de kerkorde slechts twee categorieën
leden kent, namelijk belijdende en doopleden,
hanteert de SMRA nog de categorie ‘Overigen’, die een
groot deel van de vroegere hervormde geboorteleden
bevat. Overigens valt op dat ook de gereformeerde
kerken een groeiend aantal ‘Overigen’ hebben.
Zou men de categorie ‘Overigen’ buiten beschouwing
laten, dan bedraagt het ledental van onze Kerk
1.867.765. Een aantal dat sinds twee jaar al onder de
twee miljoen ligt. Verder valt het op dat de SMRA de
gemeenten rangschikt naar kerkprovincie, de provinciale
indeling die in de Nederlandse Hervormde Kerk gold.
Deze indeling is vrijwel gelijk aan de indeling van de
Algemene Classicale Vergaderingen (ACV). De analyse
hieronder is gebaseerd op de informatie van de SMRA.
Samenstelling
Een nadere analyse van deze ledenstatistiek geeft
interessante informatie weer. Landelijk gezien behoort
40,5 pct. van de leden tot de categorie lidmaten. Per
kerkprovincie zijn de verschillen soms erg groot. De
meeste lidmaten bevinden zich in Overijssel-Flevoland
(47,3 pct.), gevolgd door Friesland (43 pct.) en Gelderland
(42 pct.). Procentueel het laagste aantal lidmaten bevindt
zich in de kerkprovincies Zuid-Holland (36,3 pct.), Noord-
Brabant en Limburg (37 pct.) en Utrecht (39,3 pct.)
Van het totale ledenbestand is 44,1 pct. dooplid. De
meeste doopleden bevinden zich in Zeeland (48,1 pct.),
Utrecht (47,3 pct.) en Gelderland (46,5). De minste
doopleden bevinden zich in de kerkprovincie Groningen-
Drenthe (37,6 pct.) De overige leden maken 15,4 pct. van
het totale ledenbestand uit, waarbij Groningen-Drenthe
het hoogst scoort met 22,4 en Zeeland met 10.4 pct. het
laagst.
Vergelijking met 2007
Een vergelijking met de situatie van begin 2007 geeft aan
dat er gedurende 2007 sprake was van een ledenverlies
van ruim 60.000 leden, ofwel, 2,66 pct. Per kerkprovincie
verschilt het verlies vrij aanzienlijk. Het geringste verlies
in procenten is waar te nemen in de provincie Overijssel-
Flevoland (1,95 pct.), gevolgd door Gelderland (2,11 pct.)
en Utrecht (2,2 pct.). Het grootste ledenverlies vond
plaats in Noord-Holland (3,84 pct.), gevolgd door Zuid-
Holland (3,26 pct.) en Zeeland (3,03 pct.).
Deze vergelijking per kerkprovincie of Algemene Classicale
Vergadering (ACV) geeft ook een aardig beeld over
het aantal kerkleden per ACV. Van het totaal aantal
leden (2.207.009) behoren 577.955 (26,2 pct.) tot de
kerkprovincie van Zuid-Holland, gevolgd door Gelderland
met 398.120 (18 pct.) en Overijssel-Flevoland met 271.317
(12,3 pct.). De meeste leden van de Protestantse Kerk in
Nederland bevinden zich in de provincies Zeeland met
83.461 (3,8 pct.), Noord-Brabant en Limburg met 120.862
(5,5 pct.) en Noord-Holland met 168.324 (7,6 pct.).
Leeftijdsopbouw
Van het totaal aantal leden van 2.207.009 behoren
364.750 leden tot de categorie t/m 19 jaar. Overijssel-
Flevoland, Friesland en Gelderland liggen daarin het
hoogst met resp. 20, 19,9 en 18,2 pct. Noord-Holland is
het laagst met 11,3 pct.
In de leeftijdscategorie 20-39 jaar worden 470.532 leden
geteld, ofwel 21,3 pct. In de provincies Utrecht, Overijssel-
Flevoland en Noord-Brabant en Limburg is dat resp.
23,5, 23,1 en 22,9 pct. Zeeland scoort het laagst met 17,9
pct.
In de daarop volgende categorie 40-64 jaar behoren
813.810 leden tot de Protestantse Kerk in Nederland,
ofwel 36,9 pct. Het hoogste aantal leden in deze leeftijdscategroei
is te noteren in Noord-Brabant en Limburg met
38,8 pct. en het laagste aantal in Overijssel-Flevoland met
35,8 pct.
Tenslotte de categorie vanaf 65 jaar, die 557.917 leden
omvat, ofwel 25,3 pct. Het hoogste is Noord-Holland met
31 pct. gevolgd door Zeeland met 29,5 pct. en Groningen-
Drenthe met 28,8 pct. Het laagst is Overijssel-Flevoland
met 21,1 pct., gevolgd door Friesland met 22,3 pct.
en Noord-Brabant en Limburg met 23,4 pct.
Leeftijdsopbouw leden per categorie
Van het aantal Belijdende leden van 894.028 is de
leeftijdsopbouw als volgt:
— tot 19 jaar: 669 personen (0,1 pct.);
— van 20 – 39 jaar: 102.208 (11,5 pct.). De provincies
Overijssel-Flevoland, Utrecht en Zuid-Holland komen
op resp. 14,8, 13,2 en 12,5 pct. Het laagst liggen
Noord-Holland, Groningen-Drenthe en Zeeland met
resp. 6,6, 8,8 en 9,0 pct.;
— van 40 - 64 jaar: 411.865 (45,9 pct.) Het hoogst liggen
Friesland en Overijssel-Flevoland met resp. 50,9 en
48,8 pct. Het laagst liggen Noord-Holland (40,4 pct.),
Zeeland ( 43,5 pct.) en Zuid-Holland (44,7 pct.);
— vanaf 65 jaar: 379.286 (42,5 pct). Het hoogst liggen
hier Noord-Holland (52,9 pct.), Zeeland (47,5 pct.) en
Groningen-Drenthe (44,4 pct.). Het laagst zijn Overijssel-
Flevoland (36,4 pct.), Friesland (39,4 pct.), Utrecht
(41,4 pct.) en Gelderland (41,7 pct.).
Van het aantal Doopleden van 973,737 is de leeftijdsopbouw
als volgt:
— tot 19 jaar: 313.980 (32,3 pct.). Overijssel-Flevoland,
Friesland en Gelderland scoren het hoogst met resp.
43,1, 39,2 en 34,7 pct. Het laagst eindigen Noord-
Holland (23,7 pct.) Zeeland en Noord-Brabant-Limburg
(27,3 pct.) en Zuid-Holland (28,8 pct.);
— van 20 – 39 jaar: 290.457 (29,9 pct.). Het hoogst
eindigen Friesland (34,6 pct.), Noord-Holland (34,0
pct.) en Noord-Brabant en Limburg (33 pct.);
— van 40 – 64 jaar: 267.520 (27,5 pct.). Hier liggen
Zeeland (32,5 pct.) en Noord-Holland (31,4 pct.) het
hoogst, terwijl Overijssel-Flevoland en Friesland met
resp. 20,7 en 21,4 pct. het laagst uitkomen;
— vanaf 65 jaar: 100.780 (10,3 pct.). Het hoogst liggen
Zeeland (15,6 pct.), Zuid-Holland (14,0 pct.) en
Groningen-Drenthe (12,6 pct.). Het laagst eindigen
Overijssel-Flevoland (4,7 pct.), Friesland (4,8 pct.),
Noord-Brabant en Limburg (8,8 pct.) en Gelderland
(8,9 pct.)
Van het aantal Overigen is de leeftijdsopbouw als volgt:
— tot 19 jaar : 50.101 personen (14,7 pct.) Friesland
scoort hier het hoogst met 25,5 pct. gevolgd door
Overijssel-Flevoland met 19,6 pct. Het laagst eindigt
Noord-Holland met 9,1 pct.;
— van 20 – 39 jaar: 76.867 personen (22,7 pct.) Overijssel-
Flevoland (26,7 pct.), Utrecht (25,6 pct.) en Gelderland
(25,3 pct.) zitten het hoogst en Groningen-Drenthe en
Zuid-Holland met resp. 20,2 en 20,3 pct. het laagst;
— van 40 – 64 jaar: 134.425 personen (39,7 pct.) waarbij
Noord-Brabant en Limburg, Zuid-Holland en Noord-
Holland het hoogste eindigen met resp. 42,9, 42,2 en
41,9 pct. en Friesland met 33,2 pct. het laagst;
— vanaf 65 jaar: 77.851 personen (22,9 pct.) Hier zitten
Groningen-Drenthe, Zuid-Holland en Noord-Holland
met resp. 28,4 26,7 en 25,9 pct. het hoogst, terwijl
Overijssel-Flevoland en Gelderland het laagste
eindigen met resp. 17,2 en 17,9 pct.
Dankzij de medewerking van de SMRA was er per 1
januari 2008 een overzicht beschikbaar van het ledenbestand
van de Protestantse Kerk in Nederland. De cijfers
geven, zoals al vele jaren het geval is, weer een substantieel
verlies aan leden te zien. Dat zijn geen moedgevende
berichten die erop wijzen dat een keerpunt is bereikt.
Het is wel de realiteit waarmee de Protestantse Kerk in
Nederland rekening mee heeft te houden. Een realiteit
ook waarmee kerkrentmeesters van onze gemeenten
dagelijks te maken hebben.