Jaarvergadering afdeling Zuid-Holland op 13 april 2005
Geschreven door R.M. Belder Datum: 15-8-2005
Het kerkrentmeesterlijk beheer centraal
Op 13 april 2005 werd de ledenvergadering gehouden van de afdeling Zuid-Holland van de VKB. Deze vond plaats in het kerkelijk centrum “De Rank” te Krimpen aan den IJssel. De voorzitter van het afdelingsbestuur, de heer M.G.R. Barendrecht, wees erop dat dit de eerste ledenvergadering is van de afdeling Zuid-Holland van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB). Vanaf 1 januari 2005 trekken VVK en LVCB samen als VKB verder. Dat moet ook in de afdeling Zuid-Holland zijn uitstraling krijgen.
Teleurstellend overheidsbeleid
Hierna krijgt de voorzitter van de VKB, de heer mr. P.A.
de Lange, gelegenheid enkele zaken te melden die in
het hoofdbestuur van de VKB spelen. Dat betreft in eerste
instantie de zorg over het beleid van de Protestantse
Kerk in Nederland, waarover ook verschillende synodeleden
op 9 april 2005 kritische opmerkingen maakten.
Voorts wijst de heer De Lange op het teleurstellende
overheidsbeleid in het kader van de subsidieverstrekking
inzake de instandhouding van monumentale kerkgebouwen.
In het hoofdbestuur van de VKB, dat begin maart
voor het eerst in de nieuwe samenstelling bijeen kwam,
zijn veel zaken aan de orde geweest. Alle beleidsvoorbereidende
commissies, die het hoofdbestuur van advies
dienen in het kader van de verdere besluitvorming, zijn
bijeen geweest om beheerszaken die actueel zijn onder
de aandacht van het hoofdbestuur te brengen.
Tenslotte roept de heer De Lange de aanwezigen op om
de algemene vergadering van de VKB bij te wonen, die
op 16 april 2005 in “De Reehorst” te Ede zal worden
gehouden.
Uitbreiding bestuur
Hierna komen verschillende huishoudelijke zaken aan de
orde, w.o. notulen van de jaarvergadering van 30 maart
2004, het jaarverslag 2004 en het financieel verslag over
2004. In het kader van de bestuursverkiezing stelt het
bestuur voor om het huidige bestuur, dat uit 6 personen
bestaat, uit te breiden met 3 personen uit de kring van de colleges van kerkrentmeesters van gereformeerde kerken.
In dit verband wordt voorgesteld de heer G.J.M. de Jong
uit Ter Aar, lid van het college van kerkrentmeesters van
de plaatselijke gereformeerde kerk, te benoemen. De vergadering
gaat daarmee geheel accoord.
Verder verleent de vergadering het bestuur mandaat om
de komende tijd uit te zien naar nog twee kerkrentmeesters
die lid zijn van een college van kerkrentmeesters van een gereformeerde kerk.
Herziening plaatselijk reglement
Als gevolg van de fusie van VVK en LVCB op landelijk
niveau, wat leidde tot herziening van de statuten van de
VVK, moet ook het reglement van de afdeling daarop
afgestemd zijn. Het hoofdbestuur van de VKB stelde in
maart 2005 een model-reglement vast. Dat model kwam
in de ledenvergadering ter sprake. Hierop waren veel
reacties binnengekomen. Het afdelingsbestuur had de
hulp van de heer De Lange ingeroepen om alle reacties
en opmerkingen, die vrij veel tijd in beslag namen, te
behandelen.
Tenslotte werd afgesproken dat het bestuur een herzien
model voor een plaatselijk reglement aan de ledenvergadering
van 2006 ter vaststelling zal aanbieden.
Het college van kerkrentmeesters in het kerkelijk circuit
Hierna kreeg de heer J.P. Karstens, ambtelijk secretaris
van het Regionale College voor de Behandeling van
Beheerszaken (RCBB) van Zuid-Holland, het woord. Hij
wees er op dat de zorg voor de vermogensrechtelijke
aangelegenheden aan de kerkenraad is toevertrouwd,
maar dat de kerkenraad de verzorging van de niet-diaconale
vermogensrechtelijke aangelegenheden toevertrouwt
aan het college van kerkrentmeesters.
Omdat het beheer niet alleen een materiële zaak is,
dient de meerderheid van het college van kerkrentmeesters
uit ouderlingen-kerkrentmeester te bestaan.
Naast verantwoordelijkheden voor het beheer in de
eigen gemeente, draagt de ouderling-kerkrentmeester
ook verantwoordelijkheid voor de kerk in haar geheel. Dat betekent ook zitting nemen in een classicale vergadering,
de algemene classicale vergadering en de generale
synode.
Het college van kerkrentmeesters, waarvan een meerderheid
deel uitmaakt van de kerkenraad, heeft ook een
eigen verantwoordelijkheid. Volgens ordinantie 11-2-7b
is aan het college toevertrouwd:
— het beheren van de goederen van de gemeente;
— het verzorgen van het personeelsbeleid;
— het zorgdragen voor arbeidsrechtelijke aangelegenheden;
— het fungeren als opdrachtgever van kosters en
kosters-beheerder;
— het bijhouden van de kerkelijke registers;
— het beheren van de archieven; en
— het beheren van de verzekeringspolissen.
Deze taken verricht het college geheel zelfstandig,
waarbij de kerkenraad achteraf wordt geïnformeerd.
Het verzorgen van het personeelsbeleid houdt o.a. in
dat de rechtspositieregeling, waarvan de kerk besloten
heeft dat die voor plaatselijke medewerkers geldt,
onverkort op de plaatselijke medewerkers van toepassing
is. Dat geldt ook voor de regelgeving (Arbo o.a.)
die door de wetgever bepaald zijn.
De predikant is geen werknemer. Maar het college van
kerkrentmeesters is wel verplicht om de generale regeling
predikantstraktementen toe te passen.
Samen met kerkenraad zaken regelen
Belangrijke zaken, waaraan mede beleidsmatige aspecten verbonden zijn, worden door het college van kerkrentmeesters
samen met de kerkenraad geregeld. Dat
betreft:
— het beleidsplan van de gemeente en de daaraan
gekoppelde meerjarenbegroting;
— de begroting, die door het college van kerkrentmeesters
wordt opgesteld, maar door de kerkenraad
wordt vastgesteld;
— de plaatselijke geldwerving; en
— de beschikbaarstelling van kerkelijke gebouwen.
Voor meer ingrijpende en verstrekkende rechtshandelingen,
zoals kopen, verkopen, ingrijpende verbouwing
van het kerkgebouw, is volgens ordinantie 11-2-9 voorafgaande
toestemming van de kerkenraad nodig. Deze
taken voert het college uit in samenwerking met de kerkenraad.
De kerkordelijke bepalingen beogen daarin
een zekere gelijkwaardigheid van de kerkenraad en het
college van kerkrentmeesters, hoewel per slot van rekening
de kerkenraad eindverantwoordelijk is.
De rol van het RCBB
Naast het college van kerkrentmeesters staat het
Regionale College voor de Behandeling van
Beheerszaken (RCBB). Dit college wordt door de
Algemene Classicale Vergadering benoemd uit de leden
in het betreffende gebied (ordinantie 11-21-1).
De begroting en jaarrekening van de gemeente moeten
resp. vóór 15 december, voorafgaande aan het betreffende
kalanderjaar, en 15 juni, na afloop van het betreffende
kalenderjaar, aan het RCBB ter beoordeling worden
voorgelegd.
Het RCBB kan, indien het daartoe aanleiding ziet, in
overleg treden met de kerkenraad indien het daarin wijzigingen
wil aanbrengen.
In uitzonderlijke gevallen, b.v. wanneer het overleg met
de kerkenraad niet tot een bevredigend resultaat heeft
geleid, kan het RCBB, na goedkeuring door het breed
moderamen van de classis, bepalen dat voor een aantal
rechtshandelingen (aanstelling personeel, aan- en verkoop
onroerende goederen, enz.) goedkeuring van dat
college nodig is.
Het RCBB geeft ook advies en spreekt recht indien er
geschillen zijn tussen de kerkenraad en het college van
kerkrentmeesters over aangelegenheden van vermogensrechtelijke
aard (ordinantie 11-22, leden 3 en 4), zo besloot de heer Karstens zijn toespraak.
Gedachtenwisseling
Na de inleiding van de heer Karstens volgde er een uitgebreide
gedachtenwisseling.
Gevraagd werd hoe te handelen wanneer de fiscale
regeling in het kader van de verstrekking van vrij wonen
van een koster, afwijkt van die van de kerkelijke. Het
advies is binnen de arbeidsvoorwaarden te blijven werken.
Overigens wordt deze opmerking meegenomen
naar het georganiseerd overleg kerkelijke medewerkers.
Er zijn vragen over de regeling predikantstraktementen
die op 1 januari 2005 van kracht is geworden en voor
veel, met name kleinere gemeenten, tot een enorme
stijging van lasten leidt. Ondanks de ruime overgangsregeling
die van toepassing is, zal een gemeente op eigen
kracht verder moeten gaan. Dat betekent dat op basis
van een beleidsplan zal moeten blijken in hoeverre de
gemeente in staat wordt geacht ook de komende jaren
de kosten, verbonden aan de nieuwe traktementsregeling,
op te brengen.
Met name gereformeerde kerkrentmeesters ervaren het
als een probleem om een college van kerkrentmeesters
te vormen dat in meerderheid uit ouderlingen bestaat.
Alleen kerkrentmeester zijn lukt nog wel, maar voor het
ambt is men soms wat huiverig.
In Leiden heeft men hinder van de eisen inzake het
kerkgebouw zoals die door de milieudienst Zuid-Holland
aan de protestantse gemeente i.w. gesteld worden.
Andere gemeenten en kerken worden hiermee nog niet
geconfronteerd. Dit probleem zal aan de Commissie
Kerkelijke gebouwen van het Interkerkelijke Contact in
Overheidszaken (CIO-K) worden voorgelegd.
Voorts wordt gesproken over de mogelijkheden van de
Stichting Intermediair Kerkomroep Nederland (SIKN) in
het kader van de mogelijkheden als alternatief voor de
kerktelefoon. In “Kerkbeheer” van maart 2005 (pagina
98) is hieraan een publicatie gewijd.
Nadat nog een opmerking is gemaakt over de WOZ-waarde
en na het uitspreken van het “Onze Vader” sluit de voorzitter,
de heer Barendrecht, deze zeer geanimeerde jaarvergadering
van de afdeling Zuid-Holland van de VKB.