Kerkenraad met werkgroepen
Geschreven door Dr. P. van den Heuvel Datum: 15-9-2007
De kerkorde biedt in ord. 4-10 de
mogelijkheid voor wat genoemd
wordt ‘de kerkenraad met werkgroepen’.
Die bepaling maakt het
mogelijk de verdeling van taken en
bevoegdheden in een gemeente op
een andere wijze te organiseren. De
kerkenraad kan een deel van zijn
taak toevertrouwen aan wat
genoemd wordt ‘de kleine kerkenraad’
met werkgroepen, die worden
aangeduid als sectieteams en
taakgroepen.
Mij is de vraag voorgelegd: kan een
kerkenraad bij deze werkwijze ook
een taakgroep financiën of een
taakgroep beheer instellen, en hoe
verhouden de taken en bevoegdheden
van zo’n taakgroep zich tot die
van het college van kerkrentmeesters?
De kerkenraad geeft leiding
‘De kerkenraad geeft leiding aan het
leven en werken van de gemeente’,
zegt art. VI-4. In de kerkenraad
wordt de gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid uitgeoefend
‘voor de opbouw van de gemeente
in de wereld’ (art. V-2). Hij draagt
zorg voor ‘de dienst van Woord en
sacramenten, de missionaire,
diaconale en pastorale arbeid, de
geestelijke vorming, het opzicht, het
rentmeesterschap over de vermogensrechtelijke
aangelegenheden en
andere arbeid tot opbouw van de
gemeente’ (art. V-2). Dat is niet
alleen een grote en brede verantwoordelijkheid
maar dat brengt ook
een groot aantal taken met zich mee
die moeten worden uitgeoefend.
Van oudsher waren het de leden van
de kerkenraad die zelf al deze taken
vervulden.
Daarin is echter in de vorige eeuw
verandering gekomen. De gemeente
is niet langer passief: ze is mondig
geworden, actief betrokken bij alles
wat er gebeuren moet. Daarom gaat
in de kerkorde aan de artikelen over
het ambt en de ambtelijke vergaderingen
(artikel V en VI) het artikel
over de roeping van de gemeente
vooraf (artikel IV). ‘De gemeente,
daartoe begenadigd door de Geest,
is geroepen tot de dienst aan het
Woord van God’. Alle leden van de
gemeente zijn geroepen en gerechtigd
hun gaven aan te wenden tot
vervulling van de opdracht die
Christus aan de gemeente geeft. Aan
het slot van dat artikel wordt
aangegeven hoe die twee zich tot
elkaar verhouden: ‘De gemeente
geeft gehoor aan haar roeping door
onder leiding van de kerkenraad
(cursivering van mij — PvdH) de
samenhang in haar leven en werken
te bevorderen en alles te richten op
de lofprijzing van de Naam des
Heren en de dienst in de wereld’
(art. IV-3).
De concrete invulling van deze
roeping van de gemeente vindt op
allerlei manieren plaats. Individueel
doordat gemeenteleden omzien
naar elkaar (pastoraal), dienstbaar
zijn aan anderen (diaconaal), als
getuige van Christus in de wereld
staan (missionair). Structureel
doordat ze worden ingeschakeld in
kringwerk, betrokken bij de catechese,
meezingen in de cantorij,
actief zijn in het jeugdwerk, lid zijn
van een liturgiewerkgroep of een
werkgroep Interkerkelijk Overleg, en
ga zo maar door. Kerkordelijk wordt
daaraan vorm gegeven in ord. 4-8-4:
‘De kerkenraad kan zich in zijn
arbeid laten bijstaan door commissies
die door hem worden ingesteld
en die werken in opdracht van,
onder verantwoordelijkheid van en
in verantwoording aan de kerkenraad’.
Op deze wijze kan een groot
aantal gemeenteleden worden
ingeschakeld in de uitvoering van de
taken van de gemeente.
Kerkenraad met werkgroepen
In de laatste decennia van de vorige
eeuw is binnen de Gereformeerde
Kerken in Nederland de vraag aan
de orde geweest of we niet een stap
verder moeten gaan. De bespreking
van de rapporten KIP (Kerk in
Perspectief, 1969) en GIP (Gemeentestructuur
in Perspectief, 1982)
hebben ertoe geleid dat in 1991 in
de kerkorde van de GKN een nieuw
artikel 40 is opgenomen. Daarbij
werd het mogelijk niet alleen een
deel van de taken op te dragen aan
commissies waarin gemeenteleden
actief zijn, maar ook een deel van de
bevoegdheden toe te vertrouwen
aan sectieteams en taakgroepen die
‘elk voor zich zelfstandige bevoegdheid
[hebben] en een eigen verantwoordelijkheid
in de zaken die aan
hen zijn toevertrouwd’ (GKO ubp.
40-2).
Een sectieteam draagt verantwoordelijkheid
voor een gebied (dus
een geografisch onderdeel van de
gemeente), een taakgroep voor een
bepaald werkveld (bijv. jeugdwerk,
catechese, liturgie, vormingswerk).
De directe verantwoordelijkheid
wordt nu gelegd bij deze werkgroepen
waarin naast gemeenteleden
tenminste één kerkenraadslid wordt
benoemd. De kerkenraad als geheel
blijft verantwoordelijk voor het
vaststellen van het algemene beleid.
In de kerkorde van de Protestantse
Kerk is deze mogelijkheid opgenomen
in ord. 4-10, zij het dat hier
sterker wordt onderstreept dat de
kerkenraad niet alleen een coördinerende
taak heeft, maar zijn uiteindelijke
verantwoordelijkheid behoudt.
Een taakgroep beheer?
De concrete vraag is nu: kan de
kerkenraad in een gemeente waar
men werkt volgens het systeem van
‘de kerkenraad met werkgroepen’
ook een taakgroep beheer instellen
waaraan taken en bevoegdheden
met betrekking tot beheerszaken
worden gedelegeerd? Het antwoord
is ontkennend: dat kan niet, daartoe
is de kerkenraad zelfs niet bevoegd.
Ik begrijp dat dit antwoord enige
toelichting behoeft.
Hierboven is aangegeven dat aan de
kerkenraad als geheel de verantwoordelijkheid
is toevertrouwd over
het geheel van het leven en werken
van de gemeente. Maar daarmee is
nog niet alles gezegd. Want binnen
die gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
worden verschillende
taken en bevoegdheden aan
bepaalde personen en organen
opgedragen.
Zo is bediening van
Woord en sacramenten toevertrouwd
aan de predikanten, het
opzicht aan de predikanten en de
ouderlingen samen, het diaconaat
aan het college van diakenen en de
vermogensrechtelijke aangelegenheden
van de gemeente aan het
college van kerkrentmeesters. Zij
hebben daarin – binnen de gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid
van de kerkenraad — eigen taken en
bevoegdheden die niet aan anderen
kunnen worden gedelegeerd. Ook
als men werkt volgens ‘de kerkenraad
met werkgroepen’ kan men het
opzicht over de gemeenteleden niet
delegeren aan een taakgroep ‘tucht’
of de bediening van Woord en
sacrament opdragen aan een
taakgroep ‘eredienst’.
Zo kan de kerkenraad evenmin de
taken en bevoegdheden van het
college van kerkrentmeesters
delegeren aan een taakgroep
‘beheer’ of ‘financiën’. De kerkorde
heeft namelijk in ord. 11-1-2 bepaald
dat deze taken aan het college
worden toevertrouwd en de kerkenraad
kan daarvan niet afwijken. Als
men in de gemeente werkt volgens
ord. 4-10 blijven alle bevoegdheden
en verantwoordelijkheden van het
college van kerkrentmeesters in tact.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor het
college van diakenen.
Nauwkeurig lezen van ord. 4-10-1
bevestigt deze stelling. Daar wordt
namelijk bepaald dat de kerkenraad
een deel van zijn taak kan toevertrouwen
aan anderen. Het gaat
daarin dus over de eigen taak van de
kerkenraad als geheel. Niet over de
taken van andere personen of
instanties.
Geen werkgroep beheer?
Betekent dit dat er in het geheel
geen werkgroep beheer kan
bestaan? Die conclusie gaat te ver.
Een taakgroep met eigen bevoegdheden
en verantwoordelijkheden
kan weliswaar niet door de kerkenraad
worden ingesteld, om onder de
rechtstreekse verantwoordelijkheid
van de kerkenraad te werken. Maar
het college van kerkrentmeesters
zelf is wel bevoegd om een werkgroep
in te stellen.
Ord. 4-4-1
spreekt immers van door ‘kerkelijke
organen en colleges ingestelde vaste
of tijdelijke commissies’ die alle
beschouwd worden als kerkelijke
lichamen. Er is dus geen enkel
bezwaar tegen als het college zich
laat bijstaan door een commissie of
werkgroep die wordt ingesteld om
mee te denken of taken te vervullen
op het gebied van het beheer. Er kan
een restauratiecommissie zijn, of een
werkgroep vrijwillige bijdrage. Maar
— en dat is hier vooral van belang —
deze commissie of werkgroep werkt
in opdracht van, onder verantwoordelijkheid
van en in verantwoording
aan het college van kerkrentmeesters.
Er kan geen sprake van zijn dat
de verantwoordelijkheden of
bevoegdheden aan deze commissie
of werkgroep worden gedelegeerd.
Die blijven berusten bij het college
van kerkrentmeesters. Als de
kerkenraad zaken van vermogensrechtelijke
aard wil bespreken zal hij
dus contact moeten opnemen met
het college, ook als dit college voor
dat terrein een werkgroep heeft
ingesteld. Omdat het college zijn
verantwoordelijkheid behoudt, blijft
het terzake aanspreekbaar.
Dr. Van den Heuvel is vele jaren
voorzitter geweest van de Commissie
voor Kerkordelijke Aangelegenheden
en derhalve kerkordespecialist.