Veranderingen na 1 mei 2004
Geschreven door Vkb Datum: 15-2-2005

In de beleving van sommigen is er
bij de invoering van de kerkorde
van de Protestantse Kerk in Nederland
per 1 mei 2004 veel veranderd.
Hiermee wordt niet bedoeld de
situatie dat (delen van) gemeenten
zich afscheidden en een Hersteld
Hervormde gemeente gevormd
hebben. Het betreft gemeenten die
per 1 mei 2004 de Protestantse Kerk
in Nederland vormen.
Onlangs werd ons door een college
van kerkrentmeesters van een protestantse
gemeente in wording de
volgende vraag voorgelegd. “In
onze gemeente is een SoW-gemeente
en een Gereformeerde
bondsgemeente binnen de Nederlandse
Hervormde Kerk. Beide
gemeenten trekken gescheiden op.
Naar het zich laat aanzien zal dat
zo blijven omdat het verschil in
geloofsbeleving groot is. Sinds 1
mei 2004 is er veel veranderd, want
beide gemeenten vallen onder de
Protestantse Kerk in Nederland.
Ieder heeft zijn eigen gebouw waar
iedere zondag dienst wordt gehouden.
Vraag: stel dat onze gemeente
(de protestantse gemeente i.w.) in
de toekomst van haar gebouw geen
gebruik meer kan maken, kan zij
dan aanspraak maken op het
gebruik van de gebouwen van de
Gereformeerde bondsgemeente?”.
De Nederlandse Hervormde Kerk,
de Gereformeerde Kerken in Nederland
en de Evangelisch-Lutherse
Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden
hebben zich per 1 mei 2004
verenigd in de Protestantse Kerk in
Nederland. Dat is in feite de verandering
die heeft plaats gehad.
Plaatselijk is er op dit punt niet veel
veranderd, want artikel II van de
kerkorde stelt dat de Protestantse
Kerk in Nederland de voortzetting
is van de hiervoor genoemde kerkgenootschappen
en dat de
Protestantse Kerk in Nederland
bestaat uit de protestantse gemeenten,
de hervormde gemeenten, de
gereformeerde kerken en de evangelisch-
lutherse gemeenten.
Dat betekent dus dat men plaatselijk
bepaalt hoe men verder gaat.
De plaatselijke gemeente bepaalt
dat zelf. Zo was de situatie vóór
1 mei en zo is de situatie nà 1 mei
2004.
Een plaatselijke hervormde gemeente
en een protestantse gemeente
vormen twee rechtspersonen
met bezittingen en eigen verantwoordelijkheden.
Van ‘aanspraak
maken op’, zoals het in de
vraagstelling werd geformuleerd, is
vanzelfsprekend geen sprake. Dat
zou kunnen betekenen dat de
bewuste protestantse gemeente het
recht zou hebben om het kerkgebouw
te gebruiken.
Dat is uiteraard niet aan de orde.
Van gezamenlijk gebruik van een
kerkgebouw kan alleen sprake zijn,
wanneer beide gemeenten daarover
overeenstemming hebben
bereikt.