Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
De toekomst van de RCBB’...
De toekomst van de RCBB’s in een veranderde organisatie
Geschreven door M.C. van Elsacker   Datum: 15-6-2007


Nu de Provinciale Diensten Centra (PDC) van opzet en locatie gaan veranderen is het de vraag wat dat voor consequenties heeft voor het Regionale College Behandeling Beheerszaken (RCBB). De toelichting op de kerkorde schrijft over het werk van een RCBB het volgende: “Het is de kerk een zorg dat gemeenten niet in de problemen komen en dat de goederen van de gemeente zorgvuldig worden beheerd“ (pag. 273) en “Het toezien van de kerk wordt in hoge mate gekarakteriseerd door ondersteuning van en hulp aan de plaatselijke gemeenten”. (pag. 274)
Regionaal actief
Er zijn 9 RCBB ’s gekoppeld aan de ACV ‘s (Algemene Classicale Vergadering). Een RCBB is dus regionaal actief op het gebied van toezien en advisering en heeft vooral contacten met de colleges van kerkrentmeesters en diakenen in zijn regio. Een RCBB bestaat uit vrijwilligers en wordt in zijn taak ondersteund door de adviseur kerkbeheer van de huidige PDC ’s. In de praktijk is deze functionaris het aanspreekpunt van het RCBB voor alle vragen en verloopt de correspondentie van het RCBB via het PDC en dan in het bijzonder via deze functionaris. Wanneer er straks geen PDC ’s meer zijn en er slechts sprake is van steunpunten, dan is de vraag, hoe een RCBB dan moet gaan werken. Er is dan immers geen vaste vergaderplaats en geen archief en geen directe administratieve ondersteuning meer RCBB afzonderlijk.
De kleine Synode heeft in haar vergadering van november jl. het volgende besloten: het plan “(G)roeien met de riemen die je hebt” geeft vooralsnog geen kerkordelijke wijzigingen. Voorlopig wijzigt er dus niets aan de structuur van 9 ACV ’s en daaronder de 9 RCBB‘s. Pas bij de evaluatie van de kerkorde De toekomst van de RCBB’s in een veranderde organisatie M.C. van Elsacker in 2008 zal worden nagegaan of hier verandering in moet komen. Er is vooruitlopend op die evaluatie een werkgroep ingesteld, die als taak heeft aanbevelingen op te stellen voor de ondersteuning van de RCBB’s vanuit de vier steunpunten.
Hoe verder?
Blijft vooralsnog de vraag hoe nu verder met het RCBB als de ondersteuning via PDC niet meer bestaat?
Aan die vraag naar het hoe gaat de vraag vooraf of er in een veranderde organisatie nog behoefte is aan een RCBB. Overigens: het opheffen van een RCBB is geen bezuiniging, immers het verminderen van vrijwilligers levert geen enkele besparing , maar alleen extra kosten op. Wanneer wij de hierboven genoemde toelichting op kerkorde nader bekijken, dan zijn deze beide uitgangspunten van een steeds groter belang. In een krimpende kerk is de behoefte aan advies en ondersteuning groot, terwijl ook de problemen — o.a. door veranderende wetgeving van de overheid — waar gemeenten voor worden gesteld steeds gecompliceerder zijn.
Het RCBB vervult zijn taak in het bijzonder door toestemmingverzoeken te beoordelen aan de hand van jaarcijfers en andere documentatie, zoals beleidsplannen e.d. Daarnaast adviseert het RCBB in overleg met de adviseur kerkbeheer de plaatselijke gemeenten op allerlei beheersterreinen. Het werkt daarbij nauw samen met de adviseurs kerkbeheer van de PDC ‘s. Dat is een samenwerking die van groot belang is en hopelijk in de thans voorliggende bezuinigingsronde niet tot teruggang op dit gebied leidt.
Ervaringen
Wanneer ik de afgelopen jaren vanuit mijn eigen ervaring als lid van het RCBB overzie, constateer ik het volgende. De taak van een RCBB is wezenlijk anders dan die van haar Hervormde voorgangers. Waren die beide instanties meer toezichthouders, in de PKN kerkorde heeft het RCBB veel meer een adviserende rol gekregen. En juist die adviserende rol heeft er voor gezorgd dat het RCBB dichter op de plaatselijke situatie staat dan haar voorgangers. Daarnaast merk ik op dat enerzijds plaatselijke colleges met steeds ingewikkelder situaties te maken krijgen en anderzijds men op sommige plaatsen een behoorlijk tekort aan kerkrentmeesters en diakenen heeft.
Dit alles heeft er toe geleid, dat er door plaatselijke colleges meer en meer een beroep gedaan wordt op het RCBB en zijn leden en dan voornamelijk in de rol van adviseur. Dat is ook een gevolg van de contacten zoals die in de loop van de jaren zijn ontstaan tussen plaatselijke colleges en de leden van het RCBB. Deze contacten ontstaan bij overleg rond bepaalde vraagstukken maar ook ten gevolge van de bezoeken van RCBB-leden aan colleges en gemeenten.
Op heel veel plaatsen zit men in een verenigingsproces dat allerlei problemen met zich brengt, ook op beheersgebied. Daarnaast zorgt de thans in gang zijnde daling van het aantal leden op sommige plaatsen voor tekorten. Dat levert weer vragen op over de invulling van het aantal predikantsplaatsen en dat alles naast alle “normale” vragen rond onderhoud, kosters, gebruiksvergunningen, enz. Kortom: de vragen waar men plaatselijk voor staat nemen toe, terwijl het kader afneemt. Het is logisch dat er een toenemend beroep wordt gedaan op instanties die kunnen en willen adviseren.
Advies en toezicht
Rest de vraag of het RCBB nu de aangewezen instantie is om als adviseur op te treden. Immers zijn eerste taak is toezien. Dat toezien kan niet veel minder dan het nu al is. In het verleden had een PKC/PDC op veel terreinen een beslissende stem. Dat is in de PKN kerkorde in feite teruggebracht tot twee zaken:
- beroepen van een predikant en
- grote wijzigingen van de plaats van samenkomst van een gemeente.

Daarnaast houdt het RCBB aan de hand van jaarrekeningen en begrotingen de vinger aan de pols van de plaatselijke gemeenten. Zoals gezegd, een beperkt toezien, dat mijns inziens niet minder kan.
Niemand zit te wachten op een situatie dat een gemeente 3 jaar na een beroep haar predikant niet meer kan betalen. En ook alle problematiek rond kerkgebouwen moet op een goede wijze worden opgelost.

Het sluiten van de PDC’s en omvormen naar vier steunpunten roept de vraag op of het aantal RCBB ’s terug zou kunnen naar bijvoorbeeld vier. Het grote nadeel daarvan is dat dan de regionale kennis verdwijnt en die is bij de advisering vaak van doorslaggevend belang.
Uiteraard kunnen kerkrentmeesters terecht bij de VKB in Dordrecht maar die ontbeert in specifieke gevallen de regionale en plaatselijke kennis.
De VKB heeft ook niet de beschikking over de kerkordelijk voorgeschreven documenten (begroting, beleidsplannen). Daarnaast merk ik op dat de diakenen geen landelijk bureau hebben, waarop ze kunnen terugvallen. Een andere optie zou nog het inschakelen van externe adviseurs zijn, maar die zijn duur en ze zijn vaak niet bekend met de kerkeigen problematiek.
Oplossingen
Samengevat: de kerk kan mijns inziens niet zonder een regionaal toeziende en adviserende instantie, waarvan de aanwezige kennis intensief wordt gebruikt voor het functioneren van de gemeente. En ja, organisatorisch zal er natuurlijk het een en ander moeten worden aangepast, maar er zijn denk ik modellen en oplossingen te vinden. Ik wil de werkgroep niet voor de voeten lopen. Maar zo goed als het mogelijk is om een classis te besturen zonder eigen vergaderlocatie en zonder een vast steunpunt, lijkt het ook mogelijk voor een RCBB om zo te functioneren.

De heer Van Elsacker is o.m. bestuurslid van het RCBB van Noord-Holland
Ik wil starten met VKB Academy.
Van Ree accountants
Van den Heuvel orgelbouw
Kantoor der Kerkelijke Goederen
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis