Kosten salarissen en traktementen van kerkelijke medewerkers en predikanten
Geschreven door M.G.R. Barendrecht Datum: 15-7-2008
In de circulaires behorend bij de arbeidsvoorwaardenregeling voor de kerkelijke medewerkers en in de uitvoeringsbepalingen die u ontvangt bij de arbeidsvoorwaarden van de predikanten heeft men kunnen lezen over de recente stijging van de salarissen, respectievelijk van de traktementen. De relatief sterke stijging heeft u wellicht aanleiding gegeven de wenkbrauwen te fronsen. Het
huishoudboekje van uw gemeente is mogelijk al lastig sluitend te krijgen. Het stijgen van salarissen en traktementen maakt dat nog moeilijker. Wat is de achtergrond van deze stijging?
Veel lezers zullen zelf voor hun werk vallen onder de bepalingen van de CAO van een bepaalde bedrijfstak. In de CAO liggen allerlei afspraken vast over het salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering, verlofdagen etc.
Tijdens de onderhandelingen met de vakbonden komen de werkgevers tot nieuwe periodieke afspraken. Soms voor de duur van één jaar; soms meerjarig.
Overheid als referentiekader
In de kerk is het ook gebruikelijk aansluiting te zoeken
bij externe ontwikkelingen. In de voormalige Nederlandse
Hervormde Kerk volgde men de richtlijnen voor het
personeel bij de rijksoverheid; bij de Gereformeerde
kerken diende de ontwikkeling van de bezoldiging van
leraren in het middelbaar onderwijs als referentie. In de
Protestantse Kerk in Nederland wordt weer aansluiting
gezocht bij de CAO voor de rijksoverheid.
De onderhandelingen voor deze CAO worden gevoerd
door de minister van Binnenlandse Zaken met de vakorganisaties
voor overheidspersoneel. Hierbij wordt sterk
rekening gehouden met een tiental CAO’s voor grote
groepen werknemers. De ontwikkelingen bij de overheid
zijn in de regel wat minder uitbundig dan in het bedrijfsleven.
De overheid als referentiekader is voor de kerk dan
ook passend. De minister van Binnenlandse Zaken is een
aantal jaren zeer terughoudend geweest bij de onderhandelingen.
Dat heeft ertoe geleid dat ook in de kerk
de ontwikkeling van de salarissen/traktementen een
aantal jaren op 0 pct. heeft gestaan.
Dat blijkt echter niet vol te houden door ontwikkelingen
op de arbeidsmarkt. De overheid moet meer marktconform
gaan belonen en wil ook een goed werkgever
blijven. Concreet heeft dat geleid tot meerjarenafspraken
(voor ruim 3 jaar), waarbij naast een procentuele verhoging
van het overheidssalaris een stapsgewijze verhoging
van de eindejaarsuitkering is afgesproken tot een 13e
maand. Dat heeft zijn vertaling vervolgens gekregen in
de afspraken in de kerk. De circulaires en uitvoeringsbepalingen
brengen we u daar vervolgens weer van op de
hoogte.
Goed werkgever
Enerzijds is het dan ook duidelijk dat de kerkelijke
werkgever eveneens een goed werkgever moet zijn en
de ontwikkelingen op het terrein van de arbeidsvoorwaarden
in de maatschappij niet kan negeren; anderzijds
is bekend dat de financiële polsstok van de landelijke
kerk en van de plaatselijke gemeenten niet heel ver kan
reiken.
Dat heeft ertoe geleid dat er ook wordt gekeken naar de
kostenontwikkeling van uitkeringen bij werkloosheid,
ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. De kerk kent
bijvoorbeeld het wachtgeld, alsmede het aanvullende
wachtgeld bij bepaalde situaties van (gedeeltelijke)
arbeidsongeschiktheid, voor predikanten ten laste van de
centrale kas. De kerk draagt daarmee zelf het risico. Ook
op genoemde terreinen wordt gekeken naar de algemeen
geldende maatschappelijke opvattingen. Eén van
de resultaten is een rapport “Meetellen”, waarin aan
deze zaken aandacht wordt geschonken. Een concreet
resultaat is dat bij predikanten in het tweede ziektejaar
het traktement wordt verlaagd tot 70%. Zoals dit ook
gebruikelijk is bij werknemers. Het enkele jaren geleden
gelanceerde verzuimprotocol moet meer sturing geven
aan het beperken van het ziekteverzuim.
Bij het beperken van het ziekteverzuim moet ook worden
gedacht aan het tijdig inspelen op spanningen, die zich
soms tussen kerkenraad en predikant voordoen. Uit
vragen van de gemeenten ter zake, blijkt dat er bij de
gemeenten veel onbekendheid is over het hoe — en ook
over welke kerkelijke instantie geraadpleegd kan
worden. Dit punt zal in de komende tijd extra aandacht
krijgen en door het bureau predikantstraktementen
uitvoeriger met de gemeenten worden gecommuniceerd.
Een aantal onderdelen van het rapport “Meetellen”, met
name de beperking van toekenning van, alsmede de duur
van het wachtgeld zijn door een werkgroep nader
uitgewerkt en via het Georganiseerd Overleg Predikanten
(GOP) en de Beleidscommissie Predikanten (BCP) op
27 juni j.l. ter besluitvorming aan de Kleine Synode
voorgelegd. Hierdoor wordt het in voorkomende gevallen
mogelijk om door verkorting van de wachtgeldduur
tot minder aanspraken op de centrale kas te komen.
Daarnaast zijn er voorstellen gedaan voor het voorkomen
van werkloosheid bij predikanten (preventiebeleid)
Stuurgroep Werken in de Wijngaard
Waar de kosten van professionals in de kerk (kerkelijk
werkers en predikanten) als gevolg van de algemene
loonontwikkeling stijgen en in een aantal gemeenten de
inkomsten dalen, is het zaak dat deze gemeenten instrumenten in handen krijgen om de tering naar de
nering te kunnen zetten. Met het oog hierop heeft de
synode de Stuurgroep Werken in de Wijngaard ingesteld
onder leiding van voormalig landbouwminister prof. dr.
C.P. Veerman.
De stuurgroep heeft de opdracht om aan de synode
voorstellen te doen met betrekking tot de ambtelijke en
rechtspositionele positie van de kerkelijk werkenden, de
rechtspositie van de predikanten, de rol van de classes
met betrekking tot het formatiebeleid en mogelijkheden
van solidariteit tussen de gemeenten voor het oplossen
van problemen. Het gaat hier om antwoorden op vragen
die raken aan de ambtstheologie en de presbyteriaalsynodale
structuur van onze kerk.
We zullen u verder op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
* Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met
de heer J. Runherd van het bureau predikantstraktementen.