Pensioenfonds Samenbinding en de verplichtstelling PGGM in toekomstperspectief
Geschreven door Vkb Datum: 15-4-2006

In de rechtspositie voor kerkelijke medewerkers is
bepaald dat er sprake moet zijn van een pensioenvoorziening.
Dit geldt ook voor plaatselijke medewerkers. In
veel situaties was de pensioenvoorziening al ondergebracht
bij PGGM, of een pensioenverzekeraar.
Voor de kosters gold dat in mindere mate. Voor een aantal
van hen was het pensioen geregeld door deelname in
het Pensioenfonds Samenbinding. Van oudsher waren
het in meerderheid de kosters en kosters-beheerder van
plaatselijke gereformeerde kerken die het deelnemersbestand
vormden van Samenbinding, maar ook medewerkers
met een andere functie en van andere kerkgenootschappen
maakten (en maken) deel uit van het bestand
van Samenbinding.
Het pensioenfonds Samenbinding heeft als rechtsvorm
de Stichting en wordt bestuurd door een bestuur dat is
samengesteld op basis van pariteit, de helft werknemers
- en de helft werkgeversvertegenwoordigers. Een Raad
van Advies houdt toezicht op het bestuur en dient het
bestuur van advies.
De pensioenregeling van Samenbinding is een zogenaamde
eindloonregeling. Dit betekent dat het pensioen
wordt berekend op basis van het laatstgenoten salaris.
Als een koster naast zijn of haar normale inkomen een
provisieregeling heeft is daarvoor een afzonderlijke pensioenpolis
afgesloten.
De pensioenpremie die verschuldigd is, wordt reglementair
vastgesteld door het bestuur en wordt verdeeld over
werkgever en werknemer, respectievelijk voor 2/3 en 1/3
deel.
Om de pensioenvoorziening veilig te stellen zijn de pensioenrechten
via het pensioenfonds herverzekerd bij
Delta Lloyd. Hiervoor is een garantiecontract afgesloten,
waarin is overeengekomen dat Delta Lloyd het opgebouwde
pensioen garandeert en de uitkering hiervan op
zich neemt. Alle pensioenbetalingen worden dus uitgevoerd
door Delta Lloyd.
Van groot belang is te vermelden, dat de opgebouwde
pensioenrechten tot uitkering komen als een nominaal
pensioen. Dit betekent niet dat er automatisch een toeslag
wordt gegeven voor waardevastheid, de zogenaamde
indexering.
Het bestuur had als beleid, dat, indien er voldoende
financiële middelen aanwezig waren, de pensioenen
worden geïndexeerd overeenkomstig de stijging van de
salarissen van kerkelijke medewerkers. Op deze wijze
bleven de pensioenen welvaartsvast. Dit beleid is tot nu
tot met succes uitgevoerd, hetgeen overigens niet betekent
dat dit voor de toekomst ook zo zou kunnen.
Ontwikkeling Samenbinding
Wegens de financiële situatie bij vele plaatselijke kerkelijke
gemeenten, is de werkgelegenheid voor kosters
afgenomen. Als gevolg van bezuinigingen, maar ook
door toenemende samenwerking, is het aantal arbeidsplaatsen
voor kosters teruggelopen.
Dikwijls zijn fulltime functies ingewisseld voor parttime
plaatsen van geringe omvang, of is (een deel van) het
kosterswerk overgenomen door vrijwilligers.
Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen gehad voor
Samenbinding. Door de vermindering van het aantal
actieve deelnemers nam het premievolume af en kwam
de pensioenregeling onder druk te staan.
De draagkracht nam af en de premies moesten jaarlijks
worden verhoogd. Indien er geen verplichtstelling PGGM
zou hebben plaatsgevonden, zou ook voor 2006 de premie
fors zijn gestegen.
Zonder twijfel zou dit ook hebben geleid tot aanpassing
van de regeling. De eindloonregeling zou mogelijk zijn
vervangen door een “beschikbare premieregeling”. Een
beschikbare premieregeling is een regeling waarbij een
premie ter beschikking komt uit bijdragen van de werknemer
en de werkgever die vervolgens belegd wordt in
een beleggingsfonds. Dat beleggingsfonds bestaat
(meestal) naar keuze uit een beleggingsmix van aandelen,
obligaties en/of onroerend goed. Het verschil met
andere vormen van pensioenopbouw, zoals een eindloonregeling,
is dat het pensioenfonds geen garanties
geeft ten aanzien van het bedrag dat de werknemer uiteindelijk
aan pensioen ontvangt. Dat is namelijk afhankelijk
van de beleggingsopbrengsten.
Gelet op de hier geschetste ontwikkeling, zou een zelfstandig
voortbestaan van Samenbinding niet voor de
hand hebben gelegen. Het bestuur is van mening dat
door de verplichtstelling PGGM de pensioenvoorziening
voor de kosters voor de toekomst aanmerkelijk beter is
veiliggesteld, dan dat dit bij Samenbinding mogelijk zou
zijn
Verplichtstelling PGGM
Met ingang van 1 september 2005 heeft de Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid de pensioenregeling
PGGM verplicht gesteld voor alle kerkelijke medewerkers
van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Voor de
landelijke en regionale medewerkers was dit al jarenlang
het geval en hier zijn nu per 1 september 2005 de plaatselijke
medewerkers bij gekomen.
Aan de verplichtstelling is een jarenlang overleg voorafgegaan.
In het Georganiseerd Overleg Medewerkers en
uiteraard ook met PGGM is veel overleg gevoerd.
Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid, dat - in gezamenlijk overleg – de verplichtstelling is aangevraagd en verkregen.
Hiermede is de doelstelling bereikt, dat het recht op een
goede pensioenvoorziening voor iedere kerkelijke
medewerker nu duidelijk is vastgelegd.
Het kwam in het verleden nog te vaak voor dat plaatselijk
geen, of een zeer beperkte pensioenvoorziening was
getroffen voor de medewerkers. Vanaf 1 september jl. is
iedere plaatselijke werkgever van de PKN verplicht de
medewerkers aan te melden bij PGGM. Deze meldingsplicht
geldt ook voor kerkelijke medewerkers met een
parttime contract.
PGGM is een van de grootste pensioenfondsen van ons
land en voorziet in de pensioenvoorziening van de
medewerkers in de gezondheidszorg, welzijn en maatschappelijke
instellingen en dus ook voor de PKN. De
huidige pensioenregeling van PGGM is een zogenaamde
middelloonregeling. Dit betekent dat er pensioen wordt
opgebouwd over het gemiddeld verdiend salaris in de
periode dat men deelnemer is. Ook voor PGGM geldt
dat er geen recht op indexatie bestaat, maar dat er wel
naar wordt gestreefd om de loonontwikkeling in de sector
te volgen. Indien er voldoende middelen zijn, wordt
er geïndexeerd en bij een pensioenfonds van de omvang
als van PGGM is de kans hierop groter dan bij
Samenbinding. Voor Samenbinding geldt dat, gelet op
de bovengenoemde ontwikkeling, de kans op indexatie
van het pensioen drastisch zou afnemen.
Vergelijking tussen Samenbinding en PGGM
De pensioenuitkomst bij PGGM is beter dan bij
Samenbinding en dat komt door het verschil in opbouwpercentage
en franchise. Om dit te illustreren, zijn door
de actuaris van Samenbinding enige voorbeeldberekeningen
gemaakt. Hieruit blijkt zonneklaar dat in verschillende
situaties de PGGM-uitkomst er beter uitziet
dan bij Samenbinding. Niet alleen wegens de ontwikkeling
bij Samenbinding, maar ook wegens de op te bouwen
pensioenrechten bij PGGM, is het bestuur van
Samenbinding positief over de gevolgen van de verplichtstelling.
De kenmerken van de pensioenregeling
van Samenbinding en PGGM staan in onderstaand overzicht.
Hieronder is een voorbeeld weergegeven van pensioenopbouw
bij Samenbinding versus pensioenopbouw bij
PGGM voor een 50-jarige werknemer met een fulltime
salaris van € 27.500.
Verschillende pensioenregelingen leiden uiteraard ook
tot verschillende premies.
De PGGM-premie bedraagt (op fulltime basis) 22,5 pct.
(werkgever 13 pct. werknemer 9,5 pct.) van de pensioengrondslag.
De premie bij Samenbinding bedraagt 27 pct. van de pensioengrondslag, waarvan 2/3 voor de werkgever
en 1/3 voor de werknemer. De hierboven genoemde
verdeling van de premie bij Samenbinding betreft de
formele vaststelling door het bestuur, maar het is gebleken
dat er in de praktijk wel eens een andere verdeling
wordt gehanteerd.
Hieronder is een voorbeeld weergegeven van de werknemerspremie
bij Samenbinding versus de werknemerspremie
bij PGGM voor een werknemer met een fulltime
salaris van € 27.500.
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de premie bij PGGM
hoger is dan bij Samenbinding, hierbij moet ook worden
bedacht dat - zoals hierboven reeds toegelicht - de
PGGM-pensioenregeling een aanmerkelijk beter pensioen
oplevert (in waarde € 1.350 in dit voorbeeld) dan bij
Samenbinding. Dit wordt zoals eerder is aangegeven met
name veroorzaakt door de berekening van de pensioengrondslag
waarbij de hoogte van de franchise een
belangrijke rol speelt en de gehanteerde opbouwpercentages
voor het pensioen.
Toekomstperspectief
Het Pensioenfonds Samenbinding kent nu geen actieve
deelnemers meer, alle deelnemers zijn immers overgegaan
naar PGGM. Uiteraard zijn er wel pensioenrechten
opgebouwd bij Samenbinding en deze rechten zijn gegarandeerd
door een garantiecontract bij Delta Lloyd.
Het bestuur is voornemens op korte termijn gesprekken
met Delta Lloyd te voeren, teneinde na te gaan of er de
mogelijkheid bestaat om de tot nu toe opgebouwde
rechten van de actieven bij Samenbinding collectief over
te dragen naar PGGM. Met PGGM wordt hierover al
overleg gevoerd.
Op de uitkomsten van dit overleg kan nog niet worden
vooruitgelopen. De inzet van het bestuur is om collectieve
waardeoverdracht naar PGGM mogelijk te maken.
Hiermee kan langs zorgvuldige weg een traject worden
ingezet om de activiteiten van Samenbinding te beëindigen.
Slotopmerking
Met de verplichtstelling PGGM is het toekomstperspectief
met betrekking tot de rechtszekerheid voor de pensioenvoorziening
van de deelnemers van Samenbinding
aanmerkelijk toegenomen. Binnen het grote pensioenfonds
PGGM is de pensioenvoorziening op uitstekende
wijze gewaarborgd. Voor werkgevers en werknemers
van de PKN - aangesloten bij Samenbinding - is door de
verplichtstelling de pensioenvoorziening voor de lange
termijn zeker gesteld en dat is een goede zaak.
Namens het bestuur van de Stichting Pensioenfonds
Samenbinding
Th.J. Leene, voorzitter
drs. P.D. Eenshuistra, secretaris