De kerkmusicus, nut en noodzaak
Geschreven door Vkb Datum: 15-5-2006
In het “Ouderlingenblad” van maart 2006 schreef de heer Chr. Winter onder de titel “De kerkmusicus, nut en noodzaak”, een artikel waarin hij
ingaat op de taakomschrijving van de kerkmusicus. Een groot deel van dit artikel drukken wij hieronder af.
Amateur of professional
“Kerkmusici zijn er in verschillende
soorten en maten. Ten eerste is er
het onderscheid tussen de amateur
en de professionele kerkmusicus. Ze
zijn beiden gediplomeerd, maar de
eerste is als liefhebber in de kerkmuziek
werkzaam, terwijl de tweede
professioneel opgeleid is, de
daarbij behorende vaardigheden
bezit en waarschijnlijk als musicus
zijn dagelijks brood verdient. Het
hangt van diverse factoren af welke
mate van scholing men van de kerkmusicus
verwacht en nodig heeft.
Men kan daarbij denken aan de
grootte van de gemeente, het kerkgebouw
en het orgel, de aard en
omvang van de kerkmuziek en het
belang dat men hecht aan een
goedlopende kerkmuzikale praktijk.
Zo zal een gemeente waar een cantorij,
instrumentale groep en jeugdkoor
functioneren eerder een gediplomeerd
kerkmusicus aanstellen
dan in een gemeente waar de kerkmuziek
ophoudt bij het orgelspel.
Taken en mogelijkheden
De Generale Regeling voor de
Kerkmuziek omschrijft de hoofdtaak
van de kerkmusicus als volgt: “Aan
de gemeentezang en de verdere
muzikale vormgeving van de eredienst
wordt leiding gegeven door
de kerkmusicus”. Een kerkmusicus is
in eerste instantie een musicus. Hij
of zij is aangesteld om leiding te
geven aan alle vormen van musiceren
binnen de liturgie. Vooral is de
kerkmusicus de voorganger in de
zang. De kerkzang wordt gestimuleerd
door adequate orgel- of pianobegeleidingen,
instructieve voorspelen en evocatief spel. Ook is de
kerkzang gebaat bij een zanggroep
(koor, cantorij, kinderkoor) die de
gemeente het lied in de mond legt.
Bij de musicerende taken van de
kerkmusicus kan ook het leiden van
een instrumentale groep behoren.
In elke gemeente zijn wel enthousiaste
instrumentalisten te vinden.
Aan de kerkmusicus de taak om het
beste in de instrumentalisten boven
te halen en het juiste evenwicht te
vinden tussen de waarde van de
actieve participatie van gemeenteleden
en het muzikaal speel- en
luistergenot.
Gemeenteopbouw
Met name in het leiden en begeleiden
van musicerende individuen en
gezelschappen binnen de gemeente
komt het gemeenteopbouwende
karakter van de kerkmuziek naar
voren. Veel cantorijen repeteren
meer dan veertig keer per jaar en
werken daarnaast met enige regelmaat
aan de kerkdiensten mee.
Te vaak wordt vergeten dat de kerkmusicus,
zeker als deze cantor is,
ook voorzanger is. Soms is het nodig
dat er een nieuw lied wordt aangevoorleerd.
Daarbij hangt het in belangrijke
mate van de manier van werken
van de kerkmusicus af of de
gemeente de zin hiervan inziet.
Op het gebied van kerkmuzikale en
liturgische scholing van de gemeente
kan nog veel werk verzet worden.
Het aankweken van begrip
voor kerkmuzikale en liturgische
vormen levert bij kerkgangers een
positieve grondhouding op voor de
zaken die zich in de eredienst afspelen.
De kerkmusicus draagt ook bij aan
de vormgeving van het kerkmuzikaal
en liturgisch beleid. Als binnen
de kerkenraad over deze zaken
gesproken wordt, moet vanzelfsprekend
de kerkmusicus daar ook bij
betrokken worden. In die discussies
zullen signatuur van de gemeente,
de traditie van de kerk en de ideeën
van voor de liturgie verantwoordelijken
goed tegen elkaar afgewogen
moeten worden. Vernieuwingen in
de liturgie laten zich slechts na
goede voorbereiding en met de
nodige voorzichtigheid invoeren.
De kerkmusicus is de evenknie van de predikant. Hoewel de kerkenraad
verantwoordelijk is voor de
liturgie, wordt in de kerkorde door
hun bijzondere expertise, een speciale
verantwoordelijkheid toegekend
aan de predikant voor de
bediening van Woord en
Sacramenten en aan de kerkmusicus
voor het muzikale gedeelte van de
eredienst. Een houding waarin het
vakgebied van de ander wordt
gerespecteerd is een voorwaarde
voor een goede en duurzame overlegsituatie.
Juist op het gebied van
het kerklied overlappen de vakgebieden
van predikant en kerkmusicus
elkaar. Predikant en kerkmusicus
hebben samen de spanningsboog
van de liturgie in handen.
Financiën
Professionaliteit kost geld. Iedereen
die zijn professionaliteit ten dienste
stelt aan anderen, verwacht in ruil
daarvoor een vergoeding, honorarium
of salaris. Dat geldt voor de
loodgieter, de leerkracht, de predikant
en dus ook voor de kerkmusicus.
In de Generale Regeling voor
de Kerkmuziek zijn alle afspraken
rond functieniveaus, bevoegdheidsverklaringen
en bijbehorende honoreringen
te vinden.
Veel gemeenten van de Protestantse
Kerk in Nederland hebben helaas
te kampen met teruglopend kerkbezoek,
krimpende ledenaantallen
en een — op z’n gunstigst — rechtevenredig
slinkende inkomstenstroom.
Er moet bezuinigd worden.
Het zou goed zijn als de kerkrentmeesters
bij die bezuinigingen rekening
houden met de prioriteiten die
de kerkenraad voor de eigen gemeente
gesteld heeft . Als het goed
is, is de verdeling van de geldelijke
middelen in overeenstemming met dit prioriteitenlijstje. Als een kerkenraad
de waarde van de (kerk)-
muziek in de liturgie en gemeenteopbouw
inziet, zal hij daar ook
financieel in moeten investeren.
Meestal is het de investering meer
dan waard!”, aldus de heer Winter
in zijn artikel over de kerkmusicus
in het “Ouderlingenblad”.
De heer Chr. Winter (1967) is o.m.
cantor en vervangend organist van
de Oude Kerk te Amsterdam,
bestuurslid van de Interkerkelijke
Stichting Opleiding Kerkmuziek en
student aan de Nederlandse
Beiaardschool.