Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
KERKMUZIEK
Geschreven door Ds. H. Mudde   Datum: 15-12-2007
KERKMUZIEK


Variaties op een thema van Paulo Coelho (slot)
Ik noem nog een aantal zaken en dan pak ik weer de draad op van dat verhaal van aan mijn begin, dat van Paulo Coelho.

Hij schreef over die pianist: “Niemand is naar het winkelcentrum gekomen om naar hem te luisteren”. Ja, ik weet het en dit is misschien wel het moeilijkste punt in het hele verhaal: de omgeving van de kerkmuziek is er niet naar. Je vraagt je af: is er inderdaad sprake van zelfs zoiets als een klimaatsverandering, een diepe cultuuromslag binnen het huidige Christendom, althans binnen het West-Europese deel daarvan? Dan zou zich zoiets aftekenen als wat ik zeer recent verwoord zag in een Duits artikel3 over de veranderingen in het geestelijke klimaat. Het artikel ging over de kerk in Denemarken, maar gaat het misschien ook op voor ons hier op.

Ik duid maar aan, puntsgewijs:

Het klassieke christelijke geloof zag God aan gene zijde.
De nieuwe spiritualiteit ziet God als in ons binnenste wonend.

Wij zijn zondaren, die vergeving nodig hebben.
Dat is nu: wij liepen en lopen aan het leven onze wonden op en we hebben genezing nodig.

Vroeger deed je je plicht. Nu probeer je zelfverwezenlijking te bereiken.
Vroeger was God Heer en Koning, nu wordt Hij je vriend en het leven zelf.

Vroeger vooral: verkondiging van het Woord. Nu meer en meer het mysterie in de eucharistie.

Vroeger was je erop uit om te begrijpen, te verstaan met je verstand. Nu gaat het erom om iets te ervaren.

Voelen is een kernwoord geworden, emotie.

Vroeger draaide het in het geloof om de waarheid, nu is het geloof voornamelijk vertrouwen.

De smalle poort van ooit is nu de uitgebreide arm van God.

Vroeger was het doel van het leven de hemel. Nu is het doel om op aarde te leven.

Vroeger was autoriteit een kwestie van hiërarchie; nu gaat het om de autoriteit van de ervaring.

Vroeger tamelijk starre grenzen, exclusief denken; nu bewegelijke grenzen, inclusief denken.

Vroeger gaf je opdrachten, bevelen, instructies, nu probeer je anderen in staat te stellen.

Ging het vroeger om gehoorzamen, nu om verder te helpen, meevormen aan iets.

De vraag is: is deze omslag zo definitief, dat ook de kerkmuziek voorgoed in een ander klimaat is komen te verkeren, is er geen terugkeer meer mogelijk? Zijn mijn eerste opmerkingen van daarstraks misschien al lang achterhaald, getuigen ze eigenlijk alleen maar van nostalgie?

Ik weet dat allemaal nog niet zo precies. En ik teken aan, dat het niet de eerste keer zou zijn dat het straks allemaal toch weer anders komt te liggen. Ik denk aan het woord van Hendrik Berkhof: een kerk die trouwt met de tijdgeest, is in de kortste tijd weduwe….
En misschien gaat het nog dieper. Mij is al eens opgevallen hoe het kerklied en de kerkmuziek soms een merkwaardig en opvallende bloeiperiode beleefden juist in om zo te zeggen barre tijden. Paul Gerhardt, dit jaar terecht groots herdacht in Duitsland, schreef zijn weergaloze liederen samen met zijn cantores, eerst Johann Crüger en na diens overlijden Ebeling, in en na de Dertigjarige Oorlog, tijd van diepe ellende, pestepidemieën en talloos, ook persoonlijk lijden en verdriet.
En de heropleving van de kerkmuziek in de periode van Distler, Pepping en anderen valt in de periode van de opkomst en de harde werkelijkheid van Hitler-Duitsland.

In elk geval zou ik het zeer de moeite waard vinden, als we over deze vragen niet al te gauw heenstappen. Dáár zou nu eens een bezinning over moeten worden georganiseerd binnen de kerken en dan niet alleen maar hijgerig als met het zoveelste plan van actie, maar echt bezinning, theologisch, muzikaal. Daarvoor zou u vanuit uw organisaties eens moeten aankloppen bij de kerkelijke deuren, bij synodes en bisschoppen, of hoe al die maatgevende gremia ook mogen heten.

Ik maak nog een paar opmerkingen, van geheel andere aard en in een andere richting:

‘Plotseling grijpt ze mijn arm: ’Luister!’ Ik luister.

Dat zei die kenner, die getalenteerde violiste, die de leek, die Coelho is, bij de arme neemt en zegt: ‘Luister’.

Mij dunkt, dat dit een van de diensten kan zijn van de kerkmusicus in het nog altijd vigerende kerkelijk functioneren: bij de arm grijpen, bij de hand nemen, oproepen om te luisteren. Muziek bijbrengen, leren de oren te spitsen, boven- en ondertonen verstaan.
Trouwens: als ik dat zeg: boven- en ondertonen verstaan, dan pleit ik ook heel graag voor de onnavolgbare mogelijkheden van het orgel, hoe traditioneel dat nu ook lijkt te gaan worden, zodat allerwegen gesproken wordt van een crisis. Als één instrument daarvoor geschikt is, dan het orgel wel. De kerken doen er dan ook goed aan die instrumenten te koesteren als grote geschenken vanuit het verleden. Wat zullen we ooit nog eens spijt krijgen als haren op ons hoofd van zoveel sluitingen van kerken met fraaie akoestiek, met prachtige orgels.

Maar terug naar die pedagogische taak van de kerkmusicus. Als er nog maar weinig catechese gegeven zou worden, is zoiets als een cantorijrepetitie catechese bij uitstek. Over gemeentevorming gesproken! Met een dieptewerking vaak voor levenslang. Niet voor niets hebben ouder geworden koor- en cantorijleden moeite met op tijd stoppen: ze doen het zo graag, ze weten bewust of onbewust, dat ze een rijkdom bezitten in het samen zingen. Na jaren weten ze nóg van die ene keer, dat ze dat eigenlijk veel te moeilijke stuk hebben ingestudeerd en hoe het toch is gelukt. En nog weten ze hoe het klonk en hoe de inhoud was van die teksten.

Het zou toch vreemd zijn, dat opeens al die muziek van vóór ons, heel die traditie waarin u met uw werk staat en waarin ook ik en menige collega van me hebben kunnen ademen, opeens zomaar in één keer niet meer zou aanspreken, dat er geen oor meer voor zou zijn, het hart voorgoed gesloten. Dát kan er bij mij niet in.

Nog één keer Coelho, die ook schreef: ‘Hij is nog steeds in gesprek met de engelen van Mozart. Hij heeft evenmin gezien dat hij publiek heeft, twee personen, van wie er een, een getalenteerd violiste, naar hem luistert met tranen in haar ogen’.

Dat, dames en heren kerkmusici, wens ik u toe, in weerwil van veel droef en onzeker makende ervaringen, die innerlijke vreugde, dat in gesprek zijn met de engelen van Mozart, met de componisten, die uw hart hebben.

Misschien mag ik na deze kleine reeks variaties op het thema kerkmuziek aan de hand van het verhaal van Coelho eindigen met een soort slotkoraal, met een liedtekst, die ik ooit heb geschreven ter gelegenheid van het jubileum van een kerkmusicus en die ik koester als een van de liefste teksten, die mij ooit als lieddichter is geworden.
U kunt het aantreffen in de bundel, die van mijn liederen is uitgegeven4, voorzien van een heel fraaie melodie van diezelfde kerkmusicus Jan van Rossem, hier tot mijn vreugde aanwezig!

Waar de lofzang wordt gezongen tegen alle twijfel in, daar vertoont op onze tongen het geloof een nieuw begin want wie zingt met hart en mond vindt in God weer vaste grond.

Waar op wonderbare wijze in muziek het Woord geschiedt uit de diepte wij verrijzen op de vleugels van het lied om opnieuw op God gericht op te varen tot het licht.

Waar het lied in koor gezongen vrolijk wordt gemusiceerd zijn wij tot de diepste bronnen van het leven weergekeerd, tot de eeuwige fontein van een hemelhoog geheim.

Want gaf God zijn grootste gave in zijn Zoon, in vlees en bloed, Hij ‘verleend’ ons van zijn have nog dit ander kostbaar goed, luisterrijk en wonderschoon het geschenk van taal en toon.

Laten wij dan musiceren met wat ons gegeven is aan talenten Hem ter ere van wie ooit geschreven is: Hij die in de hemel woont, op muziek en lofzang troont.

Hans Mudde
Stellingen
KERKMUZIEK
1. Het ambt van kerkmusicus kan in de Kerk niet hoog genoeg gewaardeerd worden. Het draagt in niet geringe mate bij aan de vormgeving én de beleving van het hartsgebeuren van de Kerk: de verkondiging van het Evangelie en de bediening van de Sacramenten.

2. De dienst van de Kerk in de wereld, zoals het diaconaat daaraan gestalte poogt te geven, is uitvloeisel, uitwerking en in die zin vers twee, zoals de liefde voortkomt uit het geloof, liever gezegd: zoals de goede werken voortkomen uit het geloof en niet andersom.

3. De Kerk zou er goed aan doen zich te bezinnen op wat dat is: kerkmuziek. Daaraan behoort aandacht te worden gegeven binnen een discipline als de Praktische Theologie, zoals daarin terecht ook al veel aandacht wordt gegeven aan pastoraat, vorming en toerusting.

4. De vraag dient onderzocht te worden of kerkmuziek en religieuze muziek wel zo dicht bij elkaar liggen als doorgaans wordt verondersteld.

5. De bijdrage van de kerkmusicus aan de opbouw van het gemeenteleven kan vele malen groter worden dan doorgaans het geval is; de kerkmusicus zal dan ook in die hoedanigheid naar behoren moeten worden gehonoreerd, niet anders dan de theologisch tot hun taak opgeleide voorgangers: immers in de eredienst vormen kansel en orgel, liever gezegd: voorganger en kerkmusicus de as van het hele gebeuren.

6. ‘De organist op zijn vaak zo bescheiden verborgen orgelbank is geen minder belangrijke dienaar in de eredienst dan de predikant op zijn zo gevaarlijk zichtbare kansel’ (Regin Prenter, Deens theoloog aan het einde van zijn tweedelige ‘Dogmatik’ uit 1960)

3 Zeitzeichen, Evangelische Kommentare zu Religion und Gesellschaft, 8.Jahrgang Februar 2007, S. 47f.

4 Hans Mudde: Op de wijze van het lied, Boekencentrum, Zoetermeer 2005 (nr. 103).
Ik wil starten met VKB Academy.
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Kantoor der Kerkelijke Goederen
Van Ree accountants
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Van den Heuvel orgelbouw
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis