Tekort kerkmusici dreigt
Geschreven door Vkb Datum: 15-2-2008
De Protestantse Kerk in Nederland
heeft over tien jaar ruim 800
kerkmusici minder dan nu het geval
is, zo meldt het Friesch Dagblad van
5 december 2007. Dat blijkt uit een
onderzoek van het bureau KASKI in
opdracht van de Interkerkelijke
Stichting Opleiding Kerkmuziek
(ISOK), het bureau Kerkmuziek van
de Protestantse Kerk in Nederland
en Kunstfactor, een organisatie voor
amateurmuziek.
Hoewel de daling van het aantal
kerkmusici mogelijk gelijke tred
houdt met de daling van het aantal
kerkleden en kerkgebouwen, zal de
kerk er op moeten letten voldoende
professionele kerkmusici over te
houden om de kwaliteit te kunnen
waarborgen. Volgens de voorzitter
van de ISOK, de heer R. van der
Kluit, is op dit moment de aanwas
van nieuwe kerkmusici onvoldoende.
Vergrijzing
Zowel onder de professionals als
onder de amateurs is sprake van
vergrijzing, zo blijkt uit het rapport
‘Kerkmusici en kerkmuzikale
praktijken’ dat op 4 december 2007
gepresenteerd werd. Van de professionals
is 38 pct. 55 jaar of ouder en
bij de amateurs is dat zelfs 51 pct.
Ook is de aanwas van jonge kerkmusici
gering: één op de zes professionals
en onder de amateurs is onder
de 40 jaar. Een opvallende categorie
kerkmusici zijn de vrouwelijke
professionals. Die zijn gemiddeld 44
jaar en bijna allemaal onder de 55
jaar.
Voor het onderzoek vulden 1184
kerkmusici een vragenlijst in, een
respons van bijna 30 pct. Op basis
van de verzamelde gegevens schat
KASKI dat gemiddeld 3 á 4 organisten
in een kerkelijke gemeente van
de Protestantse Kerk in Nederland
werkzaam zijn. Van de 4.000
kerkmusici zijn er iets minder dan
700 (17 pct.) professional. Als
professional wordt de kerkmusicus
beschouwd die over de bevoegdheidsverklaring
I of II beschikt.
Arbeidsovereenkomst
Een groot deel van de kerkmusici is
werkzaam zonder formele arbeidsovereenkomst.
Van de amateurs (84
pct. zonder overeenkomst) viel dit te
verwachten, aldus KASKI, maar ook
van de professionals heeft ruim de
helft geen formele arbeidsovereenkomst
en valt bijna 75 pct. niet
onder de salarisregeling die in de
Protestantse Kerk in Nederland voor
deze professionals van toepassing is.
De onderzoekers constateren ook
dat veel gemeenten nauwelijks een
beleid voor de kerkmuziek hebben.
Volgens dr. B. Plaisier, scriba van de
PKN, die de presentatie van deze
gegevens bijwoonde, kan het gebrek
aan beleid er gemakkelijk toe leiden
dat gemeenten te weinig investeren
in de kwaliteit van de kerkmuziek.
Dat kan de komende jaren al een
nijpend probleem worden, als de
kerk het nieuwe liedboek gaat
invoeren, aldus het Friesch Dagblad.