Sla de hand aan de ploeg!
Geschreven door R.M. Belder Datum: 16-4-2009
Tijdens de ledenvergadering van de afdeling Utrecht, die op 16 maart 2008 in De Bilt plaatsvond, hield de heer D.G. Bijl een inleiding over het onderwerp “De kerkrentmeester en de nota Veerman — mogelijkheden, spanningsvelden en uitdagingen”. De heer Bijl is lid van de Stuurgroep “Werk in de wijngaard” en voorzitter van de Taakgroep Classicaal Beleid. Deze Taakgroep organiseerde vorig jaar een aantal classicale bijeenkomsten om een helder en duidelijk beeld te krijgen van wat er zich in de plaatselijke gemeenten afspeelt.
Hoofdlijnen
De heer Bijl wees er op dat er met grote verwachting is uitgekeken naar een rapport dat een aantal kernthema’s bevat met als rode draad daarin verweven de toekomst van de kerkelijke gemeenten van de protestantse Kerk in Nederland.
De Stuurgroep, die onder leiding staat van oud-landbouwminister prof.dr. C.P. Veerman, heeft zich met de grote lijnen bezig gehouden, zoals dat ook met de Deltacommissie het geval was, waarvan de heer Veerman ook voorzitter was. De conclusie van deze commissie was het advies aan de regering van: zorg voor budget, maak een Deltawet en benoem een projectmanager.
Dat is ook nu het geval. Het gaat om de grote lijnen om een weg te vinden die ruimte en richting geeft aan een meer eigentijdse manier waarop wordt omgegaan met de (rechts)positie van de predikant. De Stuurgroep bestaat uit zes leden met vijf taakgroepen, die veel werk hebben verzet. Daarbij is veel cijfermateriaal op tafel gekomen en zijn er veel analyses gemaakt. Er zijn voorts gesprekken gevoerd met accountants, artsen, advocaten en notarissen omdat deze beroepsgroepen veel overeenstemming hebben met die van predikanten.
De heer Bijl verwees naar het in 2008 verschenen rapport “De wissel voorbij: het spoor en de bielzen”. Daarin wordt aandacht gevraagd voor de volgende zaken:
• De problemen waarmee kleine gemeenten worstelen over de nieuwe traktementsregeling die bij de
totstandkoming van de protestantse Kerk in Nederland van kracht is geworden.
• Verschillende predikanten ervaren het als een probleem dat ze in een eenzame werkkring werkzaam zijn. Dat kan leiden tot problemen waarvan de gemeente, de predikant en zijn gezin hinder ondervinden, met als noodzakelijk gevolg: de losmaking.
• De positie van de kerkelijk werker die onzeker is en ook op de helling moet.
• Jaarlijks daalt het aantal leden van de Protestantse Kerk in Nederland met zo’n 60.000.
• Volgens de nota van het Religieus Erfgoed die eind 2008 uitkwam, is voorspeld dat er in 10 jaar tijd in de rooms-Katholieke Kerk en de protestantse Kerk in Nederland 1000 kerkgebouwen worden afgestoten of gesloten, ofwel 2 per week.
• Het wordt steeds moeilijker om ambtsdragers en andere vrijwilligers te vinden. Veel jonge mensen die zich weliswaar bij de kerkelijke gemeente betrokken voelen, gaan daarmee wat anders om.
• De plaatselijke geldwerving zal zich nu, als gevolg van de economische recessie, minder gunstig ontwikkelen dan aanvankelijk was voorzien. Nu reeds wordt voorspeld dat 30 pct. van de bevolking dit jaar minder aan fondsen zal geven. Voor wat Kerkbalans 2009 betreft, geeft een eerste peiling aan dat de inkomsten stabiel blijven, dan wel een lichte stijging zullen ondergaan.
Solidariteit
De heer Bijl deelde mee dat deze zeven aandachtspunten besloten lagen in de opdracht van de synode die de Commissie Veerman meekreeg om ervoor te zorgen hieraan richting en ruimte te geven. De commissie ging zoeken om extra middelen te krijgen om een beoogde aanpak in het belang van alle gemeenten gerealiseerd te krijgen. Het eerste voorstel was dan ook om de Solidariteitsbijdrage van € 5 per belijdend lid te verhogen naar € 10 per belijdend lid. Vanzelfsprekend ondervindt een dergelijk voorstel kritiek, maar in relatieve zin stelt het nauwelijks iets voor. Zeker niet wanneer men zich bedenkt dat het gemiddelde gemeentelid 2 à 3 keer per jaar met vakantie gaat. De opdracht van de Commissie Veerman kan het beste vertaald worden in “Bekommer u om de noden van de heiligen”, een opmerking van de apostel paulus.
Bij realisering van deze verhoging naar € 10 per belijdend lid komt er € 9 miljoen per jaar binnen, waarvan € 7 miljoen bestemd is voor de oplossing van de onderhavige problematiek, en € 500.000 voor lutherse projecten. Daarnaast € 2 miljoen voor categoriaal pastoraat, jeugdwerk en migrantenkerken. In deze filosofie past het niet langer dat er subsidie wordt verstrekt om kerkelijke gebouwen in stand te houden, hoe mooi en bijzonder die ook zijn. Het gaat immers om de kerntaken van de gemeente, te weten apostolaat, pastoraat en diaconaat. Die horen centraal te staan en niet het kerkgebouw, want ook in een tent kun je de Heer dienen, aldus de heer Bijl.
Criteria voor subsidie uit Solidariteitskas
Hij wees erop dat het niet vanzelfsprekend is dat elke gemeente zonder meer op externe steun kan rekenen. Primair is de gemeente zelf verantwoordelijk, waarbij men zelf moet nagaan op welke onderdelen er met andere gemeenten kan worden samengewerkt. Nu kan samenwerking tussen gemeenten van verschillende modaliteiten in de praktijk wel eens moeilijk liggen, want al vrij snel vreest men de eigen identiteit te verliezen. Maar er zijn ook andere vormen van samenwerking denkbaar, zoals b.v. met andere gemeenten een goed verzorgd kerkblad uitgeven en ervoor zorgen dat er een actuele website is, waarop de van belang zijnde informatie van de kerkelijke gemeente te vinden is. Of gebruik maken van iemands deskundigheid op het terrein van fondsenwerving, gebouwenbeleid, verzorging van administraties, e.d.
.Voorts is er ook de vraag op welke wijze de eigen predikant samenwerkt met zijn collega-predikanten in de omliggende gemeenten. De voorwaarde is dat deze kleine gemeenten aantoonbaar bezig moeten zijn met hun kerntaken (apostolaat, pastoraat en diaconaat) en samenwerkingsvormen. indien dat het geval is en zij voorts beschikken over een goed doordracht beleidsplan met daaraan gekoppeld een meerjarenprognose, met ontwikkelingen in de gemeente, enz., dan maken zij grote kans in aanmerking te komen voor een subsidie uit de Solidariteitskas.
Wanneer de synode straks het rapport van de Commissie Veerman, al dan niet in wat geamendeerde vorm, aanneemt zal de kerkrentmeester hier straks veel mee te maken krijgen, want zij vervullen hierbij een cruciale rol, zo constateerde de heer Bijl.
Predikant en kerkelijk werker
Ten aanzien van de positie van de predikant deelde de heer Bijl mee dat de laatste jaren er zich zo’n 10 situaties per jaar voordoen, waarbij de predikant van zijn gemeente wordt losgemaakt. Ondanks de goede selectie die de hoorcommissie heeft gedaan, de externe adviezen die men heeft ingewonnen e.d., blijkt in sommige gemeenten de zaak gewoon vast te lopen. De Stuurgroep is dan ook van mening dat het de hoogste tijd is dat het voeren van functioneringsgesprekken verplicht wordt gesteld. Maar al te vaak wordt daarbij gedacht dat het daarbij gaat over het wel of niet goed functioneren van een predikant. Dat is pertinent onjuist: het gaat daarbij om twee partijen, namelijk de gemeente (kerkenraad) en de predikant.
In de toekomst zullen er ook drie traktementsschalen komen die toetsbaar zijn. De Commissie Veerman stelt voor om de predikant die zijn universitaire studie voltooid heeft en toegelaten is tot het ambt te benoemen tot juniorpredikant die slechts voor één jaar aan de gemeente wordt verbonden. Dat jaar wordt als een proefjaar beschouwd, waarbij er een verplichte begeleiding is. Vervolgens vindt er na afloop een gesprek plaats waaraan wordt deelgenomen door de werkbegeleider, de teamleider van circa 20 predikanten en een delegatie van de kerkenraad. Daarbij komen dan zaken aan de orde als: hoe voel je je, welke zaken liggen lastig, wat vind je aantrekkelijk, hoe functioneert de kerkenraad, e.d.
Specialisatie
Zou het gesprek negatief eindigen, dan ligt er een verplichting van de kerk dat de betreffende predikant in of buiten de kerk ander werk krijgt. indien dit gesprek positief uitvalt, volgt een aanstelling voor de langere termijn van 4 tot 6 jaar, mag hij of zij zich basispredikant noemen en schuift deze vervolgens op naar de tweede traktementsschaal, waaraan een verplichte nascholing gekoppeld is.
Daarna wordt volgens de voorstellen van de Commissie Veerman, de predikant in de gelegenheid gesteld zich te specialiseren. De predikant kan zich specialiseren in b.v. een master halen in bestuurskunde of een master halen in liturgie, dogmatiek of theologie. Dat zijn allemaal mogelijkheden die ertoe moeten leiden dat de predikant een werkkring en positie krijgt die veel meer past bij de ontwikkelingen van deze tijd, aldus de heer Bijl.
Het huidige studieverlof vervalt. Aan een doordacht plan voor permanente educatie wordt thans gewerkt. Verder wees de heer Bijl erop dat de kosten voor de opleidingen die horen bij de juniorpredikant en die van de basispredikant door de kerk betaald dienen te worden. Wanneer de predikant een masteropleiding gaat volgen, zal hij daaraan zelf een forse bijdrage moeten betalen. Na het behalen van deze masteropleiding volgt er plaatsing in traktementsschaal 3.
Wisseling met andere predikant
Van elke predikant wordt verwacht dat hij of zij een aantal dagdelen of uren besteedt aan het bovenplaatselijk kerkenwerk (classicaal, regionaal, landelijk). De Commissie Veerman trekt dit nauwer aan, want voordat hij hiermee kan gaan beginnen moet hij expliciet toe-stemming hebben van de kerkenraad.
Het is denkbaar dat de predikant van gemeente A b.v. een middag per week in gemeente B werkzaamheden verricht op een onderdeel (b.v. contact met jongeren), terwijl diens collega daar minder voor geschikt is. Zijn collega kan zich dan in gemeente B, bezighouden met een onderdeel van het ambtswerk waarin hij of zij zich beter in thuis voelt. Deze aanpak is alleen maar bevorderlijk voor de kwaliteit van het werk in de gemeente.
Het gaat er wel om dat zoiets goed wordt georganiseerd, want wanneer we iets willen bereiken, dan betekent dit dat je tevoren de zaak goed geregeld moet hebben. Daarom is het aan te bevelen om de mensen in groepen te plaatsen, groepen van 15 á 20 predikanten die een samenwerkingsverband aangaan. Dat behoeft niet per se vanuit de classis. Dit gebeurt onder leiding van een teamleider (vrijwilliger) die als primus inter pares (de eerste onder zijns gelijken) daarvoor een masteropleiding heeft gevolgd.
Ten aanzien van de bevoegdheden van de kerkelijk werker is de Commissie Veerman van mening dat deze vanaf 1 juli 2009 geen preekconsent meer moet krijgen. De kerkelijk werkers die hierover reeds beschikken, houden deze bevoegdheid. De kerkelijk werker wordt in de gelegenheid gesteld om via een bepaald te volgen traject beginnend predikant te worden. Ook hierbij speelt de kerkrentmeester een belangrijke rol, aldus de heer Bijl.
Classis
Voorts ging de heer Bijl nog in op de rol van de classis die deze beoogde samenwerkingsvorm, zowel tussen predikanten als tussen gemeenten, inhoudelijk en financieel zou kunnen bevorderen. Maar de Stuurgroep heeft geconstateerd dat 90 pct. van het aantal classes te kennen gaf geen extra werk erbij te willen krijgen.
Het werk van de classes zou daarom beperkt moeten blijven tot geloofsgesprekken, omdat het zinvol is dat gemeenten via de classis over allerlei geloofszaken met elkaar in gesprek raken. De Commissie Veerman heeft deze wens vanuit de classes gehonoreerd door voor te stellen het zodanig te regelen dat het een minimum van bestuurlijke bezigheden vanuit de classes vraagt. Het voorstel is dan ook dat de ACV’s (Algemene Classicale Vergaderingen) samen met de brede moderamina van de classes dit project gaan begeleiden, terwijl de classes vanaf een zekere afstand hiernaar kijken.
Tenslotte deelde de heer Bijl mee dat op de synodevergadering van 24 april 2009 het eindrapport van de Commissie Veerman aan de orde komt, dat als passende titel draagt “De hand aan de ploeg”. Wanneer de synode haar werk serieus wil nemen, dan kan zij niet anders dan gaan in de richting zoals die door de Commissie Veerman wordt aangegeven, zo besloot de heer Bijl zijn boeiende inleiding.
De afdeling Utrecht was de eerste waar de heer Bijl tegenover kerkrentmeesters enkele hoofdlijnen uit de binnenkort door de synode te bespreken nota “De hand aan de ploeg” uiteen zette. Deze inleiding hield hij ook voor de afdelingen Drenthe (23 maart) Groningen (26 maart) en Noord-Brabant-West (7 april).
Gedachtewisseling
Uit de discussie, zoals die op 16 maart 2009 in De Bilt gevoerd werd, kan worden afgeleid dat de aanwezigen instemming betuigden met de hoofdlijnen uit het betoog van de heer Bijl zoals dat hierboven verwoord is. Wel waren er enkele vragen bij de uitwerking van een en ander, waarbij er ook gemeenten waren die te kennen gaven hieraan nog niet toe te zijn, maar die wel nut en noodzaak ervan inzagen om nu reeds ruimte en richting te gaan creёren.
Vorig jaar zijn door de Taakgroep Classicaal Beleid verschillende informatiebijeenkomsten belegd waaraan door veel ambtsdragers uit de gemeenten werd deelgenomen. De Taakgroep Classicaal Beleid heeft goed geluisterd naar datgene wat op die bijeenkomsten gezegd werd. Het woord is nu aan de synode. We hebben een reeks van jaren gekend dat er synodale besluiten werden genomen die niet door het grondvlak, de basis, aanvaard werden. Nu ligt er het rapport van de Commissie Veerman dat wat dit betreft een verademing is. De gemeenten mogen van de synode verwachten dat hiermee, met ondersteuning van de Dienstenorganisatie, nu zo spoedig mogelijk aan de slag wordt gegaan, zo besloot de heer Bijl de gedachtewisseling in De Bilt.