Pensioenfonds Samenbinding opgeheven
Geschreven door Th.J. Leene Datum: 15-3-2009
Eind januari verscheen in het dagblad “Trouw” een kleine advertentie waarin werd gemeld dat de Stichting Pensioenfonds Samenbinding in liquidatie is getreden waarbij de rechten en verplichtingen worden overgedragen aan Delta Lloyd Levensverzekering N.V. te Amsterdam.
Het zijn van die advertenties, gezet
in een kleine letter die vrijwel
niemand leest, maar die geplaatst
moeten worden om te voldoen aan
wat wettelijk is voorgeschreven.
Toch is het zo dat het bericht een
besluit markeert waar een hele
geschiedenis aan voorafgegaan is.
Nu is, of beter misschien, was het
pensioenfonds Samenbinding buiten
de kleine kring van deelnemers, vrij
onbekend. Het was één van de
kleine pensioenfondsen waarvan er
tot voor kort en misschien nog
steeds, meer dan 2.000 in ons land
bestonden. Het fonds werd opgericht
in 1954 door de gereformeerde
kerken voor alle werknemers die in
dienst waren van kerken of kerkelijke
instellingen. Vanaf de aanvang
is Samenbinding een pensioenfonds
geweest dat niet alleen open stond
voor leden van de gereformeerde
kerken, maar open stond voor
deelnemers uit alle christelijke
kerken en instellingen. In de praktijk
kwamen de deelnemers toch vooral
uit de gereformeerde kerken. Pas op
18 juni 1957 werd de instellingsbeschikking
goedgekeurd. Ook toen
maalden de ambtelijke molens
kennelijk langzaam..
In het algemeen is het zo dat in de
vorige eeuw de behoefte aan een
goede oudedagsvoorziening
geleidelijk aan groeide. Voor vaste
werknemers in de grote bedrijven
waren er wel regelingen en ook voor
werknemers bij de overheid bestond er wel een pensioenvoorziening,
maar het was nog lang niet algemeen.
In 1919 kwam er een Vrijwillige
Ouderdomsvoorziening tot
stand waarin de overheid op
vrijwillige basis inspeelde op werkgevers,
werknemers en zelfstandigen,
ook de ‘losse krachten’ die
buiten de bestaande regelingen
vielen, maar waardoor toch op deze
manier een bodemvoorziening
getroffen kon worden..
Pas na de Tweede Wereldoorlog
werd de pensioenvoorziening een
actueel onderwerp en werden er
allerlei fondsen opgericht om voor
de mensen in een dienstbetrekking
tot een redelijke oudedagsvoorziening
te komen.
Een algemene verplichting om een
pensioenvoorziening te treffen voor
de werknemers was er toen niet en
is er nog steeds niet. Wel werd
steeds meer in arbeidsovereenkomsten
een pensioenvoorziening
verplicht gesteld. Voor de werknemers
bij de gereformeerde kerken
werd in 1954 het pensioenfonds
“Samenbinding” opgericht. De naam
van het fonds was ontleend aan een
tekst uit Zacharia 11. De kerken en
instellingen werden aangemoedigd
om zich bij het fonds aan te sluiten,
op vrijwillige basis. Elke instelling en
elke afzonderlijke kerkelijke
gemeente kon hierover zelfstandig
een besluit nemen.
Er waren een behoorlijk aantal
kerken en instellingen die zich
aansloten en in de loop van de
zestiger jaren was het aantal
deelnemers gestegen tot boven de
900. In 1967 kwam daar verandering
in. De deelnemers die afkomstig
waren uit instellingen, werkzaam
bijvoorbeeld in verzorgingshuizen
en in de gezinsverzorging, konden
gebruik maken van de mogelijkheid
om hun pensioenvoorziening onder
te brengen bij het PGGM, ook toen
al een groot pensioenfonds, dat ooit
ook vanuit kerkelijke instellingen
was opgericht.
Velen maakten hiervan gebruik,
maar voor de kosters, die werkzaam
waren in de kerken, was die mogelijkheid
er helaas niet.
Het vertrek van zoveel deelnemers
was voor het fonds Samenbinding
een behoorlijke aderlating. Het
aantal deelnemers liep terug tot
slechts enkele honderden, en vanaf
die tijd liep het aantal langzaam
verder terug. Het fonds was op zich
uitstekend, de uitvoering van de
pensioenregeling was ondergebracht
bij Delta Lloyd, en in de loop
van de jaren werd de pensioenvoorziening
ook aangepast en verder
ontwikkeld, maar de premie was en
bleef vrij hoog en de middelen
ontbraken om het bijvoorbeeld
mogelijk te maken met vervroegd
pensioen te kunnen gaan.
Wel ging het fonds met de tijd mee.
Per 1 januari 1995 werd overgegaan
van een regeling gebaseerd op een
beschikbaar premiestelsel naar een
eindloonregeling, in navolging van
vele andere pensioenfondsen.
In de arbeidsvoorwaardenregeling
voor de kosters werd opname in de
pensioenvoorziening verplicht
gesteld, maar niet alle kerkelijke
gemeenten voelden zich verplicht
om zich aan de arbeidsvoorwaardenregeling
te houden. Gelukkig is daar
in de loop van de jaren ook verbetering
in gekomen en nu is het een
normale zaak dat de landelijk
geldende arbeidsovereenkomst
wordt gehanteerd. Zeker na de fusie
van de kerken in 2004, toen de
arbeidsvoorwaardenregeling
gewoon deel ging uitmaken van de
arbeidsvoorwaardenregeling van de
Protestantse Kerk in Nederland.
De terugloop van de kerkelijke
betrokkenheid had zijn gevolgen,
ook voor de kosters. Als een koster
met pensioen ging, werd de opvolger
dikwijls een parttimer, of er
werd geen betaalde kracht meer
aangenomen maar werden de
kosterstaken uitgevoerd door een of
meer vrijwilligers.
Als gevolg daarvan nam het aantal
deelnemers aan het pensioenfonds
Samenbinding langzaam verder af.
Deze ontwikkeling had geen invloed
op de algemene kosten waar een
pensioenfonds mee te maken heeft.
Ook als het aantal deelnemers terugloopt,
blijven die kosten op ongeveer
hetzelfde peil. Het werd
noodzakelijk om te trachten een
steviger basis voor het pensioenfonds
te vinden en dat werd bereikt
doordat het gehele bestand aan
deelnemers per 1 september 2005 op
grond van een verplichtstelling door
de minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid is overgegaan
naar het PGGM, momenteel Pensioenfonds
Zorg & Welzijn geheten.
De afwikkeling van het pensioenfonds
Samenbinding nam nog
enkele jaren in beslag, maar het
fonds in nu formeel ‘in liquidatie’.
De pensioenvoorziening van zowel
gepensioneerden als van de ouddeelnemers
aan Samenbinding is
gegarandeerd. Er is wel een eind
gekomen aan het bestaan van een
pensioenfonds dat gedurende een
halve eeuw een belangrijke taak
heeft vervuld: de zorg voor de
oudedagvoorziening van een groot
aantal mensen die zich gedurende
een groot aantal jaren hun beste
krachten hebben gegeven aan het
werk in onze kerkelijke gemeenten.
De heer Leene was voorzitter van
het bestuur van het pensioenfonds
Samenbinding.