Jaarverslag raad voor de plaatselijke geldwerving - 2
Geschreven door M.G.R. Barendrecht Datum: 15-4-2006
ARBO-zaken in onze gemeenten
Regelmatig worden er aan ons bureau vragen gesteld
over zaken die direct dan wel indirect te maken hebben
met de regelgeving inzake de Arbeidsomstandighedenwet.
Omdat ook andere colleges van kerkrentmeesters
hiermee hun voordeel kunnen doen, geven wij de
betreffende adviezen hierbij graag door.
Rookbeleid
Sedert 1 januari 2004 is er het recht op een rookvrije
ruimte. Dit geldt zowel voor de werkplek, als in vergaderruimten,
wachtkamers, de hallen en trappenhuizen.
De wetgever heeft enkele uitzonderingen toegestaan en
wel in de voor het publiek bestemde delen van horecainrichtingen,
alsmede in de voor publiek bestemde horecadelen
van inrichtingen voor podiumkunsten, tabakszaken,
als privé aan te merken ruimten, speciale afgesloten
rookruimten en de openlucht. Voor de kerken is het niet
gebruikelijk dat er in de kerkruimten wordt gerookt, dus
daarvoor behoeven geen extra maatregelen te worden
genomen.
Anders is het als het gaat om de vergaderruimten, waar
catechisaties en kerkelijke vergaderingen plaats vinden.
In deze ruimten geldt dus met nadruk de nieuwe wetgeving.
Het komt er in de praktijk op neer dat de kerkenraad, of
wanneer dat gedelegeerd is aan het college van kerkrentmeesters,
besluit dat het kerkgebouw als een rookvrije
ruimte wordt aangemerkt.
Daarnaast mag er, doch dat is niet verplicht, een rokersruimte
worden gecreëerd, of wel een ruimte met een
zeer goede ventilatie, waardoor er voor de rest van het
gebouw geen rookhinder kan ontstaan.
Wanneer er binnen de zaalruimten van het kerkgebouw
sprake is van een horecainstelling, dan zijn er afwijkende
bepalingen mogelijk. Omdat er soms sprake kan zijn van
nogal verschillende situaties, zijn daar geen uniforme
richtlijnen voor te geven. In deze gevallen kan advies
worden gevraagd bij de roken infolijn van STIVORO
0900-9390.
Aansprakelijkheid van de BVH-er
Hoe is het gesteld met de wettelijke aansprakelijkheid
van de bedrijfshulpverlener (BHV-er)? Ook organisaties
als het Nederlandse Rode Kruis en de EHBO-verenigingen
worden met dergelijke vragen inzake de (wettelijke)
aansprakelijk geconfronteerd.
Dit wordt veroorzaakt door het toenemen van de
"claimcultuur" , zoals die in bijvoorbeeld de Verenigde
Staten al heel lang bestaat en soms wel, qua bedragen,
bijzondere vormen gaat aannemen.
ARBO-zaken in onze gemeenten
M.G.R. Barendrecht
Jaarverslag raad voor de plaatselijke geldwerving - 2
Vaak wordt gesteld dat deze toename van claims mede
veroorzaakt wordt door het minder worden van de
diverse sociale uitkeringen. Dit laatste heeft gevolgen
voor de financiële positie van een "slachtoffer" bij een
calamiteit. Vooral wanneer er ook maar een geringe
aanwijzing is dat de hulpverlening niet adequaat heeft
plaats gevonden. En daar zit niemand op te
wachten.Teneinde claims zoveel mogelijk te voorkomen,
raden wij u het volgende aan:
* Zorg voor goed opgeleide EHBO-ers, die hun diploma
via een EHBO-vereniging c.q. via het bedrijf, waar zij
overdag werkzaam zijn, ook officieel laten verlengen;
* Zorg dat er regelmatig wordt geoefend;
* Geef goede instructies aan de EHBO-er over het tijdig
alarmeren en inschakelen van de professionele hulpverlening,
bijv. de arts en/of de ambulance dienst. Dit
is van groot belang.
* Zorg ook voor goed opgeleide vervangers, met geldige
diploma's en geoefendheid.
Het spreekt bijna vanzelf dat een goede w.a.-verzekering
een "must" is, ook al zijn alle voorzorgsmaatregelen
genomen. Daarvoor kan men terecht bij de Vereniging
voor Kerkrentmeesterlijk Beheer, die “op maat” gemaakte
polissen kan aanbieden.
Mocht er een claim van iemand komen, dan is het van
het grootste belang dat de (kerkelijke) gemeente kan
aantonen dat zij al het mogelijke heeft gedaan om de
benodigde hulp te verlenen en dat haar derhalve geen
nalatigheden is te verwijten.
Immers wanneer er geen adequate hulp wordt verleend,
omdat er bijv. geen hulpverleners beschikbaar zijn, kan
de kerkelijke gemeente aansprakelijk blijken, omdat zij
nalatig is geweest.
Gebruik van een AED-apparaat
Bij bewusteloosheid zal men als ervaren EHBO-er eerst
moeten controleren of er nog ademhaling en een hartslag
is. Afhankelijk van de uitkomst hiervan moet de
reguliere mond op mondbeademing, dan wel de hartmassage
of moeten wellicht beide worden toegepast.
Hierbij geldt, zoals hiervoor is aangegeven, dat deze
handeling door een ervaren en gediplomeerde hulpverlener
worden gedaan. Wanneer dit op een correcte wijze
wordt gedaan is er m.i. geen probleem t.a.v. eventuele
aansprakelijkheid.
De ontwikkelingen op EHBO- en reanimatieterrein staan
niet stil. Er is een AED-apparaat ontwikkeld. Deze afkorting staat voor Automatische Externe Defibrilator. Over
het gebruik ervan bestaan in de medische wereld nog
verschillende meningen. Voorstanders stellen dat een
dergelijk apparaat voor EHBO-ers, mits zij een korte
aanvullende cursus hebben gevolgd, een goede aanvulling
is op de mogelijkheden voor het verrichten van de
z.g. levensreddende handelingen.
Een aantal artsen is het hiermee niet eens.
Er wordt over gestudeerd om brandweerauto's met dergelijke
apparatuur uit te rusten en zonodig ook een
deel van het brandweer personeel hiervoor op te leiden.
Het voordeel om de brandweer met dergelijke apparatuur
uit te rusten, is wel dat die veelal eerder ter plaatse
is dan de ambulance. Het apparaat is dan ook te gebruiken
door een mogelijk aanwezige arts.
De portee is duidelijk: dergelijke apparatuur dient door
opgeleide en ervaren mensen bediend te worden.
De heer Barendrecht is lid van het hoofdbestuur van de
VKB en deskundig op het gebied van ARBO-zaken.