Nieuwe handreiking Brandveiligheid en ontruiming
Geschreven door R.M. Belder Datum: 5-6-2009
De VKB heeft onlangs haar handreiking “Brandveiligheid en ontruiming van kerkelijke gebouwen” geactualiseerd op grond van de herziene regelgeving.
Onder verantwoordelijkheid van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) werd eind mei 2004 een boek over de veiligheid in kerkelijke gebouwen uitgegeven, dat vervolgens aan alle colleges van kerkrentmeesters is toegezonden.
Ook voor kerkelijke gebouwen is volgens de ARBO-wetgeving een veiligheidsplan vereist. Voor de wet- en regelgeving is het bouwbesluit van toepassing. Hierin is duidelijk onderscheid met betrekking tot bestaande bouw en nieuwbouw. Voor monumenten heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de vroegere RACM, informatiebladen beschikbaar.
ARBO en BHV
Bedrijfshulpverlening (BHV) is een maatregel die met name getroffen is voor bedrijfsruimten (kantoren, fabrieken, e.d.) met de daarbij behorende bemensing van de organisatie. Voor kerkgebouwen is er sprake van een soms gedeeltelijk afwijkende situatie, omdat daar sprake is van een relatief groot aantal bezoekers gedurende korte tijd. Voor kerken geldt dat er naar analogie van de BHV-regeling adequate maatregelen kunnen worden genomen.
Eigenaren van kerkelijke gebouwen hebben de verplichting een risico-inventarisatie en –evaluatie op te stellen in verband met de veiligheid van bezoekers, vrijwilligers en personeel in het kerkgebouw. Een voorbeeld voor een risico-inventarisatie en -evaluatie is op aanvraag verkrijgbaar bij het Centraal Bureau van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer te Dordrecht.
Voldoet men hieraan niet, dan kan men bij controle door de Arbeidsinspectie met een forse boete geconfronteerd worden. Hierbij moet gedacht worden aan het verlenen van eerste hulp, het voorkomen en bestrijden van een begin van brand, het waarschuwen van de betreffende hulpdiensten en ingeval van ontruiming het meewerken aan het zoveel mogelijk op ordelijke wijze ontruimen van het gebouw.
Belangrijk is dat er enkele medewerkers, zoals de kosters, beheerders en diens vervangers, voor deze taken zijn geïnstrueerd. Om de kosten die aan een dergelijke opleiding zijn verbonden, zo laag mogelijk te houden, verdient het aanbeveling om ook enkele gemeenteleden, die via hun dagelijkse werkzaamheden al over dergelijke opleidingen beschikken, hierbij zoveel mogelijk in te schakelen. Het is wel noodzakelijk dat de opleiding regelmatig wordt herhaald.