Overheid moet meer contact maken met religieuze genootschappen
Geschreven door Vkb Datum: 15-2-2009
De verhouding tussen overheid en godsdienst staat in het brandpunt van de maatschappelijke en politieke belangstelling. Klassieke principes zoals scheiding van kerk en staat en vrijheid van godsdienst worden door iedereen gedeeld, maar lijken geen houvast meer te bieden voor de toekomst.
Universitair hoofddocent
van de Universiteit van Tilburg en
Eerste Kamerlid mevr. mr. dr. S.C. van
Bijsterveld biedt in haar boek
‘Overheid en godsdienst’ een nieuwe
oriëntatie voor de omgang van de
overheid met godsdiensten. Ze doet
daarvoor concrete aanbevelingen,
zoals om meer samen te werken met
religieuze genootschappen en niet
te snel te grijpen naar regels.
Mevrouw Van Bijsterveld hield op
het VKB-Congres op 19 april 2008
een inleiding onder de titel “Religieus
cultureel erfgoed — een gezamenlijke
verantwoordelijkheid van
kerk, overheid en samenleving”.
Herijking
Mevr. Van Bijsterveld laat in haar
boek ‘Overheid en Godsdienst.
Herijking van een onderlinge relatie’
zien dat de heersende kijk op de
verhouding van de overheid tot
godsdienst de afgelopen decennia
veel te eenzijdig is geweest. Godsdienst
werd als louter privézaak
gezien en afzijdigheid van de
overheid was het daarbij passende
sleutelwoord. Actuele discussies
worden vaak nog vanuit dit beeld
gevoerd. Maar godsdienst heeft
naast persoonlijke, ook maatschappelijke
en publieke kanten. Zo is
godsdienst een belangrijke zingevende
en samenbindende factor in
onze samenleving.
De erkenning daarvan door de
overheid is van belang bij het kiezen
van een juiste opstelling. Het kan
daarbij gaan om de vraag of de
overheid de bouw van gebedsruimten
mag steunen of welke loyaliteit
zij van godsdiensten mag eisen.
Maar ook over de vraag welke
ruimte er moet zijn voor controversiële
uitingen over het geloof of in
welke mate godsdiensten vandaag
de dag gelijk behandeld moeten
worden.
Meer betrokkenheid
In plaats van een overheersende
nadruk op afzijdigheid, is meer
betrokkenheid nodig. Regelmatig en
goed contact met (kerk)genootschappen
en religieuze stromingen
in hun diversiteit is voor de overheid
van belang, zowel op nationaal als
lokaal niveau. Daarbij hoort ook een
minder krampachtige houding voor
financiële betrekkingen met genootschappen,
zoals voor het in stand
houden van gebouwen of voor
geestelijke zorg. Een beroep op
scheiding van kerk en staat is vaak
een onberedeneerde dooddoener,
vindt mevr. Van Bijsterveld.
Omdat de stromingen onderling
verschillen en de overheid hen meer
dan voorheen op uiteenlopende
manieren ‘tegenkomt’ zal de
onderlinge verhouding in de
toekomst ook meer gekenmerkt
moeten worden door differentiatie
dan door eenvormigheid. Allerlei
incidenten rond controversiële
meningsuitingen over godsdienst
trekken snel veel aandacht in de
media. In de discussie over de
betekenis die de strafwet hier heeft,
moet bedacht worden dat de
strafwet geen effectief sturingsmiddel
is voor de maatschappelijke
processen waarom het hier gaat.
Presentatie
Mevr. mr. dr. S.C. van Bijsterveld
(1960) is hoofddocent aan de
universiteit van Tilburg. Zij studeerde
Nederlands Recht te Utrecht
(1977-1983) en promoveerde in 1988
in Tilburg op de verhouding tussen
kerk en staat. Sinds juni 2007 is zij lid
van de Eerste Kamer voor het CDA.
Haar boek ‘Overheid en Godsdienst.
Herijking van een onderlinge relatie’
is op 23 januari in Den Haag officieel
overhandigd aan minister Hirsch
Ballin van Justitie.
Het is verschenen
bij Uitgeverij Wolf Legal Publishers,
tel. 013 - 582 13 66.