Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB)
Kerk C
Kerk B
Kerk ABCD
Login


Wachtwoord vergeten
Auto inloggen
De plaats van de ouderling-kerkrentmeester
Geschreven door Vkb   Datum: 15-4-2006


In het blad “De Waarheidsvriend” van 16 februari 2006 geeft dr. P. van den Heuvel, oud-lid van de Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden, zijn visie op de plaats van de ouderling-kerkrentmeester. Omdat ook onze Vereniging regelmatig vragen over dit onderwerp krijgt voorgelegd, nemen wij het artikel in zijn geheel over.
Dr. Van den Heuvel: “Geregeld komen er vragen met betrekking tot de plaats van de ouderlingen-kerkrentmeester in relatie tot de andere ouderlingen. Waar staat eigenlijk in de kerkorde dat een aparte verkiezing van ouderlingen-kerkrentmeester nodig is? Is het niet mogelijk dat de kerkenraad één of meer pastorale ouderlingen aanwijst om de taak van de ouderling-kerkrentmeester op zich te nemen? De kerkorde spreekt zelf immers van ‘aanwijzen’: ouderlingen-kerkrentmeester zijn ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester voor de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente (ord. 3-10-1)?

Een vraag die daarmee verband houdt is: kan een ouderling- kerkrentmeester ‘overstappen’ naar de plaats van een ouderling of omgekeerd? Of is dan een nieuwe verkiezing nodig, gaat er een nieuwe ambtstermijn in en moet er in zo’n geval een nieuwe bevestiging in het ambt plaatsvinden?
Geen vierde ambt
In de discussie over de ouderling-kerkrentmeester is, net als in de situatie van de voormalige ouderling-kerkvoogd, altijd als uitgangspunt gekozen dat het daarin niet gaat om een vierde ambt. We kennen in de kerkorde van de Protestantse Kerk drie ambten: dat van predikant, van ouderling en van diaken. Ook al zijn we ons er van bewust dat er in het Nieuwe Testament sprake is van een grotere verscheidenheid van ambten en diensten, is er voor gekozen aan te sluiten bij de drie ambten die in de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden genoemd. De ouderlingen-kerkrentmeester worden dus in de eerste plaats beschouwd als gewone ouderlingen. Vandaar dat er in het artikel over de verkiezing van ouderlingen en diakenen (ord. 3-6) geen aparte bepalingen zijn opgenomen voor de verkiezing van ouderling-kerkrentmeester. Ze worden op dezelfde manier als de andere ouderlingen in hun ambt gekozen door de gemeente.

De ouderlingen-kerkrentmeester delen in de gewone taken van de andere ouderlingen: de zorg voor de gemeente als gemeenschap, het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten, de herderlijke zorg en het opzicht en de toerusting van de gemeente (art. V-3 en ord. 3-10-1). Aan hen wordt daarnaast — als extra taken — toevertrouwd de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden en de zorg voor de registers van de gemeente (art. V-3 en ord. 3-10-2). De kerkorde gebruikt daarbij steeds het woord “bovendien”. Omdat de ouderlingenkerkrentmeester daarmee wel erg zwaar worden belast, geeft ord. 11-2-7 de mogelijkheid (maar niet de verplichting!) hen vrij te stellen van de toerusting en de herderlijke zorg.
In het bijzonder daartoe aangewezen
Ik moet allereerst het misverstand uit de weg ruimen dat iemand door de kerkenraad kan worden ‘aangewezen’- als ouderling-kerkrentmeester. De kerkenraad heeft wel de taak om de kerkrentmeesters die geen ouderling zijn, te benoemen, aldus ord. 11-2-3. Als het een wijkgemeente betreft, worden zij benoemd door de wijkkerkenraad. Daar komt geen verkiezing door de gemeente aan te pas. Ze worden na hun benoeming wel voorgedragen aan de gemeente die — achteraf bezwaar — kan maken tegen de benoeming (ord. 11-2-4).
Maar de ouderlingen-kerkrentmeester worden niet aangewezen door de kerkenraad; zij worden rechtstreeks gekozen door de gemeente.

Als de kerkorde spreekt van ouderlingen die in het bijzonder zijn aangewezen tot kerkrentmeester (b.v. in ord. 3-10-2) wordt daarmee bedoeld dat zij kerkordelijk de taak van kerkrentmeester hebben verkregen. De uitdrukking stamt uit de hervormde kerkorde, die sinds 1951 spreekt van in het bijzonder daartoe door de gemeente (!) aangewezen ouderlingen die als kerkvoogden belast zijn met de zorg voor de stoffelijke zaken van de gemeente (ord. 14-4-1 HKO). In diezelfde kerkorde werd in ord. 3 in het hoofdstuk over de verkiezing en bevestiging van ouderlingen en diakenen aangegeven hoe de verkiezing van een kerkvoogd tot stand kwam. Het aangewezen zijn is dus niet bedoeld als tegenstelling tot het verkozen zijn.
Op grond hiervan mogen we concluderen dat de ouderlingen- kerkrentmeester door de gemeente als zodanig gekozen worden.
Toch een aparte plaats
Want al worden de ouderlingen-kerkrentmeester als volwaardige ouderlingen beschouwd, dat wil niet zeggen dat de plaats van een ‘gewone’ ouderling en die van een ouderling-kerkrentmeester zo maar uitwisselbaar zijn. Dat wordt op verschillende plaatsen in de kerkorde zichtbaar. Allereerst in de samenstelling van de kerkenraad. Daarin behoren naast de predikant, de ouderlingen en de diakenen tenminste twee ouderlingen die tevens kerkrentmeester zijn aanwezig te zijn (ord. 4-6-3). Ze behoren dan ook in het rooster van aftreden (ord. 3-7-4) een eigen plaats in te nemen.
De ouderling-kerkrentmeester heeft in het moderamen van de kerkenraad een eigen plaats, naast een andere ouderling ( ord. 4-8-2). In de afvaardiging naar de meerdere vergaderingen is steeds voorgeschreven dat er naast de andere ouderlingen ook een evenwichtig aantal ouderlingen-kerkrentmeester van deze vergaderingen en hun brede moderamina deel uitmaken (ord. 4- 14-3, 4-16-5, 4-19-2, 4-25-3 en 4-27-4). Dat alles onderstreept de eigen plaats van de ouderling-kerkrentmeester binnen de ambtelijke vergaderingen, met eigen ambtelijke bevoegdheden (zie daarvoor vooral ord. 11).

Is daarmee dan toch niet ongemerkt een vierde ambt geïntroduceerd? Dat is naar mijn overtuiging niet het geval. Er is binnen het ambt van predikant sprake van onderscheid in ambtelijke werkzaamheden (ord. 3-15). Naast de predikanten voor gewone werkzaamheden kent de kerkorde predikanten in algemene dienst en predikanten met een bijzondere opdracht. Er zijn zendingspredikanten en predikanten-geestelijk verzorger. Toch zijn zij allen voluit predikant, al worden zij niet altijd op dezelfde wijze verkozen en beroepen en hebben ze niet altijd dezelfde bevoegdheden.

Zo kunnen we ook in het ambt van ouderling onderscheid maken in ambtelijke werkzaamheden. De ouderlingen voor gewone werkzaamheden en de ouderlingen- kerkrentmeester hebben elk een eigen plaats en zijn toch beiden voluit ouderling. Ze worden elk in hun eigen positie als zodanig gekozen en bevestigd. Ze kunnen niet zo maar van de ene plaats naar de andere overgeplaatst worden zonder verkiezing en bevestiging”, aldus het artikel van ds. Van den Heuvel in “De Waarheidsvriend”.
Ik wil starten met VKB Academy.
Van Ree accountants
Van den Heuvel orgelbouw
U heeft geen Flash player geinstalleerd. Klik hier om deze te downloaden.
Stichting Kerkelijk Geldbeheer
Kantoor der Kerkelijke Goederen
© Copyright 2012 VKB - Webdesign: Wendrich Reclame - Realisatie: BLiS & Quercis