DE POSITIE VAN HET COLLEGE VAN KERKRENTMEESTERS IN DE KERKENRAAD
Geschreven door Datum: 15-6-2005
Als tweede inleider kreeg dr. P. van den Heuvel het woord. Hij begon zijn inleiding met een bekend oudhollands versje “Iene miene mutte,
tien pond grutten, tien pond kaas, iene miene mutte is de baas. “Ik ben de baas” zo stelde ds. Van den Heuvel wijzende naar zichzelf. Vaak
gaat het in de kerk om de vraag wie het voor het zeggen heeft. Is dat de kerkenraad of is dat het college van kerkrentmeesters?
In de oude situatie vóór 1951 was
het in de Nederlandse Hervormde
Kerk zo dat kerkvoogden de baas
over het geld waren. In de
Gereformeerde Kerken in
Nederland daarentegen, en dat was
ook in de Evangelisch-Lutherse Kerk
in het Koninkrijk der Nederlanden
zo, was het de kerkenraad die de
dienst uitmaakte. Een commissie
van beheer (gereformeerd) en een
college van kerkrentmeesters (evangelisch-
luthers) waren uitvoerders
van datgene wat de kerkenraad
besloten had.
Vanaf 1951 - 2004 waren in de hervormde
situatie kerkenraad en college
van kerkvoogden samen verantwoordelijk.
Zij hielden elkaar in
evenwicht, omdat financiële zaken
‘in overleg met’ moesten worden
vastgesteld.
Vanaf 1 mei 2004, toen de
Protestantse Kerk in Nederland er
was, was er tevoren ook weer naar
een goed evenwicht gezocht, maar
de positie van de kerkenraad iets is
opgewaardeerd. Dat wil overigens
niet zeggen dat het college van
kerkrentmeesters veroordeeld is tot
lijdelijk toezien. Het college kan bij
het RCBB om bemiddeling vragen
en wanneer de kerkenraad toch aan
zijn eind vasthoudt, kan het college
van kerkrentmeesters bezwaar aantekenen.
Het uitgangspunt in de huidige
kerkorde is, dat het een ‘kerkelijk
poldermodel’ toepast, namelijk dat
men er samen uit moet komen. Uit
de act die opgevoerd was, leidde
ds. Van den Heuvel af dat men in
de protestantse gemeente te
Grijsoord niet alle mogelijkheden
benut heeft om samen tot overeenstemming
te komen. Want pastorale
zorg is ook een aangelegenheid
van het college van kerkrentmeesters
en een kerkenraad kan
een begroting, die met zorg door
het college van kerkrentmeesters is
opgesteld, niet zonder meer naast
zich neerleggen. De kerkenraad
maakt een flinke uitglijder, maar
dat doet ook het college van kerkrentmeesters
van Grijsoord dat
geheel ten onrechte een beroep
wenst te doen op de diaconale
middelen.
De uitgangspunten van een begroting
zijn het vastgestelde beleidsplan
en verzoeken die vervolgens
uit de kerkenraad kunnen komen.
Wanneer een dergelijk verzoek, als
in het geval van Grijsoord, niet
wordt gehonoreerd, dan kan dit
alleen op financiële gronden, namelijk
op basis van de eigen verantwoordelijkheid,
zo besloot dr. Van
den Heuvel zijn inleiding.