HET TOEZIEN
Geschreven door Vkb Datum: 15-6-2005
Als derde en laatste spreker kreeg de heer drs. P.A. van Genderen RA het woord die op een aantal beheersaspecten van de kerkrentmeesters wees in het kader van het toezien door het Regionaal College voor de Behandeling van Beheerszaken (RCBB).
De heer Van Genderen wees er op
dat de samenstellers van de kerkorde
blijkbaar wat beducht waren
voor het woord “toezicht” dat
afgezwakt is in “toezien”, dat toekijken
of bewaren betekent. Vanuit
die tweede betekenis probeert het
RCBB zijn taak te verrichten.
De huidige kerkorde is een werkbaar
compromis waarin een beperkte
vorm van bovenplaatselijk toezien
samengaat met een zware rol
van de kerkenraad. Verder kent de
kerkorde verschillende zaken waarbij
gemeenteleden moeten worden
geraadpleegd. Het RCBB is één van
de ambtelijke organen die ressorteren
onder een algemene classicale
vergadering (ACV), waarvan onze
kerk er negen kent. De RCBB’s hebben
qua kerkelijke en maatschappelijke
ervaring van de leden een
gemengde samenstelling, want zij
zien toe op zowel het diaconaal als
het kerkrentmeesterlijk beheer. De
advisering over beheerszaken ligt
bij de provinciale dienstencentra
(PDC’s) die tevens ondersteunend
zijn aan het werk van de RCBB’s.
Het doel van het toezien is te voorkomen
dat er zich calamiteiten in
de gemeenten voordoen, dat er
meegedacht wordt over de continuïteit
in de gemeenten en dat geholpen
wordt bij zorgvuldig beheer.
Het RCBB probeert dit te bereiken
door het stimuleren van de uniformiteit
in rapportage en controle,
het beoordelen van stukken, het
verlenen van voorafgaande toestemming
bij een viertal beheersdaden,
de betrokkenheid bij bepaalde
situaties, zoals arbitrage en de toetsing
van de solvabiliteit bij het
beroepingswerk.
De heer Van Genderen wijst er op
dat, na één jaar ervaring van werken
met de kerkorde van de
Protestantse Kerk in Nederland, de strekking van ordinantie 11 nog
niet goed bekend is; dat de colleges
van kerkrentmeesters van gereformeerde
kerken traag zijn in het
inzenden van hun stukken (voor
Zuid-Holland zond slechts 1/3 de
vereiste stukken tijdig in) en dat
colleges van kerkrentmeesters van
hervormde gemeenten nogal eens
onnodig aan het RCBB toestemming
vragen voor het verrichten van
bepaalde beheersdaden.
Tenslotte constateert de heer Van
Genderen dat het huidige toezien
een goede mix is tussen plaatselijke
verantwoordelijkheid en gezamenlijke
bewaking van de continuïteit
van de gemeenten; het huidige toezien
is minder zwaar dan bij de
overheid en het bedrijfsleven. Maar
wanneer de plaatselijke bestuurskracht
gaat afnemen, zoals in
bepaalde gemeenten reeds merkbaar
is, dan zal deze lichte vorm
van toezien brokken niet kunnen
voorkomen, aldus de heer Van
Genderen.
De hierna volgende forumdiscussie,
alsmede een samenvatting van het
huishoudelijk gedeelte van de algemene
vergadering, worden opgenomen
in het volgende nummer van
“Kerkbeheer”.