Lijnen trekken om voluit kerk te zijn
Geschreven door vkbadmin Datum: 15-7-2008
Op maandag 9 juni jl. vond op het Protestants Landelijk
Dienstencentrum te Utrecht de presentatie plaats van de
discussienota “Een protestantse visie op het kerkgebouw”.
Na een korte uiteenzetting over de aanleiding
van deze nota door mr. J. Broekhuizen, gaven de beide
auteurs, dr. A. van der Lingen en ds. J.H. Uytenbogaardteen,
toelichting hierop.
Voorzitter VKB in reactie op discussienota :
In de nota wordt zwaar getild aan het feit dat kerken
door hun gebruik wel apart gestelde ruimten zijn met
een uitstraling naar de wereld. Vooral wanneer een
kerkelijke gemeente zich genoodzaakt ziet een gebouw
aan de eredienst te onttrekken, is het belangrijk wat er
daarna met het gebouw gaat gebeuren.
Na deze toelichting van de auteurs gaf de voorzitter van
de VKB, de heer mr. P.A. de Lange, op deze discussienota
de volgende reactie.
Grote veranderingen
“Onze leden, de plaatselijke gemeenten in de Protestantse
Kerk in Nederland, worden in toenemende mate met
enorm grote veranderingen op diverse gebieden geconfronteerd”,
zo begon de heer De Lange. Als voorbeelden
noemde hij de sterk toegenomen en telkens veranderende
regeldruk op het gebied van gebruik en beheer, de
complexiteit van subsidieregelingen, de versnippering
van taken en bevoegdheden tussen overheden en
instanties, het ontbreken van centrale aanspreekpunten
en centraal beleid en het teruglopen van geldstromen en
vrijwilligers.
Het kerkrentmeesterlijk beheer van een kerkgebouw
vond hij een buitengewoon complexe taak voor de
(ouderling-) kerkrentmeester geworden. “Zij zijn stuk
voor stuk vrijwilligers, die hun beste kennen en kunnen
aanwenden voor dat kerkgebouw en alles wat daarmee
te maken heeft. Zonder professionele ondersteuning is
dat allang niet meer vol te houden. Maar de VKB en haar
rechtsvoorgangers staan de colleges van kerkrentmeesters
met raad en daad terzijde op alle kerkrentmeesterlijke
taakonderdelen”.
“De veranderingen in kerk, politiek en maatschappij
vragen om goede doordenking van de gevolgen en
implicaties voor het kerkbeheer. Het is pure winst dat dit
in het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed in
2008 breed maatschappelijk kan worden ingebed. Dat
biedt goede en noodzakelijke mogelijkheden de plaats
van het kerkgebouw in ruime zin breed en in samenhang
met andere terreinen en ontwikkelingen te doordenken.
De VKB heeft al haar kernactiviteiten in vier beleidsterreinen
als labels geclusterd: mensen, organisatie, geld
en gebouwen. De jaren 2007 en 2008 staan in het teken
van het kerkgebouw in de ruime zin van het woord.
Volgend jaar gaat het overigens over het label “mensen”.
Wij proberen binnen onze doelstelling van kennisinstituut
kennis systematisch vast te leggen en te ontsluiten”,
aldus de heer De Lange.
“De kerkrentmeesters opereren niet alleen. Zij leven de
regelgeving na en hebben dus contact met overheden en
tal van instanties. De overheid zou er goed aan doen ook
te gaan clusteren naar een one-stop-shopping loket. Dat
levert niet alleen tijdwinst, deskundigheid, structuur en
overzicht op, maar voorkomt ook tegenstrijdige regelgeving
en toepassing. Het college van kerkrentmeesters
maakt deel uit van de plaatselijke kerkenraad. Het
geestelijke en het stoffelijke vormen altijd en overal een
onafscheidelijk duo. Bestuur en beheer zijn niet ondermaar
nevengeschikt. Kerkrentmeesters verstaan hun
geestelijke opdracht en zijn als zodanig voluit ambtsdrager”.
Kerk en kerkelijk gebruik
“De leden van de VKB, de plaatselijke gemeenten,
behoren op hun beurt tot het geheel van de Protestantse
Kerk in Nederland. De start van het Jaar van het religieus
erfgoed ademde naar ons gevoel wel erg veel sfeer van
politiek en herbestemming. Primair gaat het de kerkrentmeester
daar echter niet om. Het gaat eens en vooral om
kerk en kerkelijk gebruik. Het maakte ook duidelijk dat
wij met elkaar tot op heden kennelijk onvoldoende in
staat zijn gebleken de plaats en betekenis van dat
gebouw naar buiten te communiceren. Bij het accentueren
van de missionaire en diaconale roeping van de kerk
in deze samenleving is de plaats en betekenis van het
kerkgebouw nog niet uit de verf gekomen. En laten we
het maar eerlijk zeggen vandaag: die verf is misschien
ook wel op, wat verdroogd, of soms zelfs hier en daar
verder onbruikbaar.
De kerkrentmeester is de eerste die de gevolgen daarvan
ondervindt. Het is een bijna onmogelijke opgave als
goedwillende vrijwilliger zware besluiten over herbestemming,
ander gebruik of afstoting te nemen. De VKB
is dan ook buitengewoon verheugd dat het verzoek een
protestantse visie op het kerkgebouw te ontwikkelen zo
snel door het moderamen is opgepakt en tot uitvoering
is gebracht. Het geeft blijk van urgentiebesef, van
daadkracht en van veel vertrouwen om niet alleen
plaatselijk, maar ook landelijk met elkaar lijnen te
trekken en voluit kerk te kunnen zijn. Namens de VKB
zeg ik het moderamen hartelijk dank hiervoor. Graag
zullen wij u helpen en steunen bij de verdere uitwerking
daarvan”, zo zegde de heer De Lange toe.
“Intussen kan de hoge roeping en status van het kerkgebouw,
waarvan in de visie blijkt, ook wel de nodige
aarzelingen bij de kerkrentmeester oproepen. Moeten
besluiten tot ingrijpen in een soort gewijde omgeving
roept grote spanningen op in de uitvoering. Het is
daarom ook toe te juichen dat is voorgesteld centraal
nadere regels en concrete instructies te ontwikkelen en
de mogelijkheid te hebben een ‘adempauze’ — juridisch
spreken we van een ‘afkoelingsperiode’ — in te lassen.
Monumentenjungle
Over kerkwaardig handelen valt ook wel het nodige te
zeggen. De VKB bestaat uit de leden van de Protestantse
Kerk in Nederland. Wij zijn dus kerkelijk en landelijk
georganiseerd. Via onze provinciale afdelingen en
regionale clustering kennen wij alle gemeenten en
kerkrentmeesters in heel Nederland. Ons maandelijks
vakblad “Kerkbeheer” wordt door 8000 direct betrokkenen
gelezen. Daarmee hebben wij de kennis, de kennissen
en de directe contacten. Wij zien dan ook met lede
ogen aan dat makelaars, hobbyisten, taskforces, projectontwikkelaars
en tal van stichtingen dingen om de
commerciële marge van de in nood verkerende kerkrentmeesters.
De missie van de VKB is het beste product voor de laagste
prijs. Samen met onze Stichtingen Behoud Kerkelijke
Gebouwen (SBKG-en), onze Commissie gebouwen en
monumenten en waar nodig in overleg met de adviseurs
kerkbeheer van de regionale steunpunten van de
Protestantse Kerk in Nederland, wordt u vrijwel kosteloos
en uiterst deskundig geholpen. Het hoofdbestuur wil dat
graag versterken.
De rest van de monumentenjungle met alle commercie
en charitas moet u vooral laten voor wat die is. De
Commissie orgelzaken, kerkordelijk gefundeerd in de
Protestantse Kerk in Nederland, gedelegeerd aan de VKB
is een schoolvoorbeeld van hoe het kan. Wij zullen graag
met de werkgroep Kerkbouw samenwerken.
Tot slot nog een paar losse, maar specifieke noties:
• De VKB is via haar leden een van de grootste monumentbeheerders
van Nederland. Een kerkgebouw
moet vooral kerk blijven. Instandhouding van monumenten
is primair een overheidstaak. Geen taak dus
van een kerkelijke gemeente.
• De meerkosten die zijn verbonden aan regulier
beheer en gebruik van monumentale kerkgebouwen
horen eveneens op het bord van samenleving en
burger thuis.
• Wanneer onverhoopt een kerkgebouw moet worden
afgestoten is het beste behoud het voortgaande
oorspronkelijke gebruik. Ook daarom is in alle
opzichten meer ondersteuning meer dan dringend
van de overheden gewenst.
• Het wordt hoog tijd voor erkenning van het feit dat
de kerkrentmeesters als vrijwilligers de economisch
juiste oplossing zijn voor het beheer van religieus
erfgoed.
Soms ontkomen kerkrentmeesters er helaas niet aan
gebouwen toch te moeten afstoten. De kans om dit te
verminderen ligt onder meer in:
• Het verminderen van de kosten om een gebouw te
beheren of de bijdragen daaraan te verhogen.
Kerkrentmeesters moeten nu verkoopopbrengsten
gebruiken om andere gebouwen te renoveren of in
stand te houden.
• Het niet klakkeloos plaatsen van kerkgebouwen op
monumentenlijsten zonder deugdelijke instandhoudingssubsidies.
• Het aanzienlijk verbeteren van de instandhoudingsubsidies,
bijvoorbeeld aan de hand van de grootte van
het kerkgebouw en het afzonderlijk toekennen van
subsidies voor orgels en kerkelijke kunst.
• Het beter en meer faciliteren van kwetsbare en
onrendabele monumenten, zoals kerkgebouwen.
Tot op heden blijft onduidelijk hoe groot de restauratieachterstand
precies is, hoeveel gebouwen zullen verdwijnen
en of beheerders daadwerkelijk in staat worden
gesteld de kerkgebouwen te behouden. De VKB heeft op
dat punt hoge verwachtingen van het strategisch plan
religieus erfgoed. Zij rekent daarbij op een speciaal voor
kerken gevuld structuurfonds, waarbij voor de lange
termijn beleid staat op grond waarvan kerkrentmeesters
in staat zullen worden gesteld niet alleen het kerkdak
water- en winddicht te houden, maar ook gebouwen te
renoveren, te gebruiken en verder te ontsluiten.
De VKB ontwikkelt haar beleid en bijdragen uit minimale
kosten. Het zou passend zijn wanneer haar inspanningen
en onderzoeksvelden met een eenmalige bijdrage voor
ontwikkeling van website, wetenschappelijk onderzoek,
publicaties, ontwikkeling keurmerk en congressen
bekroond zou worden. Het werken als vrijwilliger kost
intussen immers wel gewoon geld”, zo besloot de heer
De Lange zijn reactie.