Geschreven door Mr. P.A. de Lange Datum: 25-4-2009
Tijdens het jaarcongres van de VKB op zaterdag 25 april 2009 trekt de voorzitter van de VKB in zijn jaarrede lijnen tussen individu en het jaarthema "Werk in de Kerk". Hij staat tevens stil bij aan het jaarthema gerelateerde onderwerpen als Werk in de wijngaard en de recent verschenen leeswijzer voor werkgevers en werknemers in de plaatselijke gemeenten.
Werk in de Kerk
In een tijd waarin vraagstukken steeds complexer worden, omdat er rekening moet worden gehouden met steeds meer al dan niet conflicterende aspecten, willen we vandaag een poging wagen eens vanuit het centrale perspectief van ‘eenvoud’ te kijken.
De moderne mens staat in de netwerksamenleving als individu alleen op de wereld. Hij gedraagt zich als exponent van de absolute vrijheid, van de liberté. Hij vormt geen deel van een publieke gemeenschap, maar beweegt zich naar eigen keuze slechts daarbinnen. Zijn uitsluitend zelfgekozen contacten op een knooppunt in het netwerk (de hub) zijn vluchtig, kort en vergankelijk. Zijn leus is: “pluk de dag”. Zijn verschijning is steeds minder fysiek dan digitaal, minder zelf ter plaatse dan virtueel en toetert vooral via moderne communicatiemiddelen. De virtuele mens - de avatar - ziet geen leven na, maar eerst en vooral naast dit leven. De persoonlijkheden en verschijningsvormen zijn meervoudig. De ware identiteit is vaak nog maar lastig te achterhalen. Blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie zijn inmiddels legio mensen vertrokken naar de stad met de naam: “bestemming onbekend”. Het moet daar echt hartstikke druk zijn. Anonieme mensen op een anonieme plek. De vlucht van het platteland naar de stad is verruild voor de vlucht uit de anonieme stad naar een ongekende nieuwe digitale schijnwereld.
Na ons jaarthema ‘gebouwen’ staat dit jaar het thema ‘mensen’ centraal. Werk in de kerk. De afwezigheid van eenduidigheid van het concept van de moderne mens roept daarbij interessante vragen op. Een voorbeeldje. Ledenregistratie is op de keper beschouwd een Napoleontische vinding en een prachtig instrument van de staat voor belastingheffing. Kennen wij onze eigen broeders en zusters soms niet meer? Wordt u niet meer bij uw naam aangesproken? Praten en communiceren wij nog wel echt en rechtstreeks met elkaar? Maken we het allemaal niet wat te complex en te ingewikkeld?
“Ik, hier en nu” is de eigentijdse drie-eenheid en geloofsbelijdenis van de moderne mens. Het individu is dus enkel en alleen de mens alleen. De Bijbel maakt ons duidelijk dat het niet goed is dat de mens maar alleen is. En ook een eenvoudig mens is daarentegen heel wat anders dan een mens alleen. Dat is een mens uit één stuk. Eenvoudigen zijn mensen zonder dubbele agenda, met een oprecht, enkelvoudig hart, ongekunsteld en bescheiden van opstelling. De Bijbel spreekt positief over eenvoudigen. In Psalm 116 lezen we: “De HEER beschermt de eenvoudigen, machteloos was ik en Hij heeft mij bevrijd.”
Hervorming van de kerk zoekt dan ook altijd naar herstel van de eenvoudigheid. Aansluiting zoeken bij de kinderlijke eenvoud van de verkondiging van Jezus Christus en aansluiting zoeken bij de eenvoud van Zijn leven.
Als het simpel vasthouden aan de eenvoud binnen de kerk al moeilijk is vol te houden, dan hoeft het ons niet echt te verbazen dat we complexiteit ook overal aantreffen buiten de kerk. Dat de financiële alchemisten in de bovenwereld vrijwel alle enkelvoudige producten als lenen, beleggen, verzekeren, sparen omgewerkt hebben tot gekunstelde varianten heeft in de kredietcrisis de nodige verbijstering opgeroepen. Verblind door het welvaartssprookje en klassieke hebzucht krijgen we nu allemaal de pittige rekening gepresenteerd. De wereld graait dol en verdwaasd naar houvast.
Ook de aanhoudende roep om transparantie kunnen we hier noemen. Transparantie is in het geding als de enkelvoudigheid weg is, als zaken niet meer blijken te zijn wat ze leken te zijn.
Sterker wordt ook de roep om reddende kennis. Daarbij wordt telkenmale verwezen naar de wetenschap en haar verlichte resultaten. Of we het allemaal nog begrijpen of daadwerkelijk kunnen volgen is maar zeer de vraag. En een wetenschappelijke overtuiging volgen tegen de eigen overtuiging in is wel volkomen onwetenschappelijk. Als wij dingen doen of roepen, terwijl wij die in werkelijkheid niet meer verstaan of begrijpen gaat het mis en verliezen wij onszelf in dubbelzinnigheid, in betekenisloos handelen en uiteindelijk in regelrechte flauwekul. Dat is een buitengewoon ernstige zaak, want wij hebben wel een uiterst belangrijk verhaal en een eenvoudig getuigenis voor alle mensen uit te dragen.
Als Jezus Christus niet te pas en te onpas in Woord en daad wordt verkondigd, waarin verschillen wij dan nog van de ander? Als wij de kerkdeuren strak gesloten houden, waarom verwachten wij dan dat de kerken zullen volstromen?
Het VKB jaarthema van dit jaar gaat over het werk in de kerk. Over gewone mensen die plaatselijk, regionaal en landelijk het verschil maken. Wij moeten eenvoudigweg niet wachten op wonderen, maar worden allen net als de discipelen destijds geroepen deze wonderen in naam en navolging van Jezus Christus te verrichten. Wij hebben daarbij uiterst machtige middelen. Bij ons geen ruimtetekort, bij ons geen schaarste, bij ons geen werkloosheid, bij ons geen gebrek aan perspectief. Wel immense kerkgebouwen, met elkaar een overvloed en weldaad aan middelen, duizenden vrijwilligers en een paradijselijk perspectief. Met broeders en zusters niet met één been in het graf, maar aan de avondmaalstafel. Evangelie, rentmeesterschap en barmhartigheid treffen elkaar met de ambten bij de tastbare tekenen van brood en wijn. Dat is toch de levende gemeenschap die wij met elkaar bouwen en onderhouden?
Niets is zo verschrikkelijk als dat de lampolie onverwacht dreigt op te raken en wij vergeten op de al hoorbare bruiloftsmuziek te dansen. Uw kerk is de plaats waar God de mens wil ontmoeten en het individu zijn zuster en broeder treft. Juist in de kerk worden echte en tijdloze verbindingen gelegd op het kruispunt van hemel en aarde. Wij worden dan ook niet moedeloos. Wij zijn slechts modeloos. Verkondigen, bruggen bouwen, concreet perspectief bieden, eten en zinvol werk geven, huisvesten, omzien naar vluchteling, naar de ontheemde, naar de wees en de weduwe en steun verlenen zijn niet alleen thema’s van 2000 jaar geleden. In onze tijd verstoppen, verhullen en verbloemen wij ze wel beter. Wij hebben alleen met volle overgave veel toevertrouwd en overgelaten aan vadertje staat, aan de markt en aan het vrije individu.
Politiek, maatschappelijk, financieel, economisch en psychologisch is het speelkwartier inmiddels voorbij. Het is het uur u in grote mondiale crisisbewegingen. De valkuil is te denken dat die crisis na de funderingen en plafondbalken in onze gebouwen nu ook onze kerk blijvend zal aanvreten. Wij weten tenslotte met elkaar wel beter. Het wordt hoog tijd dat wij onze boodschap van onze Lieve Heer en ons volstrekt andere geluid publiek helder laten horen en die onbetaalbare producten aanbieden die nergens op de markt met geld te koop zijn.
Als van ons spreken en ons handelen geen levend getuigenis uitgaat in deze tijd getuigen onze sluitende kerken tegen ons. Zo eenvoudig is dat. Aan u het tij te keren.
Een paar onderwerpen willen wij nog kort nader belichten vanuit de werkthema van dit congres: “Werk in de Kerk”. In de eerste plaats wil ik wat zeggen over “Werk in de wijngaard” in combinatie met het “Beleidsplan Dienstenorganisatie Protestantse Kerk in Nederland periode 2009-2012.” Vervolgens wil ik enkele opmerkingen maken bij de recent verschenen leeswijzer voor werkgevers en werknemers in plaatselijke gemeenten van de Protestantse Kerk.
Eerst iets over “Werk in de wijngaard”. Geen eenvoudige materie; geen eenvoudig proces. Het is begonnen met het instellen van een “Brede studiecommissie inzake beleidsvisie predikantsbezetting”. Deze studiecommissie is ingesteld bij besluit van de kleine synode op 27 april 2004. Inmiddels vijf jaar geleden. De directe aanleiding om de brede studiecommissie in te stellen was de nieuwe traktementsregeling. De betaalbaarheid van het pastoraat kwam in het geding. De problematiek van kleinere gemeenten en gemeenten in grootstedelijke gebieden zou daarbij bekeken worden. Diverse thema’s als predikantencorps, kerkelijk werkers en samenwerking werden bij het onderzoek betrokken. Het eerste rapport in september 2005 maakte een nadere studie noodzakelijk.
Het volgende rapport “Pastor in beweging” liep in november 2006 vast tijdens de besluitvorming. De gedachten om kerkelijk werkers en academisch opgeleide predikanten in één beroepsgroep pastores onder te brengen gingen te ver volgens de synodeleden. De generale synode had deze discussie echter zelf heropend in april 2005 bij de behandeling van het rapport “Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, profiel van ambt en beroep van predikant; beroepsprofiel van de kerkelijk werker.”
Vervolgens neemt de Stuurgroep Werk in de wijngaard het stokje over van de brede studiecommissie. Het accent komt dan wat meer te liggen bij vernieuwing van de kerk. Met “De wissel voorbij: het spoor en de bielzen”, en met “De hand aan de ploeg” heeft de Stuurgroep onder leiding van Prof. Dr. C.P. Veerman twee rapporten neergelegd in de synode. De bespreking in de vergadering van november 2008 had een oriënterend karakter. Gisteren is het definitieve rapport “De hand aan de ploeg” besproken in Lunteren met het oog op een negental hoofdlijnen van beleid. Drie hoofdlijnen zullen later worden besproken in samenhang met de evaluatie van de kerkorde. Ook het uitwerken van de hoofdlijnen in concrete plannen en het implementeren daarvan zal nog wel geruime tijd vragen. Het gaat immers om complexe en belangrijke onderwerpen.
Hoe kijken wij vanuit de VKB naar Werk in de wijngaard?
We moeten kennelijk onder ogen zien dat verandering/vernieuwing in de kerk onvermijdelijk is, gelet op de ontwikkelingen van ledentallen, vergrijzing, kerksluitingen, etcetera. Als gemeenten zelfstandig vitaal kunnen zijn, is dat een prima zaak, maar hier en daar komt de levensvatbaarheid van gemeenten nadrukkelijk in het geding. Hulp van buiten (solidariteit) en samenwerking – pastoraal en anderszins – worden dan noodzakelijk. Enerzijds wordt er in de plannen richting gewezen, anderzijds wordt er ook ruimte geboden; samenwerking wordt niet opgelegd. Dit kunnen we positief duiden.
Werk in de wijngaard wil met het accent op kerntaken als pastoraat, diaconaat en missionair gemeente zijn ook werken aan een positieve houding in de gemeenten. De hand moet aan de ploeg worden geslagen; de brug met de samenleving moet worden hersteld. Ook dat is positief. Al maken we daarbij de kanttekening – en dat kun je van kerkrentmeesters verwachten – dat een gemeente ook een waardige plek moet hebben om samen gemeente te zijn. Het kerkgebouw is een wezenlijk onderdeel van gemeente zijn; en bovendien een herkenbaar punt en uitvalsbasis voor het naar buiten kunnen treden. Het volledig schrappen van kerkelijke subsidie voor kerkgebouwen zou dan beslist geen goede zaak zijn. De gemeente is weliswaar primair een spirituele gemeenschap, maar dat is zeker niet het hele verhaal.
Het toepassen van loopbaanbegeleiding voor de theologische professionals is een goede zaak. Gebruik maken van sterke punten en talenten van mensen, voorkomen dat ze vastlopen, het permanent ontwikkelen en het volgen van de voortgang en resultaten van werkzaamheden lijken haast vanzelfsprekend, maar komen tot op heden niet goed uit de verf in de kerk.
Enkele kanttekeningen zijn er natuurlijk ook. De gemeenten moeten in ieder geval wel leidend blijven (met e-i) en niet lijdend worden (met lange ij). Over de financiële gevolgen van de plannen kunnen door de VKB nog geen stellige uitspraken worden gedaan. Een gedetailleerde financiële onderbouwing ontbreekt vooralsnog. De signalen vanuit de kerk dat de plannen budgetneutraal zullen uitpakken, omarmen we. Er zijn ook in onze optiek geen grote ongebruikte budgetten beschikbaar bij de gemeenten.
De vraag is verder wel of de steeds terugkerende nadruk op de theologische professionals niet leidt tot een verarming en aantasting van de ons zo vertrouwde ambtelijke structuren. Niet alleen de ambtelijke roeping staat daarbij onder steeds grotere druk. Ook de grondopvatting dat het ene ambt niet over het andere regere maakt dat forse accentverschuivingen grote gevolgen kunnen hebben, niet in het laatst voor de plaats van beheer in het ambt van ouderling-kerkrentmeester. Er dreigt daarbij een ‘domineeskerk’ te ontstaan. Daarachter ligt dan de onjuiste simplificatie dat wij als beheerders alleen goed op de centjes en op de winkel zouden passen. Verkondiging en pastoraat laten zich evenwel niet denken buiten de daden van barmhartigheid en de gaven van kerkrentmeesterlijk beheer. Passen landelijke plannen en projecten eigenlijk wel op die plaatselijke ambtelijke structuren en bemensing of verdwijnt met het badwater uiteindelijk ook straks het kind?
Diezelfde vragen omgeven welbeschouwd ook het beleidsplan van de Dienstenorganisatie en in zekere mate ook de notitie over het categoriaal pastoraat. De rol van beheer - toevertrouwd aan het ambt van ouderling-kerkrentmeester voorzover niet van diaconale aard - zit bijna telkens in maximaal een voetnoot. Plan en project, planning en control voeren de boventoon in plaats van het denken vanuit eerst en vooral de gemeenten en de ambten. Ook hier staat dus de eenvoud onder druk en is één ambt uiteindelijk maar nog steeds één ambt. Dit ambt kan echter niet zonder het andere.
Gelet op het begin van deze jaarrede over eenvoud en enkelvoud is er niets zinnigs te zeggen over het totale effect van de voorstellen als die uitgewerkt en ingevoerd worden. De voorstellen wijzen de richting aan, maar het pakket aan maatregelen is zo divers, dat het uitspraken over totaalresultaten per definitie onmogelijk maakt. Dat is natuurlijk buitengewoon jammer. Verrassingen zijn niet uitgesloten, zowel positief als negatief. En over solidariteit kunnen we kort zijn. Echte solidariteit kan niet worden afgedwongen, maar komt rechtstreeks uit het hart. Als de roep klinkt: “kom over en help ons”, wie blijft dan op zijn stoel zitten? Zullen wij aan de ander onthouden wat werkelijk nodig is? Laten we het allemaal toch niet te ingewikkeld maken.
Tot slot wil ik nog enkele opmerkingen maken bij de recent verschenen leeswijzer voor werkgevers en werknemers in plaatselijke gemeenten van de Protestantse Kerk. De publicatie draagt als titel: “Werken in de kerk”. Het is een gezamenlijke uitgave van CNV BKM (de CNV Bond voor Kerkelijk Medewerkers), VKB en Dienstenorganisatie Protestantse Kerk. Een mooi voorbeeld van een goede samenwerking. De brochure is voorzien van illustraties van Gijs de Jong (jurist bij de Dienstenorganisatie). Vandaag kunt u de brochure kopen tegen de meeneemprijs bij de stand van HRM. Van harte aanbevolen!
Ten aanzien van de inhoud. Ik sla de brochure open bij hoofdstuk 3: “Werkgever zijn in de kerk”. Een hoofdstuk specifiek gericht op de kerkrentmeesters. Wie schetst mijn verbazing! De openingszin sluit aan bij het thema van deze jaarrede en luidt als volgt: “Werkgever zijn in de kerk is niet eenvoudig, vooral niet in de plaatselijke gemeente.” Ik laat u in spanning over het vervolg.
Mensen in de kerk is omgeven met complexiteit: beroepskrachten, vrijwilligers, ambtsdragers, kerkelijke regelgeving, burgerlijke regelgeving etc. U zult daar vandaag in de workshops nog veel over horen.
Er is veel informatie en materiaal beschikbaar binnen de kerk, maar de leeswijzer brengt ordening aan in de schoenendoos vol met materiaal. Daarmee is het bestaansrecht van deze brochure wel aangetoond.
Ik sluit af met de opmerking dat we er als leden van de vereniging eenvoudig gezegd met en voor elkaar zijn. We zijn er om gezamenlijk onze krachten te bundelen en onze ervaringen uit te wisselen. Vandaag is het een dag voor ontmoeting. Ik wens u inspirerende ontmoetingen toe en tevens veel zegen op al uw werkzaamheden!
Mr Peter A. de Lange